Olie en economie

De slagader van de wereldeconomie is de energievoorziening. De beschikbaarheid van voldoende olie en gas houdt wereldwijd elektriciteitscentrales, industrieën en transport draaiende. Maar deze energiestroom is kwetsbaar en verstoringen vertalen zich in hogere prijzen met als graadmeter de prijs van een vat ruwe olie. Deze is de afgelopen weken opgelopen tot meer dan veertig dollar. Deels is dat een kwestie van groeiende vraag uit Azië, waar de behoefte aan energie zo groot is dat China dit jaar al meer olie importeert dan Japan. Ook de expansie van de Amerikaanse economie slurpt olie en in de Verenigde Staten gaan met de zomer in het verschiet de airco's weer op hoog. Het trage herstel van de olieproductie in Irak en de geopolitieke onzekerheid in het Midden-Oosten in het algemeen spelen een rol bij de hoge prijzen. En dan zijn er de knelpunten van het aanbod. De OPEC, het kartel van olieproducerende landen, produceert al meer dan het officieel afgesproken quotum en de wereldolieproductie zit tegen het maximale productieplafond. Er is met andere woorden nauwelijks reservecapaciteit beschikbaar.

De tijd van oliecrises zoals in de jaren zeventig van de vorige eeuw is nog niet aangebroken. Toen waren er grote politieke ontwrichtingen – de Jom Kippoer-oorlog in 1973 en de machtsovername van de ayatollah's in Iran in 1978 – en schoten de prijzen (in huidige dollars) verder omhoog. Maar zorgwekkend is de situatie wel en olieprijzen van veertig dollar per vat wijzen eens te meer op de belangen die op het spel staan bij de politieke stabilisering van Irak en de beteugeling van het islamradicalisme in het Midden-Oosten. Een grondige, langdurige verstoring van de olieproductie in het wijde gebied van de Kaspische zee tot de Perzische Golf kost wereldwijd welvaart.

Alsof het een gecoördineerde actie betrof hebben dit weekeinde de ministers van de acht belangrijkste industrielanden (G8) in New York een oproep gedaan om meer olie op de markt te brengen en heeft de olieminister van Saoedi-Arabië op een energieconferentie in Amsterdam bekendgemaakt dat zijn land op korte termijn de productiecapaciteit wil verhogen. De G8 verklaarde dat lagere olieprijzen in het belang zijn van een gezond herstel van de wereldeconomie. Des te groter is de betekenis van de aankondiging van Ali Al-Naimi, de Saoedische olieminister, dat Saoedi-Arabië meer bronnen in gebruik wil nemen en meer olie omhoog wil pompen. Hierdoor wordt de buffer in de productiecapaciteit van olie groter en kunnen toekomstige schokken beter worden opgevangen. Bovendien bekrachtigt Saoedi-Arabië, goed voor een kwart van de bewezen oliereserves in de wereld, eens te meer zijn rol als de swing producer, de spelbepaler van de oliemarkt.

Olie en gas zullen de komende decennia de belangrijkste energiebronnen van de wereld blijven. Volgens het Internationale Energie Agentschap moet tussen nu en 2030 zo'n 16 biljoen dollar in de energiesector worden geïnvesteerd om aan de toenemende vraag naar energie te kunnen blijven voldoen. Met de opkomst van de Aziatische economieën, waar de vraag het hardst zal groeien, en het aanbod dat in hoofdzaak afkomstig blijft uit het Midden-Oosten en het Kaukasische bekken, doemen er ongekende geopolitieke en strategische vraagstukken op. Deze worden niet opgelost door de aangekondigde verhoging van de Saoedische productie, al is die meer dan welkom om de olieprijzen op de korte termijn te dempen. Daarmee is nú het voortgaand herstel van de wereldeconomie gediend.