Harige Harry's

Het Nederlands telt ruim zeshonderd woorden voor `penis' en een kleine vijfhonderd voor `vagina'. In vergelijking daarmee, geachte lezers, komen de ballen van de man er bekaaid vanaf. Mede dankzij uw hulp vond ik ruim vijftig woorden en uitdrukkingen voor `teelballen', die volgens een beperkt aantal benoemingsmotieven zijn gevormd.

Die benoemingsmotieven liggen nogal voor de hand. Wat is, in essentie, de bal? Een rond, harig ding, een drager en producent van zaad, een teken van mannelijkheid en vruchtbaarheid. Het zijn díe eigenschappen die we terugvinden in de diverse woorden voor testikels. Verder zie je aan sommige woorden dat de ballen iets met seks te maken hebben. Seks was lang een taboeonderwerp, en taboeonderwerpen leiden in de taal doorgaans tot twee uitersten: enerzijds eufemismen, woorden die de zaak moeten verzachten of verhullen, en anderzijds schertsend gevormde woorden en uitdrukkingen die tot doel hebben te shockeren of het taboe op de hak te nemen.

De Grote Van Dale vermeldt voet als eufemistisch dialectwoord voor `kloot', enkele lezers kwamen op de proppen met wattenbolletjes, pongels (pongel betekent `bundel, zak') en krootjes. Over dit laatste woord schreef een vrouw: ,,Als mijn man en ik het over krootjes hebben, weten we precies wat we bedoelen! Een verkleinwoord dus van kroten (dat zal wel weer een verbastering zijn van kloten), maar krootjes klinkt toch heel wat vriendelijker.''

Relatief veel woorden verwijzen naar de vorm van de teelbal. Dat geldt bijvoorbeeld voor kloot, een Middelnederlands woord dat oorspronkelijk `klomp, kluit, bol' betekende. Om dezelfde reden worden de ballen soms aangeduid als knikkers, klissen, klitsen, eierkolen, klijsters (eigenlijk `bloembollen'), klossen of plinteklossen, dan wel uien, juinen, ajuinen of (wal)noten. Volgens de Grote Van Dale wordt in sommige dialecten nier voor `zaadbal' gebruikt en ook dat zal wel naar de vorm van de zaadbal verwijzen.

Bij synoniemen als eitjes en eieren speelt naast de vorm ook de vruchtbaarheid een rol. Waarschijnlijk is dat tevens het geval bij namen als peren, bergamots (een citrusvrucht) en dadels. Dat ook kiwi's weleens voor `kloten' wordt gebruikt, zal behalve door de ronde vorm ook door het harige uiterlijk van deze vrucht komen. Iets vergelijkbaars speelt bij kokosnoten, maar dat wordt volgens mij vooral voor `grote ballen' gebruikt.

De ballen produceren en bevatten het zaad van de man. Die functie zie je terug in namen als kamers (,,Hij heeft flinke kamers''), zaadtubes en schalen (dat volgens Van Dale alleen nog voorkomt in uitdrukkingen als iemand voor zijn schalen schoppen). En wat doet een man het liefst met zijn maggies, bonkjes of bammen, om nog eens een paar dialectwoorden te noemen? Schieten! Vandaar strijdbare aanduidingen als kogels, granaten, patronen en neukpatronen.

Neukpatronen, dat ook voor `eieren' wordt gebruikt, is zonder twijfel schertsend gevormd. Dat geldt eveneens voor woorden en uitdrukkingen als harige Harry's, japies, Henk Jannen, familiejuwelen, losse medewerkers, getuigen (een woordspel met testis), kapelaantjes en aardappels of piepers (in de uitdrukking even de aardappels/piepers afgieten voor `pissen'). Het door veel lezers genoemde klokkenspel en klok-en-hamerspel is niet specifiek genoeg, want dat gaat over 't hele zakie, het complete slagwerk of instrumentarium van de man.

Er is meer, maar de ruimte is beperkt, dus daarom, tot slot, een interessante reactie van een verpleegkundige uit een justitiële jeugdinrichting. ,,Elke jongen die nieuw binnenkomt'', schreef zij, ,,wordt medisch gekeurd. In (waarschijnlijk) alle inrichtingen in Nederland is het een algemene `grap' dat groepsgenoten (en groepsleiders) zo'n nieuwe jongen vertellen dat hij `de ballenprik' moet hebben wanneer hij naar de medische dienst moet voor de keuring. Menig jongen (hoe stoer ook) zit sidderend bij mij om te ontdekken dat hij voor de gek is gehouden.''

Ziehier de bal als het kwetsbaarste deel van de man.

Reacties naar sanders@nrc.nl