Wainwright houdt de moed erin

Wauw, wat een enorme, luxe piano, zei Loudon Wainwright III met dubbelzinnig ontzag, een Steinway nog wel. Van de weeromstuit kroop hij voor slechts één nummer achter het instrument, om de rest van het concert met zijn vertrouwde, zij het regelmatig ontstemmende gitaar af te werken. Als een oprecht singer-songwriter van de oude stempel stond Wainwright (57) daar in zijn eentje, maar hij werd in de rug gesteund door een loyale troep fans en zijn grimmige gevoel voor humor.

Dat is voor Wainwright een belangrijk middel om de werkelijkheid draaglijk mee te maken. Daarom vertelt hij lachend het verhaal van zijn vader, die ligt te sterven in het ziekenhuis, en laat hij het publiek enthousiast meeklappen in een lied dat de eerste verjaardag van een scheiding behelst. Zulke morbide humor geeft zijn verder wat oppervlakkige teksten een schrijnende werking. Een grimas, een stampvoetende pas, een haal over de gitaar doen vermoeden dat Wainwrights niet helemaal vrede heeft met zijn wereld.

Loudon Wainwright III zingt graag over familie- en generatie-zaken: over zijn kinderen, zijn vader en zijn moeder en haar relatie met witte wijn. Misschien voelt hij zich tussen die generaties ingeklemd. Zijn vader was een succesvol journalist bij het blad Life, kolonisator Peter Stuyvesant was een verre voorvader en zijn zoon Rufus, die enkele weken geleden nog in Nederland optrad, dreigt hem als muzikant te overvleugelen.

Maar Wainwright blijft zingen, wellicht tegen de klippen op. In een lied dat zich bij uitzondering enigszins buiten zijn directe belevingswereld afspeelt, krijgt president Bush er aardig van langs. Wainwright tokkelt op zijn gitaar, zingt zijn liedjes en gaat gretig in op de verzoekjes uit de zaal. Dat daar een bij is voor het dubbelzinnige So Damn Happy, het titelnummer van zijn laatste plaat, moet hem deugd hebben gedaan: de fans kijken verder dan zijn vervlogen gloriejaren.

Concert: Loudon Wainwright III. Gehoord: 22/5, Oosterpoort Groningen. Herhaling 22/5, Paradiso Amsterdam.