Vernietigen Palestijnse huizen in strijd met recht

Ik heb met verbijstering kennisgenomen van de recente beslissing van het Israëlische Hooggerechtshof om het Israëlische leger toestemming te geven voor de continuering van de vernietiging van Palestijnse huizen in het vluchtelingenkamp Rafah. Afgelopen week zijn daardoor meer dan duizend mensen dakloos geworden.

Deze beslissing, die voornamelijk is gebaseerd op het argument van het Israëlische leger dat het uit deze huizen door Palestijnse militanten wordt beschoten, is in strijd met het internationale recht. Dat verbiedt het vernietigen van huizen en andere bezittingen van mensen in bezet gebied. Het argument om de vernietigingen om `veiligheidsredenen' te continueren, snijdt dan ook geen hout.

Weliswaar sanctioneert het internationale recht in uitzonderingsomstandigheden dergelijke vernietigingen, maar dan wel met de restrictie dat de bewoners tijdelijk geëvacueerd worden en volledig worden schadeloosgesteld voor het verlies van hun bezit. Verder moet er sprake zijn van ,,absolute militaire noodzaak''. In dit geval is er echter geen sprake van evacuatie of schadeloosstelling en worden de bewoners in Rafah veroordeeld tot een troosteloos bestaan in open tenten. Bovendien verstaat het internationale recht onder ,,absolute militaire noodzaak'' niet het beschoten worden van een van de modernste legers ter wereld door slechtbewapende strijders. Daarenboven is het vernietigen van alle in de omgeving aanwezige huizen wegens beschietingen uit enkele huizen als collectieve straf in strijd met het internationale recht.

Het is dan ook van het grootste belang dat het Israëlische Hooggerechtshof zijn beslissing in dezen herroept.