Atleet Som praat al als een echte vent

De 800-meterloper Bram Som stelde in Nijmegen deelname aan de Spelen veilig. De volgend stap: een grote wedstrijd winnen.

Ontlast van wankelmoedigheid en gepantserd door tegenslagen loopt 800-meterloper Bram Som tegenwoordig zijn wedstrijden. De getormenteerde jaren voorbij doorgrondt hij inmiddels de complexiteit van de afstand waar veel reputaties met een korte houdbaarheidsdatum worden gevestigd. Som weet sinds gisteravond dat hij over drie maanden in Athene een tweede poging mag doen zijn 800 meter op olympisch niveau te brengen. Bij de wedstrijd Global Athletics in Nijmegen toonde de 24-jarige atleet uit de Achterhoek met een winnende tijd van 1.45,59 overtuigend vormbehoud voor de Spelen.

Zelfs de kenners wreven gisteravond hun ogen uit. De manier waarop Som zich in een zielloze ambiance onder beroerde weersomstandigheden verzekerde van deelname aan de Olympisch Spelen was imponerend. Alsof de kilheid hem koud liet en de venijnige windvlagen geen vat op zijn ranke lichaam kregen, accelereerde hij na 600 meter op het door `haas' Rickert van Ree geëffende pad, gerenommeerde lopers als de Zuid-Afrikaan Werner Botha, Marko Koers, Arnoud Okken en Gert-Jan Liefers happend naar adem achter zich latend. Onversaagd het hoge tempo volhoudend dook hij ruim onder de tijd van 1.47,00, die voor vormbehoud werd vereist. Som had zich vorig jaar met een tijd van 1.45,11 bij de WK in Parijs immers al genomineerd voor de Spelen.

Ellen van Langen, die in 1992 op de 800 meter reeds alle barrières op weg naar de gouden medaille had doorbroken, keek aan de rand van de Nijmeegse baan onder de klep van een geruite pet bewonderend toe. De olympisch kampioene van Barcelona: ,,Niet alleen door de slechte weersomstandigheden, maar vooral de manier waarop hij het initiatief nam om de wedstrijd naar zijn hand te zetten, was indrukwekkend.'' En om haar loftuiting kracht bij te zetten, perste de olympisch kampioene haar lippen strak samen om de gezichtsuitdrukking van prijzenswaardigheid meer reliëf te geven.

Omgeven door rillende mensen lag de glimlach op Soms gezicht bestorven. Negatieve externe factoren hadden geen vat op het humeur van de atleet, die zichtbaar geniet van zijn gestage progressie. Som weet dat hij inmiddels de besten ter wereld is genaderd, maar die status eens moet bevestigen in grote wedstrijden. Tussen de fine fleur van de 800-meterlopers wordt meer verlangd dan snelle benen. Wedstrijdhardheid en meedogenloosheid bijvoorbeeld.

Eigenschappen die niet in de genen zitten van de als weekhartig te boek staande Som. Maar gisteren in Nijmegen voorspelde hij beterschap. Op verbeten toon: ,,Tot de Spelen wil ik grote wedstrijden lopen, daar leer je het meest. Onder andere om minder respect te hebben voor mijn tegenstanders. Ik heb me voorgenomen daar dit jaar voorgoed doorheen te prikken. Bij de Golden-Leaguewedstrijden was ik vorig jaar derde, vierde of vijfde. Dit jaar wil ik verder. Waarom niet een keer achter de haas aanlopen, iets wat ik nooit durfde uit angst om kapot te gaan. Ik moet een winnaar worden. Als je dat eenmaal bent geweest, ken je het kunstje. Ik wil ook wel een keer iets moois aan de muur kunnen hangen.''

Woorden van een echte vent, die bovendien overstroomt van zelfvertrouwen. Sinds zijn debuut als senior bij de Olympische Spelen in Sydney is hij tot wasdom gekomen op de afstand waar van atleten de onmogelijke mix van duurvermogen en snelheid wordt verlangd. Som: ,,Als ik zie hoe ik me vier jaar geleden voorbereidde, kan ik me nog wel voor mijn kop slaan. Ik ging voor de Spelen zelfs op vakantie. Waar ik destijds niet de controle over mezelf had, is dat nu wel het geval. Ik heb geen vier wedstrijden meer nodig om in mijn ritme te komen. Ik kan nu goed inschatten wat ik aankan. Mede als gevolg van de jarenlange trainingen kan ik een hoge belastbaarheid aan. Ik kan ook niet altijd samen trainen met maatje Arnoud Okken; omdat ik verder ben dan hij en anders te weinig vorderingen zou maken.''

Het omslagpunt lag voor Som in Kenia, waar hij eind 2002 voor het eerst verbleef voor een trainingskamp. De hardloopcultuur die hij daar aantrof in combinatie met de sobere omstandigheden en vooral de hoogte waren voor Som eye-openers. Hij bleek veel baat bij die omstandigheden te hebben. De atleet: ,,Want 2003 was een ongelooflijk constant jaar; ik liep zes keer `een 1.44'. Dankzij trainingen in Kenia heb ik mijn grens voortdurend kunnen verleggen. Ik merkte het opnieuw hier, mijn eerste wedstrijd van dit buitenseizoen. Ik had niet eens door dat het zo snel ging als de eindtijd uitwees.''