`Russen verwoestten amberkamer zelf'

De panelen van de achttiende-eeuwse amberkamer van het paleis van Catharina de Grote in St. Petersburg, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nazi's als oorlogsbuit mee genomen werden en terecht kwamen in Konigsberg, zijn mogelijk verbrand door de Russen zelf.

Dat meldde BBC zaterdag. Tot nu toe niet gepubliceerd onderzoek van de KGB en de voormalig Oost-Duitse geheime dienst Stasi toont aan dat het Rode Leger bij zijn bestorming van de Konigsberg in 1945 de panelen verbrandde. De Russische autoriteiten hebben altijd beweerd dat het interieur, en in het bijzonder de panelen gemaakt van zesduizend kilo barnsteen, nog ergens in Duitsland verborgen lagen.

De Britse krant The Sunday Telegraph schreef gisteren dat de onderzoeksdocumenten gepubliceerd zijn in het boek The Amber Room: The untold Story of the Greatest Hoax of the Twentieth Century. Auteurs Adrian Levy en Cathy Scott beweren daarin bovendien dat Moskou opzettelijk achterhield wat het lot van de panelen na de oorlog was. Zo werd de indruk gewekt dat de verdwenen kunstschat nog ontdekt moest worden. Rusland heeft na de oorlog verwoede pogingen gedaan om de panelen terug te vinden. In de jaren negentig doken een kast en een mozaïek uit de kamer op, maar van de panelen ontbrak ieder spoor.

De Sovjet-Unie stelde in 1979 acht miljoen euro beschikbaar voor een replica van de kamer. Vorig jaar was deze af. De kamer was een cadeau van de Pruissische koning Frederick William I aan Peter de Grote in 1716.