Iraakse heilige plaatsen centra van geweld

Bij gevechten afgelopen nacht tussen Amerikaanse militairen en strijders trouw aan de radicale shi'itische geestelijke Muqtada Sadr in de heilige stad Najaf is één dode gevallen en zijn ten minste twintig anderen gewond geraakt. Alle slachtoffers waren Irakezen.

De gevechten in Najaf volgen op de aanval door Amerikaanse en Iraakse militairen op een moskee in het nabijgelegen Kufa, eerder gisteren. Bij die aanval zouden zeker 32 strijders van al-Sadr zijn gedood. Ook elders in Irak raakten Amerikaanse militairen met militieleden slaags. Daarbij vielen in Bagdad negen gewonden onder Amerikaanse militairen.

Aan gevechten in Kerbala, tussen Amerikaanse militairen en militieleden, lijkt na weken van strijd een einde te zijn gekomen. Militieleden zouden hun stellingen in die stad hebben opgegeven. Eén Amerikaanse militair kwam om in Falluja nadat zijn voertuig werd getroffen door een bom in een nabij geparkeerde auto.

In Kufa hebben Amerikaanse militairen en tanks inmiddels het centrum van de stad bezet. Het is de eerste keer dat Amerikaanse militairen zich in Kufa hebben begeven sinds Sadr begin vorige maand opriep tot een opstand tegen de door de Verenigde Staten geleide buitenlandse bezettingsmacht. De aanval op de Sahla-moskee in Kufa had plaats omdat de Amerikaanse bezettingsmacht het vermoeden had dat daar wapens lagen opgeslagen. Er zouden verscheidene wapens in beslag zijn genomen.

De aanval op de moskee is zeer omstreden omdat het Amerikaanse leger heeft gezegd aanvallen op heilige plaatsen zoveel mogelijk te voorkomen. Kufa en Najaf behoren tot de heiligste plaatsen in Irak. Op de aanval van gisteren is dan ook fel gereageerd door shi'iten in Irak en Iran. Zo veroordeelde gisteren de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken het Amerikaanse militaire optreden in Irak.

De Amerikaanse president Bush onderwijl zou later vandaag een televisietoespraak houden waarin hij het Amerikaanse publiek tracht te verzekeren dat de overdracht van de macht in Iraakse handen op 30 juni verantwoord is en de geweldsspiraal onder controle gebracht kan worden. Steeds meer Amerikanen twijfelen daaraan.

Aanhoudend geweld, maar ook de recente berichten over mishandeling door Amerikaanse militairen heeft het Amerikaanse vertrouwen in een goede afloop de oorlog verder geschonden. Het ministerie van Defensie heeft een bericht, dat de hoogste Amerikaanse militair in Irak, generaal Ricardo Sanchez, aanwezig was bij de martelingen, afgedaan als ,,absurd''.