Schumacher blundert, Trulli wint F1-race

De Italiaanse coureur Jarno Trulli heeft gisteren in Monaco de zegereeks van Michael Schumacher doorbroken. De Duitser had de eerste vijf races van het seizoen gewonnen. Gisteren, in de zesde race, maakte de Ferrari-coureur in de tunnel een ernstige fout waardoor hij uitviel – hij trapte bovenop zijn rem en Juan Pablo Montoya (Williams-BMW) kon hem niet meer ontwijken. Op dat moment reden de wagens achter de safety car en ging de zesvoudig wereldkampioen aan de leiding in de race.

Weer slaagde Schumacher er niet in op gelijke hoogte te komen met de in 1994 verongelukte Braziliaan Ayrton Senna, die met zes overwinningen recordhouder is in Monte Carlo. Schumacher ging net als de Engelsman Graham Hill vijf keer als eerste over de streep in het prinsdom, voor het laatst in 2001.

De 29-jarige Trulli had zaterdag op het stratencircuit pole-position veroverd; ook dat was voor het eerst sinds hij in 1997 zijn intrede deed in de Formule 1, bij het team van Minardi. Daar was hij ondergebracht door de man die hem ontdekte, zijn huidige teambaas bij Renault, landgenoot Flavio Briatore, tevens zijn zakelijk waarnemer. De uit Pescara afkomstige Trulli was veruit de snelste in de kwalificatietraining. De Engelsman Jenson Button (BAR) stond naast hem op de voorste startrij, achter hem zijn Spaanse teamgenoot Fernando Alonso, en Schumacher op 4.

Voor de meest spectaculaire start zorgde de Japanner Takuma Sato (BAR), die nog voor de eerste bocht Barrichello (Ferrari), Raikkonen en Schumacher brutaal passeerde en daarmee van de zevende naar de vierde plaats oprukte. Ook Kimi Raikkonen (McLaren-Mercedes) ging Schumacher voorbij.

Nadat in de eerste ronde de Oostenrijker Christian Klien met zijn Jaguar was uitgevallen, kondigde ook het einde voor de zo snel vertrokken Sato zich aan. Nadat er bij het schakelen steeds rook uit de achterkant van zijn auto was gekomen, blies hij in de tweede ronde ter hoogte van het zwembad de motor van zijn Honda-BAR op. Veel coureurs konden geen hand meer voor ogen zien in de dikke rookontwikkeling die volgde en bij Giancarlo Fisichella ging het mis: de Italiaan knalde achterop de Mercedes-McLaren van David Coulthard, hij werd gelanceerd en kwam met zijn Sauber ondersteboven op de vangrail terecht. `Fisico' bleef ongedeerd.

,,Ik dacht dat de wagen in het publiek terecht zou komen en dat er doden zouden vallen'', zei Coulthard na de race. De Schot kon nog wel de pits bereiken, maar zijn wagen had zoveel schade dat hij de race noodgedwongen verder als toeschouwer moest volgen. Coulthard kritiseerde de leiding van het team van BAR. Ze hadden Sato uit de wedstrijd moeten halen toen bleek dat hij ernstige motorproblemen had, vond hij. ,,Dat hebben ze bij ons ook gedaan toen bleek dat Kimi (Raikkonen, red.) een probleem had. Je wil niet dat de motor op het circuit opblaast.''

Door een betere pitstopstrategie wist Schumacher zowel Raikkonen als Button te passeren, maar de teamgenoten Trulli en Alonso bleven buiten zijn bereik. Raikkonen vormde geen bedreiging meer voor Schumacher. Voor de vierde keer dit jaar viel de Fin met pech uit.

Met nog 36 van de 77 ronden te gaan was opnieuw sprake van een zware crash, deze keer in de tunnel. Alonso ging daar Ralf Schumacher (BMW-Williams) voorbij, op het vuile gedeelte. De Renault van de Spanjaard verloor grip en knalde bij ongeveer 260 kilometer per uur tegen de vangrail. Draaiend om zijn as kwam de bolide uit de tunnel, Schumacher kon hem net ontwijken. Alonso was furieus na afloop, omdat baanofficials al ver voor de tunnel met blauwe vlaggen aan de Duitse achterblijver te kennen hadden gegeven dat hij Alonso voorbij moest laten. Reden waarom de (ongedeerde) Spanjaard nog zijn middelvinger naar de jongste van de twee Schumachers opstak toen die zijn wrak passeerde.

Terwijl de brokstukken van Alonso's wagen werden opgeruimd en de elf overgebleven coureurs achter de safety car reden, makte Trulli zijn tweede en laatste pitstop. Vanaf dat moment ging Schumacher aan de leiding. Tot hij even later in de tunnel onverwacht hard op zijn rem ging staan. Met een kapotte neus en een afgebroken voorwiel parkeerde hij zijn Ferrari in de pitbox.

Achteraf was hij zo eerlijk te bekennen dat hij wellicht niet gewonnen zou hebben als dit ongeluk niet was gebeurd. Hij moest nog een tweede pitstop maken en op dat moment zou Trulli normaal geproken weer aan de leiding zijn gegaan.

Schumacher, de tiende van in totaal elf uitvallers, liet weer eens zien dat hij een betere winnaar dan een verliezer is. Hij gaf Montoya de schuld van het ongeluk in de tunnel. De Colombiaan wees er na afloop op dat hij geen kant op kon. Schumacher: ,,Ik deed wat je altijd doet als je achter de safety car rijdt: je warmt je banden op en je warmt je remmen op. Je accellereert en je vertraagt.'' In tegenstelling tot Schumacher kon Montoya, vorig jaar winnaar in Monaco, de race vervolgen. De raceleiding zag geen aanleiding hem te straffen.

Trulli, bezig aan zijn achtste seizoen, kreeg na afloop van zijn 117de F1-race de trofee uit handen van prins Rainier. Button werd tweede, vlak achter de winnaar. Barrichello luisterde zijn 32ste verjaardag op met de derde plaats. Zoals bijna gebruikelijk na een F1-race klonk het Italiaanse volkslied. Nu eens niet voor de winnende renstal, Ferrari, maar voor de winnende coureur. Op veilige afstand van het prinselijke gezelschap, zoals het protocol in Monte Carlo voorschrijft, kreeg Jarno Trulli zijn champagnedouche.