Meevaller kabinet door hoge olieprijs

De sterk gestegen prijs van olie levert de Nederlandse staat al dit jaar een meevaller op van 400 miljoen euro. Dit bedrag wordt volgende week gepresenteerd aan het kabinet.

Dit hebben bronnen rondom het kabinet vanmorgen bevestigd. De meevaller is gebaseerd op de gemiddelde olieprijs in 2004 tot nu toe, bijna 33 dollar per vat. Houdt dat gemiddelde prijspeil aan, dan loopt de meevaller in 2005 op tot een miljard euro.

Het bedrag van 400 miljoen euro – een kleine 0,1 procent van het bruto binnenlands product – staat in de zogenoemde Koninginne-MEV (Macro Economische Verkenningen), een niet-openbare raming van het Centraal Planbureau (CPB) die is bedoeld voor het kabinet. De meevaller komt ten gunste van het Fonds Economische Structuurversterking, waaruit infrastructurele uitgaven worden gedaan zoals die voor aanleg van de Betuwelijn en de HSL-Zuid en verbreding van snelwegen.

Vanmorgen bedroeg de prijs van Noordzee-olie, na een piek van bijna 40 dollar vorige week, ruim 36 dollar per vat. Als dit prijspeil aanhoudt, dan kan de meevaller voor de begroting nog verder oplopen – tot 900 miljoen euro dit jaar en bijna twee miljard volgend jaar. De financiële meevaller vloeit voort uit de hogere prijs die Nederland krijgt voor zijn aardgas, die aan de olieprijs is gekoppeld.

In het recente pakket aan aanvullende maatregelen om de begroting weer op orde te krijgen heeft minister Zalm (Financiën) al 100 miljoen euro van de verwachte aardgasmeevaller ingeboekt.

Tegenover het effect van de hoge olieprijs staat een iets lagere gemiddelde dollarkoers dan voorzien, en negatieve gevolgen van dure olie voor de Nederlandse economie. Die wegen budgettair echter niet op tegen het directe effect van de gestegen prijs van olie en gas.

De groep van zeven grootste industrielanden sloeg dit weekeinde alarm over de hoge olieprijs. De ministers van Financiën van de G7 eisten na een bijeenkomst in New York in ongewoon harde taal dat olieproducerende landen er alles aan doen om met een hogere productie de olieprijzen te drukken tot een niveau dat weer ,,consistent is met duurzame economische ontwikkeling''.

Op een bijeenkomst in Amsterdam, in de wandelgangen van het International Energy Forum, kwamen leden van de organisatie voor olieproducerende en -exporterende landen (OPEC) dit weekeinde niet tot overeenstemming over uitbreiding van de productie die door het belangrijkste lid Saoedi-Arabië was voorgesteld. Met name Venezuela en Libië zijn tegen een productieverhoging. Op 3 juni volgt een formele OPEC-vergadering in Beiroet waar het Saoedische plan opnieuw wordt besproken.

HOOFDARTIKEL pagina 7

G7 en OPEC pagina 11