Verdroging nekt het spiegeldikkopje

Nederland verdroogt. Zeldzame planten- en diersoorten verdwijnen uit de laatste restjes blauwgrasland. Wéér een droge zomer kan de genadeklap zijn, voorspellen boswachters.

De boswachters Harald van den Akker en Agnes Kleinsmit staan enigszins beteuterd op een van de laatste stukjes blauwgrasland in Nederland. ,,We staan op een kantelpunt. Het is vijf voor twaalf'', zegt Agnes Kleinsmit.

De Empese en Tondense Heide is een ,,parel'' van Vereniging Natuurmonumenten. Maar het natuurgebied heeft zwaar te lijden onder de verdroging. Veel zeldzame planten- en diersoorten zijn de afgelopen vijftien jaar verdwenen en komen wellicht nooit meer terug. Harald van den Akker: ,,Ondanks beleidsplannen die de verdroging moeten tegengaan gebeurt er te weinig. De soorten ontglippen ons. Wat ontbreekt is daadkracht.'' Normaal gesproken stroomt kalkrijk water van de Veluwe naar de randen van het massief om daar als kwelwater weer aan de oppervlakte te komen en zo dit natuurgebied in Brummen te laven. De boeren hebben het tussenliggende gebied echter zo goed afgewaterd, dat het kalkrijke grondwater te laag staat om de natuur te dienen. De gevolgen zijn dramatisch. Op de verende bodem van het laatste ,,relict'' aan blauwgrasland staat als zeldzame plant alleen nog de spaanse ruiter. De boswachters sommen de verdwenen soorten op. Moeraswespenorchis. Blauwe zegge. Vetblad. Parnassia. Vlozegge. Welriekende nachtorchis. ,,Het water komt niet in de wortelzone van de planten'', zegt Agnes Kleinsmit. Door het ontbreken van de planten verdwijnen ook diersoorten. Spiegeldikkopje. Aardbeivlinder. Heidegentiaanblauwtje.

Gebrek aan schoon water verwoest hele ecologische systemen, meldt hydroloog Nicko Straathof van Natuurmonumenten. Op de natte heide in de Empese en Tondense Heide staat nog wel gagel maar geen beenbreek en geen klokjesgentiaan. Zonder klokjesgentiaan ook geen gentiaanblauwtje waarvoor het een onmisbare plant is. En ook geen knoopmier die de zaden van de plant verspreidt. ,,En weg is het systeem'', verzucht Straathof. Op de achtergrond een koor van kikkers in een met riet en lisdodde bezette poel. ,,Stagnerend hemelwater'', meldt boswachter Van den Akker. Boswachter Kleinsmit: ,,De wandelaar ziet misschien het probleem niet. Die ziet groen en hoort kikkers en vindt dat mooi. Maar riet en lisdodde staan vooral op plaatsen met verrijkt landbouwwater. Daar kan geen draadzegge meer groeien.'' Bezoekers worden uit dit kwetsbare gedeelte van de Empese en Tondense Heide geweerd. ,,We willen de nog aanwezige zaadbronnen zo veel mogelijk beschermen.''

Het natuurterrein is een van vele gebieden die al enkele decennia lijden onder de verdroging, een probleem dat volgens algemeen directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten ondanks goede bedoelingen en veel papier maar niet tot werkelijk wordt aangepakt en daardoor ,,irreversibele'' schade veroorzaakt. De Graeff: ,,Vijftien jaar geleden werd in de Tweede Kamer al een motie aangenomen dat in het jaar 2000 een kwart van alle verdroging moest zijn verdwenen. In werkelijkheid is drie procent van in totaal 500.000 hectare in orde. Het werkt dus niet.'' Ook de doelstelling uit de vierde nota waterhuishouding om veertig procent van de verdroging aan te pakken, zal niet worden gehaald. Als oorzaken gelden de afwatering van de vervuilende landbouw, drinkwaterwinning en de toename van verhard oppervlak waardoor regenwater niet meer de bodem in zijgt maar via riolen snel wordt afgevoerd. De oplossing ligt volgens Natuurmonumenten op de hoge zandgronden in het oosten van Nederland vooral in het herindelen van het landelijk gebied. Boswachter Van den Akker: ,,De boeren hoeven niet weg, maar ze moeten genoegen nemen met een iets hogere waterstand.'' Directeur De Graeff: ,,Wat je ook in dit deel van Nederland ziet, is dat de provincie globale plannen maakt die vervolgens zeer traag worden uitgevoerd. Dat is zeer schadelijk. Het tempo waarin de landbouw wordt hervormd ligt lager dan het tempo waarin de zeldzame soorten uit de verdroogde gebieden verdwijnen. Als we niets doen, is het straks te laat.''

Boswachter Harald van der Akker stopt bij een klein bosje van een particulier en vertelt dat deze grondeigenaar al jaren weigert mee te werken om het grondwaterpeil in het natuurgebied te verhogen. ,,Deze man klaagt dat hij wateroverlast heeft van het natuurgebied zodat zijn grove dennen niet voldoende groeien. En wat doet het waterschap? Die stuurt ons een brief waarin ons wordt opgedragen om de sloot tussen zijn en ons land op te schonen. Onbegrijpelijk.'' De Graeff: ,,Hier zie je dat provincies globale plannen maakt voor mooie natuurgebieden, maar dat in de praktijk afwegingen moeten worden gemaakt door waterschappen die daarvoor niet zijn uitgerust.'' Boswachter Van den Akker: ,,In het bestuur van het waterschap zitten allemaal boeren die alles tegen houden.''

Directeur Paul Spaan van het betreffende Waterschap Veluwe ontkent de aantijgingen. ,,Wij doen er alles aan om het gebied te vernatten. We hebben onlangs een beek verondiept. Binnenkort volgt een tweede beek. En wij gaan ook het grondwaterpeil structureel verhogen bij een van de sprengen die het gebied van water voorziet. Maar wij kunnen een peilverhoging niet overal afdwingen. Wij hebben geen juridische middelen om een grondeigenaar te dwingen om mee te werken aan een peilverhoging, en ook kunnen wij de grond niet onteigenen.'' Dat de boeren in het bestuur de peilverhoging frustreren, is ,,onzin'', zegt Spaan. ,,Van de dertig bestuursleden zijn er zes boer.'' Ook de provincie Gelderland zegt veel waarde te hechten aan de anti-verdrogingsmaatregelen, maar de praktijk is nu eenmaal weerbarstig. Jan Feringa, hoofd van de afdeling water: ,,Er wordt al een kwart minder water opgepompt voor drinkwaterwinning en industrie. Er zijn de afgelopen tien jaar in de provincie honderdzestig kleinschalige projecten geweest. Dat is niet voldoende gebleken. Voor grote maatregelen zoals het uitkopen van boeren is geen geld. En bovendien moeten we rekening houden met klimaatverandering. Het mag hier niet al te nat worden, want als het hard gaat regenen, loopt het over het land.''

Nederland heeft nog dertig hectare aan blauwgrasland over. Tien procent daarvan ligt in de Empese en Tondense Heide. ,,Als we het hier niet kunnen behouden, dan lukt het in de rest van Nederland ook niet'', zegt boswachter Van den Akker. De kikkers kwaken. De muggen zoemen. Het is droog en warm. Wellicht volgt opnieuw een droge zomer, net als vorig jaar. Boswachter Agnes Kleinsmit: ,,Af en toe een droog jaar hoort bij de natuurlijke fluctuaties. Maar een droog jaar in een verdroogd gebied kan voor dat gebied de genadeklap betekenen.''

    • Arjen Schreuder