Veel homocysteïne in het bloed verhoogt het risico op botbreuken

Ouderen met een hoge concentratie van het aminozuur homocysteïne in het bloed lopen duidelijk meer risico op botbreuken. Het effect van homocysteïne is aanzienlijk, vergelijkbaar met dat van bekende risicofactoren voor een botbreuk, zoals een lage botdichtheid of een verminderd verstandelijk functioneren. (The New England Journal of Medicine, 13 mei)

Een hoog homocysteïnegehalte werd eerder in verband gebracht met hart- en vaatziekten. De reden om te onderzoeken of homocysteïne ook een rol speelt bij het ontstaan van botbreuken was dat een erfelijk defect in de stofwisseling van dit aminozuur, een zogenoemde homocystinurie, gepaard gaat met algehele botontkalking. Medewerkers van het Erasmus Medisch Centrum en het VU Medisch Centrum in Amsterdam hebben bij twee grote groepen ouderen, 1.115 deelnemers aan de Rotterdam Studie en 1.291 deelnemers aan de Amsterdamse LASA-studie, gekeken of ook verhoogde homocysteïnegehalten bij de doorsnee-bevolking invloed hebben op het risico van een botbreuk.

In de loop van 2,7 tot 8,1 jaar liepen de 2.406 ouderen 191 botbreuken op. Het risico daarop bleek twee keer zo groot bij het kwart deelnemers met de hoogste homocysteïneconcentraties, vergeleken met de driekwart met een lager homocysteïnegehalte. Een Amerikaans onderzoek kwam uit op een tweemaal verhoogd risico voor vrouwen en een viermaal verhoogd risico voor mannen.

Opvallend was wel dat er bij het Nederlandse onderzoek geen aantoonbaar verband bestond tussen de homocysteïneconcentraties en de gemeten botdichtheid. Bij het Amerikaanse onderzoek is de botdichtheid niet gemeten. Een commentator in het New England Journal of Medicine sluit daarom niet uit dat het verband tussen een hoog homocysteïnegehalte en botbreuken slechts schijn is; het zou een aanwijzing kunnen zijn voor een algehele slechte voedingstoestand. Het homocysteïnegehalte is namelijk afhankelijk van de inname van de vitamine foliumzuur (die heeft het lichaam nodig om homocysteïne te kunnen omzetten in methionine). Als het hoge homocysteïnegehalte een indicatie is voor een slechte voeding, dan kunnen de botbreuken ook het gevolg zijn van een tekort aan calcium en vitamine D, of gewoon van een te laag lichaamsgewicht en gewichtsverlies, factoren waardoor het risico op botontkalking en daarmee botbreuken natuurlijk toeneemt.

Om te bewijzen dat er echt een oorzakelijk verband bestaat tussen een verhoogd homocysteïne en botziekte moet men nu aantonen dat foliumzuursupplementen bij ouderen met osteoporose het aantal botbreuken verlagen. Een probleem is dat die aanpak niet ethisch is omdat er tegen botbreuken al effectieve medicijnen bestaan en je die medicatie zou moeten stoppen. Een mogelijk alternatief is om bij hartpatiënten die vanwege een te hoge homocysteïnespiegel foliumzuur krijgen, ook te kijken naar het aantal botbreuken. Wie niet op dergelijke onderzoeksresultaten wil wachten, kan nu vast een vitaminepil met foliumzuur slikken gecombineerd met vitamine B12 of gewoon gezond eten met voldoende groenten, peulvruchten en graanproducten, allemaal rijk aan foliumzuur. Wat extra foliumzuur kan geen kwaad.

    • Bart Meijer van Putten