Zeespiegelstijging is deels het gevolg van aardbevingen

Grote aardbevingen waren verantwoordelijk voor circa 10 procent van de zeespiegelstijging die in de vorige eeuw is gemeten. Dat blijkt uit onderzoek van vijf Italiaanse geofysici en een natuurkundige (Geophysical Research Letters, 5 mei).

De totale gemeten zeespiegelstijging in de vorige eeuw bedroeg gemiddeld 1,8 (± 0,1) mm per jaar. De Italiaanse onderzoekers berekenden dat daarvan bijna 0,2 mm per jaar toe te schrijven valt aan het effect van grote aardbevingen. De temperatuurstijgingen veroorzaken dus 10% minder zeespiegelstijging dan tot nu toe werd aangenomen.

Het betreft hier een correctie van een meetfout. De bevinding betekent niet dat er door zware aardbevingen meer water in de oceanen komt, of dat de zeebodem plaatselijk zover wordt opgeheven dat een mondiale zeespiegelstijging het gevolg is. Dat zware aardbevingen ervoor hebben gezorgd dat meetapparatuur een zeespiegelstijging registreerde, berust op een combinatie van twee factoren: een verandering van de `geoïde' en de niet-willekeurige plaatsing van de meetapparatuur over de aarde.

De geoïde is de – bij benadering – iets afgeplatte bol die het niveau aangeeft dat de zee op elk punt op de oceaan zou bereiken als er geen verstorende factoren waren. Er treden echter wel verstoringen op, vooral omdat de opbouw van de aarde niet uniform is. Plaatselijk komen in de diepe ondergrond veel relatief zware gesteenten voor, elders juist minder. Hoe meer zware gesteenten, des te groter de aantrekkingskracht ter plaatse. Dat uit zich in onregelmatigheden van de geoïde in de orde van grote van maximaal enkele tientallen meters.

Bij zeer zware aardbevingen kunnen enorme pakketten gesteente van plaats veranderen. Daardoor kunnen regionaal veranderingen in de zwaartekracht optreden. Die veranderingen zijn uiterst gering, maar ze kunnen toch voldoende zijn om de geoïde te beïnvloeden. Het gaat daarbij gewoonlijk om fracties van een millimeter: daarmee daalt de zeespiegel op de ene plaats, en stijgt hij elders.

Aardbevingen zijn geconcentreerd in bepaalde zones. De meetstations die de zeespiegelfluctuaties meten om het effect van een veranderend klimaat na te gaan, zijn ook niet willekeurig verspreid over de aarde, maar hun posities zijn vooral bepaald door logistieke overwegingen. Dat blijkt nu dus een ongedacht effect te hebben: er zijn (door `toeval') meer stations die een zeespiegelstijging als gevolg van aardbevingen meten dan stations die een daling registreren.