Werken voor de bijstand is nuttig

Een bijstandsgerechtigde inzetten voor schoonmaakwerk in de thuiszorg. Met dat voorstel dacht minister Zalm tijdens een VVD-congres twee vliegen in één klap te slaan: tegelijk bijstandsgerechtigden aan het werk helpen en de druk op de thuiszorg en de algemene wet bijzondere ziektekosten verlichten. Zalms partijgenoot staatssecretaris Rutte van sociale zaken voelde zich verplicht om hem bij te vallen. Toch is het een slecht idee. Niet iedereen kan poetsen, zelfs veel beroepsschoonmakers niet. Laat staan dat onwillige werklozen gedwongen kunnen worden om alleen bij bejaarden en zieken thuis de boel aan kant te maken.

Het is wel te prijzen dat Zalm een vorm van werk met een uitkering heeft gepropageerd. Eigenlijk is het kabinet gekant tegen gesubsidieerd werk en het wil de oude Melkertbanen voor uitkeringsgerechtigden op den duur opheffen. Melkertbanen mogen niet in de plaats komen voor werk dat anders ook zou gebeuren. Toch zullen zwakkeren op de arbeidsmarkt altijd zijn aangewezen op gesubsidieerd werk waarvoor minder hoge eisen gelden. Aan kansrijken geeft gedwongen gesubsidieerd werk een stimulans om elk dag op een vaste tijd op te staan en om een beter alternatief te zoeken.

Er zijn routinekarweitjes die niet veel inkomen opleveren en waarvoor uitkeringsgerechtigden kunnen worden ingezet. Kleerhangers inpakken, zoals in Helmond gebeurt, papier prikken, conciërge-werk voor woningbouwcorporaties. Vooral nu de werkloosheid stijgt, is het belangrijk om zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden aan de gang te houden, vooral jongeren. Dat is de belangrijkste les van de diepe recessie begin jaren tachtig, toen een groot deel van de toenmalige jongeren begon aan een levenslange loopbaan van bijstandsgerechtigde. Alles went, ook de karige uitkering. Uit onderzoek blijkt dat een uitkeringsgerechtigde na een jaar of wat zo gewend kan zijn geraakt aan zijn van de staatsruif afhankelijke bestaan, dat hij nog moeilijk is te porren voor werk. Jongeren die van school komen en nog nooit hebben gewerkt, raken al gauw van de arbeidsmarkt vervreemd als ze niet snel aan de slag kunnen. Dan gaan tientallen arbeidsjaren per persoon verloren. Dat is een veelvoud van de enkele arbeidsjaren per werknemer die het kabinet denkt te winnen door ouderen later te laten pensioneren.

Werkloze jongeren moeten dus nog hoger op de agenda staan dan te vroeg gepensioneerden. Dan moet het mogelijk zijn uitkeringsgerechtigden te werk te stellen. Sommige werklozen weigeren ten onrechte werk, anderen hebben grote moeite om een baan te krijgen of vast te houden.

Hoewel het recht op passend werk is afgeschaft, worden er nog steeds allerlei soorten werk door bijstandsgerechtigden geweigerd. Ongeacht het economische tij worden aspergestekers of plantverpotters uit Polen gehaald. Voor een gratis opleiding tot het vak van lasser is weinig animo. Sommige uitkeringsgerechtigden verzamelen sollicitatiebriefjes als alibi voor hun passiviteit. Qua uitgaven aan arbeidsbemiddelaars die mensen aan het werk proberen te helpen en van verplichte cursussen voorzien, staat Nederland in de top van Europa. Dat helpt allemaal niet als er geen duidelijke verplichtingen tegenover staan.

De bijstand is geen middel van bestaan, maar een noodzakelijk kwaad. Een bijstandsgerechtigde zal ook moeten werken als hij er financieel niet op vooruit gaat. Anders valt het stelsel van solidariteit niet te handhaven. Als een gemeente werklozen tot werk wil bewegen, moet er ook werk zijn. Na het vullen van de eeuwige vacatures blijven er nog veel werklozen over. Aangezien er op dit moment te weinig banen zijn, zal de overheid vooral voor jongeren over de brug moeten komen, niet met gedwongen schoonmaakwerk bij de mensen thuis, maar met andere nuttige activiteiten.