`Iedereen is welkom, wij discrimineren niet'

China's steden groeien en bloeien, maar hoe is de situatie in het achterland? Onze correspondent is er twee weken per auto op uit en praat dit keer met Chinese moslims.

,,Bent u soms een moslim?'', vraagt de vrouw aan de poort van haar ommuurde dorpje dicht in de buurt van Yinchuan, de hoofdstad van de provincie Ningxia, als we komen aanlopen. Nee, ze heeft nooit contact met moslims, en ook niet met Mongolen, want in haar kleine nederzetting wonen alleen Han-Chinezen, die vanuit heel China naar het dorp zijn getrokken. ,,Oorspronkelijk was dit een landbouwcommune die viel onder het Chinese leger'', zegt een oudere man. ,,Die legerbasis is er nog steeds, maar inmiddels zijn we een zelfstandig dorp geworden.''

Wat beweegt een Chinees om te verhuizen naar een afgelegen gebied als Ningxia? ,,Mijn ouders vinden dat het onderwijs hier beter is'', zegt een jongetje van twaalf, die uit de naburige provincie komt. ,,Ik ben al overal geweest, als ik ergens de kost kan verdienen, dan blijf ik daar'', zegt een man van een jaar of dertig die uit een rijke kustprovincie komt. Of heeft hij soms iets op zijn kerfstok? Het lijkt niemand te interesseren in deze stoffige, vervallen nederzetting, waar iedereen probeert om een bestaan bijeen te schrapen.

Ook in Yinchuan vertellen de mensen dat er heel veel Chinezen van buiten de provincie naar het oorspronkelijk vooral door moslims bewoonde gebied zijn getrokken en nog steeds trekken. Zij ontginnen de grondstoffen en leggen de wegen aan.

Zijn de moslims wel blij met die toestroom van Chinezen in `hun' provincie Ningxia, die officieel een door de moslims zelf bestuurd autonoom gebied binnen China is? ,,Ja hoor, iedereen is hier welkom, wij discrimineren niet'', zegt een meisje dat in een groot moslim-restaurant bij de moskee van Yinchuan werkt. Ze komt eigenlijk uit een dorpje in de buurt, maar er is veel meer werk in Yinchuan. Ook de in een goudkleurige hoofddoek en lange zwarte jurk gehulde vrouw die aan de andere kant van de moskee een winkel in religieuze artikelen drijft, uit zich niet negatief over de Chinezen. Ze spreekt aanvankelijk aarzelend terwijl ze leunt tegen een vitrine waarin een wekker in de vorm van een roze moskee staat uitgestald naast een rijtje korans. ,,Ik vind het alleen wel verkeerd dat moslims met Han-Chinezen trouwen. Dat zie je steeds meer, en dat is slecht voor ons geloof, want dan verwatert het'', zegt de vrouw, wier man hoofd is van de plaatselijke Arabische school waar wie wil kan leren om de koran te lezen. Haar zus studeert in Syrië, en zelf hoopt ze volgend jaar op bedevaart naar Mekka te gaan.

Ze geeft hoog op van China's godsdienstvrijheid, en ze zegt dat de Chinese overheid haar en haar winkel geen strobreed in de weg legt. ,,De islam brengt alleen maar goede zaken, dus dan is dat ook logisch'', verklaart ze. Een vraag over het Amerikaanse optreden in Irak durft ze niet te beantwoorden. ,,Dat zijn internationale aangelegenheden, daar ga ik niet over'', zegt ze afwerend.

Tussen de provincies Ningxia en Binnen-Mongolië loopt China's Grote Muur. Niet ver buiten de Muur hopen we ook Mongoolse dorpen te vinden. Maar de dorpen langs de weg zijn verlaten, in één ervan komen we alleen nog een oude Chinese man in Mao-pak tegen. Hij kijkt vanuit zijn winderige woning uit over een binnenplaats, waar grote vellen rood-wit-blauw gekleurd plastic opwapperen. Onder dat plastic ligt bouwmateriaal, waarmee de weg waarlangs we zijn gekomen wordt verbeterd en verbreed.

Wonen er nog andere mensen in dit kale, bergachtige landschap? ,,Nee, want de mensen mogen hun schapen hier niet meer laten grazen, dan worden de bergen te kaal. Sommigen zijn naar de stad getrokken, anderen zitten nu met hun kuddes dieper de bergen in.'' Vanuit het verlaten achterland rijden we via een spiksplinternieuwe achtbaansweg langs nieuw aangelegde woonwijken, parken en fonteinen het snel uitdijende Yinchuan weer binnen.

De introductie en de eerste twee delen van deze serie zijn terug te lezen op www.nrc.nl