Koddige Dreigroschenoper zonder scherpe kantjes

Als een opera een doorgecomponeerd schouwspel is met klassiek geschoolde zangers en een symfonische partituur, is Die Dreigroschenoper geen opera. Bertold Brecht en Kurt Weill schreven hun muziektheatersatire in 1928 voor zingende acteurs en kleinkunstenaars, met lange dialoogscènes, songs die onmiddellijk welkom waren in het Duitse cabaretcircuit, en een kleine kapel die de roaring twenties-muziek kon laten swingen en spetteren. Geen wonder dat het stuk, althans in Nederland, nooit eerder door een professioneel operagezelschap is uitgevoerd: het stelt volstrekt andere eisen dan een opera.

Opera Zuid heeft zodoende een primeur. Maar het resultaat is een voorstelling die ergens tussen alles in is blijven hangen: geen opera, geen acteursstuk – en ook geen verrassend nieuwe mengvorm van beide genres. Hooguit een respectabele poging om een ander terrein te betreden, maar zonder overtuigend resultaat.

Die Dreigroschenoper wordt hier gespeeld op een toneel met vijf podiumbrede traptreden, een plateau dat ruimte biedt voor de verschillende locaties en een loopbrug daarboven. De personages dragen helgekleurde, tijdloze kostuums die nauwelijks meer refereren aan het achttiende-eeuwse Londen waar Macheath de misdaad aanvoert, en Jonathan Jeremiah Peachum met een ijzeren vuist zijn bedelaarskartel in stand houdt. Ze zien er schoongewassen uit en bewegen zich in een gestileerde ruimte, die evenmin de door Brecht bedoelde sfeer van verloedering oproept – waar eerst het vreten komt, en dan pas de moraal. Het zou mooi zijn als het anders was, maar helaas: ,,Die Verhältnisse, sie sind nicht so.''

Het is een cynisch beeld met zwarte grappen, harde waarheden en toch nog wat glimpjes van menselijk gevoel, dat Die Dreigroschenoper tot zo'n hoogtepunt heeft gemaakt. Niet ten onrechte heeft regisseur Jetske Mijnssen gekozen voor een groteske speelstijl – die zou alle scherpte naar boven kunnen halen. Maar wat kennelijk grotesk was bedoeld, wordt bij deze zangers voornamelijk een vertoon van koddigheid, waardoor de angel al gauw niet meer prikt. Dat wreekt zich vooral bij de bas Jan Alofs, die van Peachum een olijk nummertje opera buffa maakt. Het ontbreekt hem niet aan enige flair, maar wel aan gevaar.

Ook van zijn voornaamste tegenstrever, Macheath, gaat weinig dreiging uit. Met zijn lichte bariton en zijn jongensachtige onschuld lijkt Maarten Koningsberger meer op Cor Bakker dan op een gewetenloze bendeleider die alle vrouwenharten tot razernij brengt. Maaike Widdershoven, die afkomstig is uit de musicalwereld, is wel een hübsche Polly, die haar sopraantje kan laten gnuiven en grommen. Maar de Duitse mezzo Roswitha Müller zingt veel te licht en te lief om de trotse tragiek van haar hoerige rivale Jenny tot leven te brengen. Grappig is wel de mezzo Klara Uleman als mevrouw Peachum; ze zingt als een klaroen en speelt een cartoonesk soort heks met een vervaarlijke kinnebak. En de bariton Jeroen Manders heeft niet de présence om de Moritatensänger, die nota bene het wereldberoemde Mackie Messer te zingen krijgt, tot een ceremoniemeester met overwicht te maken.

Het is, alles bij elkaar, een onevenwichtig ensemble dat in een nogal egaal belicht toneelbeeld een tamelijk bloedeloze voorstelling speelt.

Aldert Vermeulen dirigeert dertien leden van het Brabants Orkest, in een authentieke kapelbezetting. Maar ook bij hen overheerst een gebrek aan durf en brutaliteit. De muziek van Kurt Weill komt veel te voorzichtig en te gedempt uit de orkestbak om ook maar één moment meeslepend te worden. Wat hoekig en schurend was, is veranderd in verfijnde salonmuziek. Wat soms navrant en schel moet zijn, en soms smeltend maar nooit sentimenteel, klinkt hier veel te iel om indruk te maken.

Bijna vier jaar geleden speelde het Noord Nederlands Toneel een grappige, maar ook wat rommelige Driestuiversopera met acteurs en cabaretiers – totaal oneerbiedig en maar half gelukt. Nu heeft Opera Zuid een voorstelling gemaakt, waarin de eerbied overheerst. En ook dat is niet echt goed gelukt.

Voorstelling: Die Dreigroschenoper, van Bertolt Brecht en Kurt Weill, door Opera Zuid. Orkest o.l.v. Aldert Vermeulen. Decor: Solita Stucken. Regie: Jetske Mijnssen. Gezien: 22/5 in de Stadsschouwburg, Eindhoven. Tournee t/m 15/6. Inl. (043) 3210166, www.operazuid.nl