Democratische landen: verenigt u!

Niet de Verenigde Naties, waar ook niet-democratische landen lid van zijn, maar een Verbond van Democratische Landen moet hét orgaan worden dat de problemen van oorlog en vrede te lijf gaat, menen Ivo H. Daalder en James M. Lindsay.

Nu de solotoer van president Bush in Irak op een mislukking afstevent, roepen veel van zijn critici dat het Amerikaanse buitenlandse beleid moet terugkeren naar een traditioneel multilateralisme op basis van de Verenigde Naties. Bush' critici wijzen er terecht op dat het goed is voor de Verenigde Staten, wanneer de Amerikaanse acties de zegen krijgen van de VN. Maar zij geven in het openbaar niet toe wat iedereen onder vier ogen wél toegeeft: dat de VN, als instelling van vóór de Koude Oorlog die opereert in een wereld van ná de Koude Oorlog, de nijpendste veiligheidsproblemen helemaal niet aankunnen.

Wanneer oorlogvoerende partijen liever de wapens laten rusten, kunnen de blauwhelmen helpen de vrede te bewaren, maar – zoals wij op de Balkan hebben geleerd – waar geen vrede heerst, kunnen zíj die niet tot stand brengen. En zoals wij in de twaalf jaren voorafgaand aan de oorlog in Irak hebben gezien, kunnen de Verenigde Naties de naleving van hun belangrijkste resoluties niet afdwingen.

Het is prijzenswaardig dat pogingen worden gedaan om de VN weerbaarder te maken tegen bedreigingen van de mondiale veiligheid, maar een VN-strijdmacht komt er nooit. En voorstellen om bijvoorbeeld de Veiligheidsraad te herzien, vredeshandhavers op te leiden en een einde te maken aan bureaucratische wildgroei, zullen de slagvaardigheid van de VN slechts in zeer bescheiden mate vergroten.

Maar de kern van het probleem is dat de VN hun leden behandelen als soeverein en gelijkwaardig, ongeacht de aard van hun regime. Een Irak dat resoluties naast zich neerlegt waarin wordt geëist dat het zijn massavernietigingswapens ontmantelt, kan voorzitter zijn van de VN-conferentie over ontwapening. Een Soedan dat in een oorlog genocide bedrijft, kan worden gekozen als lid van de VN-commissie voor de mensenrechten.

Het idee van soevereiniteit en gelijkheid gaat terug op het besluit dat regeringen zestig jaar bewust geleden hebben genomen om af te zien van het recht om zich te mengen in andermans binnenlandse aangelegenheden. Die keuze deugt niet meer. In dit tijdperk van snelle globalisering hebben binnenlandse ontwikkelingen in verre landen gevolgen voor ons welzijn, ja, zelfs voor onze veiligheid. Dat heeft 11 september ons geleerd.

Of de soevereiniteit van een staat wordt gerespecteerd, zou nu moeten afhangen van de vraag hoe een staat niet alleen in het buitenland, maar ook in eigen land optreedt. Soevereiniteit brengt de verantwoordelijkheid mee om je burgers te beschermen tegen geweldpleging op grote schaal, en de plicht om op te treden tegen binnenlandse ontwikkelingen die anderen in gevaar brengen.

Wij moeten een internationale orde opbouwen die rekening houdt met het interne bestel van landen. Democratie is hét criterium. Democratische landen vormen veel minder een gevaar voor andere landen, en zijn veelal bekwamer dan autocratieën. Daarom zouden democratische staten zich aaneen moeten sluiten om hun gemeenschappelijke belangen na te streven.

Een Verbond van Democratische Landen, dat is wat wij nodig hebben. Zo'n organisatie zou landen met gevestigde democratische tradities verenigen, zoals de Verenigde Staten en Canada, de landen van de Europese Unie, Japan, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Australië, India en Israël, Botswana en Costa Rica. Het lidmaatschap zou moeten openstaan voor landen waar de democratie zo hecht geworteld is dat terugkeer naar een autocratisch bewind ondenkbaar is.

Net als de NAVO tijdens Koude Oorlog zou het Verbond van Democratische Landen de centrale pijler moeten worden van het Amerikaanse buitenlandse beleid. Maar anders dan de NAVO zou dit verbond niet worden gevormd tegen één land, of beperkt blijven tot één regio. Neen, het zou ten doel hebben de internationale samenwerking in de strijd tegen het terrorisme te versterken, de verbreiding van wapens tegen te gaan, besmettelijke ziekten te genezen en de wereldwijde temperatuurstijging te beteugelen. Ook zou het zich krachtig moeten inzetten voor de waarden die zijn leden essentieel vinden voor hun veiligheid en welzijn: democratisch bestuur, eerbied voor de rechten van de mens, een markteconomie.

Het lidmaatschap zou concrete voordelen moeten hebben. De handel tussen de leden zou vrij moeten zijn van heffingen en andere belemmeringen. De besluitvorming zou openbaar, helder en gemeenschappelijk moeten zijn.

Dit verbond zou een machtig werktuig zijn ter bevordering van de democratie. Zoals het vooruitzicht van het lidmaatschap van de NAVO en de EU het aanzien van Europa heeft veranderd, zo zou ook het vooruitzicht om lid te worden van het Verbond van Democratische Landen kunnen helpen de wereld te veranderen.

Het Verbond van Democratische Landen zou niet alleen zelfstandig moeten opereren, maar ook als een forum binnen bestaande instellingen. Het zou ertoe moeten bijdragen dat de Verenigde Naties effectiever en slagvaardiger worden. Als er geen verandering komt in het onvermogen van de VN om de moeilijkste problemen aan te pakken, zou het verbond een alternatief, legitiemer lichaam zijn om optreden te autoriseren.

Als Amerika het initiatief zou nemen tot de oprichting van een Verbond van Democratische Landen, zou dat tegemoetkomen aan de vurige wens bij zowel links als rechts in de Verenigde Staten om niet alleen de waarden van Amerika maar ook zijn belangen hoog te houden. Het welslagen van die onderneming lijkt de enige mogelijkheid om te ontkomen aan de noodlottige alternatieven van ofwel een solo-optreden, ofwel een traditioneel multilateralisme waarin de aandacht voor procedures het sinds lang gewonnen heeft van het streven naar effectiviteit.

Ivo Daalder is verbonden aan het Brookings Instituut in Washington; James Lindsay is vice-president van de Council on Foreign Relations.