Woede en angst onder Antillianen in Den Helder

Na twee moorden is grote onrust ontstaan onder de Antillianen in Den Helder. De politie onderzoekt het bestaan van een `dodenlijst'.

Woede en angst heersen binnen de Antilliaanse gemeenschap in Den Helder. Vooral angst. Als men al praat, dan het liefst zonder naam en toenaam. `Ze' zijn gevaarlijk, deinzen nergens voor terug. En de politie, die doet niets tegen `ze'.

`Ze' zijn tieners, voornamelijk van Antilliaanse afkomst, veelal woonachtig in de verpauperde wijk Falga. ,,Er is veel geweld hier'', zegt een 21-jarig meisje, opgegroeid in de wijk. ,,Heel veel drugs.'' Volgens haar zijn de belangen groot, vandaar dat `ze' buitenproportioneel geweld toepassen. ,,Je ziet aan de dure auto's dat het om grote bedragen gaat.''

Sinds september zijn er twee jonge mannen gedood, door rivaliserende bendes, zegt men. Het laatste slachtoffer viel vorige week, een man werd op klaarlichte dag voor het station neergeschoten.

J. heeft geen zin om te praten, vertelt hij telefonisch vanaf zijn `onderduikadres'. De 15-jarige jongen, half Nederlands half Surinaams-Hindoestaans, is de spil in wat in Den Helder een bendeoorlog is gaan heten. J. was er bij toen de 17-jarige Nishmael Dorothea vorig jaar september werd doodgestoken, ook voor het NS-station. Hij had met een vriend en vriendin afgesproken, toen ze werden aangevallen door een groep Antillianen. Sindsdien leeft J. op onderduikadressen. Buiten vreest hij voor zijn leven. Hij was getuige van de moord op Dorothea, maar volgens diens vrienden was hij ook medeplichtige. Woensdag is hij door de rechter-commissaris gehoord. Daar vertelde hij dat hij zich vechtend in veiligheid moest brengen.

Binnen de Antilliaanse gemeenschap zou een dodenlijst circuleren, opgesteld door een van de bendes. De politie zegt niet op de hoogte te zijn van zo'n lijst, maar kondigde gisteren wel een onderzoek aan naar het bestaan ervan. De twee vermoorde mannen stonden op de lijst, aldus betrokkenen die anoniem willen blijven.

Het geweld onder de ongeveer 1600 Antillianen in Den Helder neemt het laatste jaar toe. Het slachtoffer van vorige week is de jongere broer van F., hoofdverdachte van de moord op Dorothea. Met de tweede moord zou de bende True Niggers de dood van Dorothea hebben gewroken.

Van de zestigduizend inwoners van Den Helder zijn er ruim zestienhonderd van Antilliaanse afkomst. Ze wonen voornamelijk in goedkope flatgebouwen in de Falgabuurt. Antilliaanse nieuwkomers kregen vanwege de leegstand vaak een woning in de Falgabuurt toegewezen. Leegstand is er nog steeds. De lege woningen in de flats hebben allemaal dezelfde vitrages. Opgehangen door de woningbouwstichting om de leegstand te maskeren.

In de woonkamer van haar woning in de wijk Falga laat Belinda van Pelt, de moeder van J., een velletje papier zien. Daarop is het getal 187 genoteerd, en het Engelse woord Revenge. ,,One eight seven, dat is een code van Amerikaanse bendes, dat ze wraak zullen nemen,'' zegt Van Pelt. ,,Hier blijft het niet bij, er valt binnenkort een derde dode'', zegt ze. Haar Indonesische moeder, de oma van J., zegt het haar na. ,,Zeer zeker weten.'' Enkele uren na de moord van vorige week meldde een 18-jarige jongen zich op het politiebureau met de mededeling dat hij de dader was. Binnen de Antilliaanse gemeenschap gaat echter het verhaal dat deze jongen zich heeft gemeld ,,om de schuld op zich te nemen voor iemand anders''. De echte dader zou nog vrij rondlopen.

Volgens Van Pelt is haar zoon J. slachtoffer. Een paar dagen geleden nog stonden twee leden van de bende True Niggers voor haar deur. Terwijl zij en haar buren op het grasveldje voor het huis stonden te genieten van het mooie weer, zat haar zoon uit angst binnen. De twee bendeleden maakten haar uit voor hoer. Haar zoon moest naar buiten komen. Maar die bleef binnen. ,,Ze riepen: kogels, kogels. Ik heb meteen de politie gebeld. Die kwamen drieëneenhalf uur later. Toen waren de jongens allang vertrokken.''

Van Pelt beweert dat wethouder De Jong haar in december al heeft beloofd dat zij elders een woning kan betrekken, zodat ze kon vertrekken uit deze buurt om haar zonen in veiligheid te brengen. Volgens haar willen veel meer gezinnen de wijk ontvluchten. Maar sinds de belofte van de wethouder heeft ze niets meer van hem gehoord, zegt ze. ,,Ik moet à la minute vertrekken uit deze buurt.'' De kamer is versierd met vele bidprentjes van Jezus. ,,God houdt me op de been, niet de gemeente.'' Haar lippen trillen van spanning en woede. De wethouder was niet bereikbaar voor commentaar.

Pal tegenover het huis van Van Pelt staat een groep jonge en oude Antillianen op de hoek van de straat voor het Antilliaanse clubhuis Bon Bini. Een oudere man behangt de straat alvast met oranje vlaggen. Wat hem betreft is Oranje bij voorbaat Europees kampioen. Anderen gokken met dobbelstenen. De minimale inzet is tien euro. Een fles whisky gaat van hand tot hand. ,,We vieren hier elke dag een verjaardag'', lacht er een. Om de groep heen staan dure auto's geparkeerd. Allen hebben minimaal één gouden tand. Ze zijn afwijzend tegenover de belangstelling van de pers en lopen massaal weg als een cameraploeg op hen afkomt.

De groep kankert op de gemeente en op de politie. Een Antilliaan, die zich Andy laat noemen, wijst naar politiewagens die vandaag op en neer rijden in de wijk. ,,Kijk ze eens hier rijden, alsof er grote problemen zijn.'' Een gokker verbergt de dobbelstenen en het geld als de politiewagen langsrijdt. Drugs? ,,Ja, tuurlijk'', zegt Andy, ,,waar heb je tegenwoordig geen drugs?'' Problemen in hun eigen buurt ontkennen ze. En de moorden dan? ,,Dat zijn die jongetjes van verderop.'' Meer woorden willen ze er niet aan vuil maken.

Niet ver van deze groep Antillianen, maar net buiten de beruchte buurt, woont Karin met haar zonen. In het dagelijks leven is ze bewaakster bij de marine. ,,Je hebt overal last van ze'', zegt ze in haar rommelige, donkere eengezinswoning. Haar 14-jarige zoon René staat er bij en knikt bevestigend met zijn hoofd. Toen hij acht was kreeg hij van een van die Antilliaanse jongens die nu J. terroriseren een mes op de keel. ,,Ik weet niet waarom, misschien vonden ze mijn blouse mooi.''

`Ze' hebben zo'n twee jaar geleden zijn oudere broer, ook al onder bedreiging met een mes, zijn brommer afhandig gemaakt. ,,Die knullen, ze komen met de hele groep. Ze kruipen bij elkaar'', zegt Karin. René heeft momenteel geen problemen met ze. Hij blijft uit hun buurt, de enige oplossing volgens zijn moeder. Haar oudste zoon heeft Karin ondergebracht in een afkickkliniek in Den Haag, met succes. De drugs haalde hij volgens haar bij de Antillianen. ,,Ik heb hem gezegd dat hij weg moet blijven uit Den Helder'', zegt ze. Karin verbaast zich over de verharding van de buurt. Vroeger werden conflicten nog opgelost met vuisten, tegenwoordig met pistolen. ,,Straks met bommen'', vult René aan.