De trein

Zaterdagmiddag lag het oostelijke spoorwegemplacement van het Centraal Station van Amsterdam er alweer bijna bij alsof er niets gebeurd was. De kraanwagens stonden aan de kant, ook die van de firma De Kil uit Dordrecht, en op de rails werkte nog maar een klein ploegje mannen.

's Nachts moest er keihard doorgewerkt zijn. Het verkreukelde deel van de verongelukte intercity was weggehaald, er was alleen nog de ingedrukte kop te zien van de locomotief van de intercity. Over die locomotief was het voorste treindeel als een steigerend paard naar de hemel geklommen, zoals we op de foto's hadden kunnen zien.

Vrijdagavond hoorde ik op het perron van Rotterdam voor het eerst van het ongeluk. NS-personeel vertelde passagiers dat er bij Amsterdam iets zeer ernstigs was gebeurd. Amsterdam was alleen nog maar tot Sloterdijk bereikbaar.

Konden we dan niet beter via Utrecht reizen? Nee, want ook vanuit die richting was het Centraal Station afgesloten juist daar.

Toen begrepen we dat het dramatisch genoeg was om niet langer te zeuren.

Het gaf te denken. Het ging om een trein waarin ik op dat uur gemakkelijk zelf had kunnen zitten. En aangezien ik er nooit op let wáár ik ga zitten, had ik ook in dat getroffen voorste deel kunnen belanden.

Als mensen, en zelfs landschappen, hun onschuld kunnen verliezen, waarom treinen dan niet? Om de (Nederlandse) trein hing voor mij altijd het aureool van de veiligheid. Er gebeurden af en toe wel ernstige ongelukken, maar dat was lang geleden of een behoorlijk eindje van mijn bed. Nu kwam het wel erg dichtbij, net als die bommeldingen rond het Centraal Station.

Levensgevaar hoorde voor mij altijd veel meer bij auto's. Daar was ik me met de jaren steeds meer van bewust geworden. Eén verkeerde manoeuvre, van jezelf of van een ander, en je was er niet meer. Ik had in mijn jeugd de gevolgen van een vreselijk auto-ongeluk in mijn omgeving meegemaakt en ik moest daar nog vaak aan terugdenken.

Mensen vroegen wel eens: rij je mee naar huis? Maar dan betrapte ik me steeds vaker op een aarzeling. Hadden ze gedronken, konden ze wel goed rijden? Nee, toch maar liever de trein dan zat je altijd goed.

Dat gevoel is de laatste tijd steeds meer aangetast. `Madrid' speelde daarbij een belangrijke rol. Sindsdien weet de treinreiziger, en zeker die in de Randstad, dat hem hetzelfde lot kan treffen. Ik hoorde dat het vrijdag ook de eerste reactie van een aantal reizigers in de verongelukte trein is geweest: het is een aanslag.

Nu blijkt wat insiders al veel langer wisten: dat het beveiligingssysteem van NS verouderd is. Het kost enkele miljarden euro's om dat verbeteren en dat is te veel, vindt de minister.

Vreemd is dat. Als het om de opzet en uitvoering van nieuwe projecten gaat, hoor je dat argument nooit. Overschrijdingen met miljoenen euro's worden dan als een onvermijdelijk kwaad geaccepteerd. Het wachten is op een treinongeluk met zo'n honderd doden, een nieuw `Harmelen', waar in 1962 93 doden vielen. Ministers en parlementariërs overtuig je pas met lijkkisten, liefst zoveel mogelijk tegelijk.