Spotvogel

Nog maar pas is de spotvogel van zijn winterkwartier in tropisch Afrika teruggekeerd. Als elk jaar is deze zanger met zijn citroengele borst, olijfgroene bovenzijde en lichtgele wenkbrauwstreep de laatste der zomervogels. Het is de tweede week van mei. Het Limburgse landschap bij Slenaken is zonnig, open, de bossen niet diep en duister, de jonge struiken bloeien. Voor de spotvogel (Hippolais icterina) die is neergestreken in de acacia's biedt deze biotoop voldoende nestgelegenheid, bovendien insecten en ook vruchten tot voedsel. Het lied is snel met muzikale en ook valse wendingen. Er zitten snelle trillers bij, alsof iemand over een harp strijkt. Aan zijn zang heeft de spotvogel zijn naam te danken: hij houdt ervan andere vogels te imiteren, en dat heeft iets spotlustigs. Zijn bijnamen luiden `kukeler', `Spaanse kyt' en ook `grote gele hofzanger'. Opvallend is zijn forse snavel. Hij is niet makkelijk waarneembaar. Hij houdt zich schuil. Als hij zingt, valt zijn oranje-rode keel op.

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is kennen!) freriks@nrc.nl