Slechte leefstijl, meer betalen voor ziektekosten?

Gezondheid is een verdienste, vindt minister Hoogervorst. Dat is slechts ten dele waar, vinden Martin Buijsen, André den Exter en Bert Hermans.

De redenering van Hoogervorst leidt tot onrechtvaardige situaties.

Langzaam wordt duidelijk hoe de huidige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen gezondheid en gezondheidszorg aankijkt. Op 13 mei, tijdens een diner in Parijs waaraan de ministers van Financiën, Economische Zaken en Volksgezondheid van de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) deelnamen, liet minister Hoogervorst (VVD) weten dat ,,een kwart van de gezondheidsproblemen op dit moment gerelateerd [is] aan leefstijl. Ze zijn het gevolg van zwaarlijvigheid, niet voldoende lichaamsbeweging en excessief drinken''. Hij voegde hieraan toe dat ,,als de patiënt voor al deze slechte gewoonten kan betalen, hij ook wel een beetje meer [kan] uitgeven voor de hulp die hij daardoor nodig heeft''.

Naar het oordeel van de minister kan de gezondheidszorg dan ook alleen betaalbaar blijven als patiënten meer verantwoordelijkheid krijgen. De verzekeringspremies zouden daarom een realistische weergave van de kosten dienen te zijn, en niet langer afhankelijk moeten zijn van het inkomen. De consument zou ook via een substantiële eigen bijdrage met zijn neus op de kosten van de zorg moeten worden gedrukt.

Al eerder heeft Hoogervorst er blijk van gegeven gezondheid in belangrijke mate te zien als een verdienste. Onlangs wist hij in het parlement voldoende steun te verwerven voor de zogeheten no-claimteruggaafregeling, volgens welke ziekenfondsverzekerden na afloop van het verzekeringsjaar een deel van hun betaalde premie terugkrijgen als zij weinig of geen zorgkosten maken. De verzekerde wie een goede gezondheid gegeven is, krijgt geld terug. De chronisch zieke zal niet worden `beloond'. Denkbaar is dat de regeling tot gevolg heeft dat ziekenfondsverzekerden met een smalle beurs ervoor kiezen de gang naar de hulpverlener niet te maken, terwijl er wel gezondheidsproblemen zijn.

Begrijpen we de jongste uitlatingen van de minister goed, dan mogen we aannemen dat deze laatste categorie van verzekerden in de nabije toekomst deze ongelukkige keuze meer en meer zal maken. Het prijsgeven van inkomenssolidariteit betekent immers dat alle ziekenfondsverzekerden in principe dezelfde premie zullen gaan betalen. Ongetwijfeld houdt dit in dat voor de verzekerden met de laagste inkomens de premie hoger zal zijn dan nu het geval is. Daarenboven is ook wel duidelijk wat de omvang van de genoemde substantiële eigen bijdrage zal zijn.

Als Hoogervorst consequent is, en willen zijn opmerkingen over eigen verantwoordelijkheid en de kosten van leefstijlgebonden gezondheidsproblemen enige betekenis hebben, dan zal de eigen bijdrage eenderde belopen van de maandelijks te betalen premie. Mocht een premie van 300 euro de kosten van de gezondheidszorg `realistisch' weergeven, dan staat daar een maandelijkse eigen bijdrage van 100 euro tegenover, een bedrag dat inderdaad substantieel genoemd kan worden.

Het moge duidelijk zijn dat het pleidooi van de minister voor meer eigen verantwoordelijkheid rampzalig uitpakt voor minder bedeelde ziekenfondsverzekerden. Voor hen zal de toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen ernstig worden belemmerd.

Toch heeft Hoogervorst niet helemaal ongelijk. Terecht maakt hij zich grote zorgen over de betaalbaarheid van het systeem, terecht ook wijst hij op de hoge kosten van aan de leefstijl gebonden gezondheidsproblemen. Wat evenwel zorgen baart, is het gemak waarmee hij kiest voor onrechtvaardige oplossingen. In Nederland bestaat een recht op gelijke toegang tot voorzieningen van gezondheidszorg. Maar als het voldoende besparingen oplevert, ziet deze minister er geen been in om dat recht terzijde te schuiven.

Het stelsel van gezondheidszorg staat ten dienste van de gezondheid van de Nederlandse burger, en wel van elke burger in gelijke mate. Met inachtneming van dit uitgangspunt is het zeer goed mogelijk oplossingen te vinden voor de problemen die de minister – nogmaals: terecht – signaleert.

Zo zouden ziekenfondsen aangezet kunnen worden te investeren in de gezondheid van hun cliënten. De behandeling van klachten als gevolg van rookgedrag kost bijzonder veel. Ziekenfondsen kunnen deze kosten terugbrengen door hun cliënten voordat zich klachten voordoen, in staat te stellen – gratis of tegen gereduceerd tarief – deel te nemen aan programma's die hen van hun nicotineverslaving afhelpen. Voor andere ongezonde leefstijlen zijn soortgelijke oplossingen denkbaar, oplossingen die beduidend bewerkelijker zijn, maar die wel het recht van eenieder op gelijke toegang tot gezondheidszorg overeind houden.

Martin Buijsen, André den Exter en Bert Hermans zijn universitair (hoofd)-docenten Gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    • Martin Buijsen
    • Andre den Exter
    • Bert Hermans