Vrijheid dankzij de koopsompolis

Hoe bereiden mensen zich financieel voor op hun oude dag? Vandaag Mary Fischer, die pas op haar vijftigste ging nadenken over haar pensioen.

,,Ik heb een echte vrouwencarrière achter de rug. Tijdens mijn studie bedrijfssociologie ben ik getrouwd, daarna ging ik werken bij een marktonderzoeksbureau. De pensioenrechten van mijn eerste baan kocht ik af, want daar maakte je je als getrouwde vrouw niet druk om. Na mijn scheiding, in 1974, werkte ik parttime als universitair docent, om voor mijn dochter te kunnen zorgen. Bij de scheiding zijn de pensioenrechten niet ter sprake gekomen. Dom natuurlijk, want door de verzorging van mijn dochter kon ik niet fulltime werken. Maar ik zat in de vrouwenbeweging en wilde onafhankelijk zijn. Mijn pensioen was nog zó ver weg.

Tot mijn vijftigste heb ik niet nagedacht over mijn oude dag. Het leefde niet, ik vond het bovendien stomvervelend. Ik werkte nog steeds parttime aan de universiteit en had daarnaast een adviespraktijk. Ik overwoog mijn baan op te zeggen en volledig zelfstandig ondernemer te worden, wat ik begin 1992 ook deed. Omdat ik behoorlijk verdiende en geld overhield, zei mijn belastingadviseur op een bepaald moment: investeer nou wat van dat spaargeld voor later. Want na twintig jaar parttime werken had ik natuurlijk wel een pensioengat. Ik heb toen tien jaar lang elk jaar de maximale koopsompolis gekocht: zeven met een vaste eindsom en drie beleggingspolissen, met een variabele opbrengst. Tegelijkertijd ging ik wat bewuster leven en sparen als er wat over was.

Mijn doel was om vanaf mijn zestigste minder te kunnen gaan werken én genoeg spaargeld te hebben voor als ik ziek zou worden. Want ik wilde niet, zoals mijn vader die ondernemer was, tot mijn dood moeten blijven werken. Al met al had ik eind 1999 een spaarpotje van zo'n 90.000 gulden.

In 2000 werd ik ziek. Borstkanker. Ik was net bezig met omscholing: ik wilde beter leren fotograferen en websites bouwen. Ik was net bezig aan mijn tweede stage, bij een internetbedrijf. Dat heb ik, door de effecten van de bestraling, maar een maand volgehouden.

Maar nu werk ik weer. Samen met een vriendin heb ik een websitewinkel opgezet: samen bouwen we mooie, kleine sites. Daarnaast heb ik een coaching- en counselingpraktijk. Verder geef ik wat colleges in Leiden en verkoop ik af en toe fotografisch werk. Want fotograferen is voor mij serieuzer dan een hobby. Het is gelukt om rond mijn zestigste minder te gaan werken. Ik verdiende al met al aardig, dus het kon ook best wat minder. Maar zonder mijn koopsompolissen zou ik altijd hebben moeten blijven werken om in dit huis te kunnen wonen. Nu zou ik over anderhalf jaar kunnen stoppen. Maar dankzij mijn werk kan ik met vakantie en kan ik dure computer- en foto-apparatuur kopen.

In het jaar dat ik ziek was, moest ik zwaar bezuinigen en hield ik een huishoudboekje bij, maar dat vind ik zo'n burgermanstruttigheid, daar word ik helemaal akelig van. Nu houd ik in de computer alleen de grote vaste lasten bij: telefoon, hypotheek etc. Per maand zet ik een vast bedrag opzij voor de kleinere uitgaven, zoals de hulp, yogales, theater en boodschappen. Dat geld staat op een aparte rekening.

Verder heb ik nog een rekening voor de vakantie, kleding, de auto etc. Zo heb ik goed overzicht zonder dat ik elk bedragje hoef op te schrijven. Ik maak voor alles een budget en kijk aan het einde van het jaar of het klopt. Verder kijk ik maandelijks alle saldi na. Ik ben daar nu zo aan gewend dat ik nerveus word als ik dat overzicht even niet heb.

Ik maak ook een toekomstplanning: ik weet bijvoorbeeld dat ik gedurende tien jaar uit de koopsompolissen 1.000 euro per maand moet krijgen om leuk te kunnen leven. Ze hebben verschillende einddata. Een paar zijn er al uitgekeerd, op een heel goed moment: eind 2000, toen ik ziek was en de aandelen begonnen te kelderen.

Als ik volgend jaar 65 word, verandert er weinig. Ik wil wat minder gaan werken. Verder krijg ik AOW en pensioen uit twintig jaar parttime werken. Mijn spaargeld is dan precies op. Ik leef nu gedeeltelijk van mijn spaargeld, want ik verdien niet genoeg om van te leven. Maar met die koopsommen red ik het tot mijn 75ste. Van een kleine erfenis heb ik ooit aandelen gekocht. Dat geld heb ik gereserveerd voor na mijn 75ste.

Soms kan ik wel eens in paniek raken. Dan denk ik dat ik alles verkeerd heb uitgerekend. Zo heb ik onlangs met het ABP gemaild omdat er onduidelijkheid was over vrouwen en hun pensioen, maar het bleek dat ik het goed had uitgerekend. Ik heb ook drie rekeningen bij drie verschillende banken, voor je-weet-maar-nooit. Ik ben een behoedzaam belegger, maar het kán nog voorzichtiger. Daarom ga ik binnenkort maar eens met de bank praten om mijn portefeuille te herzien.

Ik vind financiële planning nog steeds een stomvervelend onderwerp, maar het is noodzaak. Op deze manier creëer ik rust voor mezelf.''

Dit is deel 6 in een serie over financiële planning voor de oude dag. De redactie zoekt iemand die voorziet in zijn pensioenopbouw door een erfenis. Reacties naar: geld@nrc.nl