SER: Nederland is te veel gefixeerd op kosten van EU

Nederland doet er goed aan de fixatie op de kosten van de Europese samenwerking te laten varen. De overmatige gerichtheid op de financiële kant dreigt een ernstige politieke handicap te worden tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, dat op 1 juli begint. Dat schrijven de sociaal-economische deskundigen van de Sociaal-Economische Raad (SER) in een rapport `Met Europa meer groei', dat vandaag in Den Haag is gepresenteerd.

Nederland dankt een groot deel van zijn welvaart aan de Europese integratie, zo zeggen de opstellers van het rapport, dat onder leiding van professor A. Kolnaar (voorzitter SER-Commissie Sociaal-Economische Deskundigen) is gemaakt. Bijna tachtig procent van de Nederlandse export gaat naar een Europese lidstaat. Desondanks, signaleren de onderzoekers, staat de meerwaarde van de Europese Unie in Nederland ter discussie. Klachten over de kosten van het Nederlandse lidmaatschap en zorgen over vermeende bedreigingen van de uitbreiding (mogelijke toestroom van arbeidsmigranten) beheersen het debat.

Maar het is volgens de opstellers van het SER-rapport belangrijker dat Nederland de kansen van de Europese Unie veel beter benut ,,Nederland heeft hier nog veel te winnen´´, schrijven zij. Dat vereist wel dat ,,de kloof tussen de naar binnen gerichte Nederlandse politieke cultuur en de naar buiten gerichte economische cultuur moet worden gedicht''.

Met het oog op de stagnerende economie, de toenemende internationale concurrentie en de veroudering van de bevolking is verhoging van de economische groei de belangrijkste opgave van de Europese Unie. Wil de verzorgingsstaat houdbaar blijven, dan zijn volgens de sociaal-economen diepgaande structurele aanpassingen nodig. Zo is hogere arbeidsparticipatie noodzakelijk. Ook dient het arbeidspotentieel effectiever te worden ingezet. Langer doorwerken is onontkoombaar, al is het voorjaarsoverleg tussen kabinet en de sociale partners vorige week mislukt omdat de vakbeweging vreest voor aantasting van het collectief gefinancierde prepensioen. Niet alleen in Nederland werken weinig ouderen, maar in de hele Europese Unie werkt slechts 38 procent van de 55- tot 65-jarigen.

Verder pleiten de SER-deskundigen voor het wegnemen van belemmeringen voor mobiliteit van werknemers in Europa. Het vrijmaken van het werknemersverkeer uit de nieuwe lidstaten moet vóór 2007 zijn gerealiseerd. Dat moet er mede toe leiden dat er een Europese markt komt voor hooggekwalificeerde werknemers. In het rapport wordt opnieuw gehamerd op het belang van harmonisatie van de vennootschapsbelasting in de Europese Unie en de noodzaak van veel meer investeringen in de Europese kennisindustrie.