Simpelweg schatrijk

Warren Buffett is puur door beleggen de op een na rijkste Amerikaan geworden. Toch is hij ondanks zijn rijkdom de eenvoud zelve gebleven. Portret van een superbelegger die bij voorkeur zich kleedt in een gekreukeld pak.

Een zaterdagochtend in mei. Een congreszaal in Omaha, Nebraska, gevuld met duizenden beleggers die vol verwachting zijn. Achter een tafel op het podium gaan twee kwieke grijsaards zitten. De rechter man draagt jampotdikke brillenglazen. De linker buigt zich over naar de microfoon en zegt: ,,Wij werken samen omdat híj hier goed kan horen en ík goed kan zien. Ik heb geen flauw idee hoe hij heet, maar we hebben veel lol.''

Warren Buffett is behalve potsenmaker ook belegger, economisch adviseur van aanstaand presidentskandidaat John Kerry en freelance filosoof (,,Het feit dat mensen gierig, bang en dom zijn is bekend. Alleen de volgorde niet'').

De jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Berkshire Hathaway, Buffetts beleggingsmaatschappij, die de 73-jarige voorzit samen met zijn bijziende compagnon Charlie Munger (80), duurt een heel weekend en wordt ook wel het `Woodstock for Capitalists' genoemd. Het evenement laat hij altijd beginnen met The Movie, een zelfgemaakte humorvideo. Daarin speelt Buffett een solo op ukelele in een totaal verlaten stadion en bekvecht hij met zijn vriend Bill Gates over 2 dollar schuld die Gates bij hem heeft omdat hij tijdens een partijtje online bridge de stekker uit de computer zou hebben getrokken.

,,Het is entertainment'', zegt een belegger uit Colorado, die met zijn vrouw een barbecuemaaltijd van 3 dollar nuttigt in een tent van de Nebraska Furniture Mart, een van de vele uiteenlopende bedrijven uit de koker van Berkshire Hathaway die tijdens dit weekend zijn waren uitstallen. Zijn vrouw vult aan: ,,En vergeet de aanbiedingen voor aandeelhouders niet. Wij hebben vandaag al honderden dollars bij het shoppen bespaard.''

Door alle koddigheid zou je bijna vergeten dat Warren Edward Buffett, telg uit een kruideniersfamilie in Omaha, na Bill Gates de rijkste man van de Verenigde Staten is. Hij wordt door menigeen, behalve door Gates, beschouwd als de slimste rijkaard. In een loopbaan van pakweg veertig jaar heeft Buffett zo'n 36 miljard dollar netto aan eigen vermogen bij elkaar verdiend. En, opmerkelijk genoeg, niet als ondernemer, zoals Gates, of dankzij een erfenis, maar puur door te beleggen, waarmee hij op zijn elfde begon. Ter vergelijking: De eveneens 73-jarige George Soros, die hetzelfde deed, is `slechts' 7 miljard dollar waard.

Waar gaat al dat geld heen? Niet naar dure jachten, privé-eilanden en wat dies meer zij. ,,Ik vind het leuker om geld te verdienen dan uit te geven'', zo wordt Buffett aangehaald in Andrew Kilpatricks Of Permanent Value, een meer dan duizend pagina's tellende biografie, of beter, hagiografie. Buffett woont in een eenvoudige villa in Omaha, eet drie keer per week een T-bone steak bij Gorat's, een ouderwets restaurant, en loopt rond in een slechtzittend, verkreukeld

pak. Zijn enige uitspatting is zijn privé-vliegtuig, dat hij bezit dankzij een gunstige regeling met dochterbedrijf NetJets.

Buffetts miljarden gaan ook niet naar goede doelen – Berkshire Hathaway is met gemiddeld 12 miljoen dollar aan giften per jaar belist zuinig te noemen. Berkshire betaalt al genoeg belasting, zo is bij Berkshire de gedachte. Nee, pas als Buffett en zijn vrouw Susan komen te overlijden, komt het geheel (minus 5 miljoen dollar aan erfenis voor hun drie kinderen – erven vindt Buffett maar ongezond) ten goede aan de Buffett Stichting. Wat die ermee gaat doen weet niemand. ,,Ieders mening zal beter zijn dan de mijne, want ik lig dan onder de zoden'', aldus Buffett.

Stacy Palmer, hoofdredacteur van The Chronicle of Philanthropy, het vakblad voor charitas uit Washington, noemt dit ongekend: er zal geen enkele andere stichting zijn met zoveel geld en zoveel vrijheid van handelen. ,,Ervan uitgaande dat de stichting ten minste de wettelijk verplichte 5 procent van haar vermogen uitgeeft per jaar, zal dit een stormvloed aan subsidie ten gevolge hebben'', zegt zij. Zover is het nog niet. Altijd wordt Buffett tijdens de aandeelhoudersvergadering gevraagd wat er met Berkshire gebeurt als hij doodgaat, en altijd antwoordt hij: ,,Niets''. Munger en hij hebben een aantal kandidaten op het oog, ,,die het werk net zo goed kunnen'', maar zij verklappen niet wie. De aandeelhouders tonen zich meestal niet helemaal overtuigd. Maar er zit niets anders op dan te bidden voor Buffetts (en Mungers) gezondheid.

Berkshire Hathaway (lees: Warren Buffett) heeft in de loop der jaren een unieke – sommigen zouden zeggen: bizarre – groep bedrijven verzameld. Zo kunnen tijdens het weekend in Omaha aandeelhouders 2 mille korting krijgen op een vijfkamerwoning op onzichtbare wielen ter waarde van 89.900 dollar, aangeboden door Clayton, een bedrijf dat vorig jaar voor 1,7 miljard dollar door Berkshire werd overgenomen. Menigeen staat in de rij om een kijkje in de showroom te nemen. Het gehele interieur is verzorgd door Berkshire-dochters: tapijt van Shaw, verf van Benjamin Moore en meubels van de Nebraska Furniture Mart – een soort Ikea, in '37 opgericht door een kleurrijke Russische immigrante genaamd Rose Blumkin met een startkapitaal van 500 dollar.

,,We eat our own cooking'', schreef hij in zijn veelgeciteerde Handleiding voor Beleggers uit 1996. Tijdens de daglange vraag- en antwoordsessie volgend op de aandeelhoudersvergadering (die kan worden omschreven als een ongestructureerd hoorcollege) zit Buffett voortdurend met zijn vingers in een doos See's Candy, een Californische chocolatier die in 1983 toetrad tot de Berkshire-familie. Vervolgens spoelt de bestuursvoorzitter zijn mond met Cherry Coke, zijn lievelingscola van The Coca-Cola Company, waarin Berkshire tweehonderd miljoen aandelen heeft ter waarde van 10 miljard dollar, ofwel 8,2 procent van het bedrijf. Volgens ingewijden poetst het Orakel van Omaha ten slotte thuis zijn tanden met een Oral B-tandenborstel van de firma Gilette, waarin Berkshire een belang van 3,5 miljard dollar ofwel 9,5 procent heeft.

Buffett, die zelf zo'n 35 procent van Berkshire Hathaway bezit, investeert alleen in bedrijven die hij begrijpt. Dat wil zeggen, bedrijven waarvan hij met enige zekerheid kan voorspellen dat ze over tien, twintig jaar ook nog winstgevend zijn. Coca-Cola bijvoorbeeld. Hij redeneert als volgt: mensen hebben dorst, cola is een dorstlesser, Coke is bekender dan Pepsi (zeker buiten Amerika), en wie een keer een Coke op heeft wil er nog een. Een vergelijkbaar argument gaat op voor Gilette. En Buffetts interesse in sommige kranten komt voort uit een andere simpele observatie, namelijk dat een kwaliteitskrant, vooral als die een monopolie in een gebied heeft, bepaalt wat voor advertentietarieven bedrijven betalen, en niet omgekeerd, hoewel ook hij inziet dat die macht afkalft. Niettemin: zijn belegging van 11 miljoen dollar in The Washington Post in 1973 is nu 1,3 miljard dollar waard.

Buffetts genie bestaat uit zijn talent om wat hij noemt `intrinsieke waarde' te herkennen, in effecten dan wel bedrijven, voordat anderen dat doen. Zijn advies: beleggingen beschouwen als een business. Hij bestudeert de boeken als geen ander, spreekt met de managers, en als hij denkt dat die beiden betrouwbaar zijn en potentie hebben, dan steekt hij er geld in. Verder laat hij ze met rust.

Een van de eerste bedrijven die Berkshire Hathaway (de naam komt van een inmiddels failliete textielfabriek uit Massachussets) overnam was National Indemnity, een verzekeringsmaatschappij. Verzekeringen zijn een ideale activiteit in Buffetts universum: de baat gaat voor de kost uit. De premies kunnen meteen worden belegd. Tenzij er zich een ramp voordoet, natuurlijk: `11 september' heeft Berkshire's verzekeringsbedrijven ruim 40 miljard dollar gekost, schat Charles Gates, die het bedrijf volgt voor zakenbank Credit Suisse First Boston in New York. Momenteel lijdt de verzekeringspoot enigszins onder relatief lage verzekeringspremies.

Buffett draait elk dubbeltje om, en probeert de overhead zo laag mogelijk te houden. Het hoofdkantoor van Berkshire beslaat een etage in een laag, onaanzienlijk kantoorgebouw in het centrum van Omaha. Er werken vijftien mensen – weinig voor een bedrijf met 60 miljard dollar aan omzet. Brieven pleegt Buffett te beantwoorden door ze terug te sturen met een krabbel eronder. De CEO staat al jaren op de loonlijst voor precies 100.000 dollar, een fractie van wat andere CEO's van grote bedrijven verdienen.

Technologie is Berkshire's blinde vlek. Buffett, die volgens zijn dochter Susie nog geen lamp kan indraaien, verklaart keer op keer dat hij technologiebedrijven niet begrijpt. Hij kan de waarde niet schatten, zeker niet op de lange termijn. De honderd aandelen Microsoft in zijn privé-portefeuille houdt hij naar verluidt alleen maar aan opdat hij gratis een jaarverslag krijgt thuisgestuurd. Als hem wordt gevraagd of hij zes jaar geleden startkapitaal zou hebben verstrekt aan de oprichters van Google, de populaire zoekmachineontwerper die op het punt staat voor miljarden dollars naar de beurs te gaan, begint hij hard te lachen. ,,Nee, natuurlijk niet!'', roept hij uit. ,,Het is toch volstrekt evident dat ik gelijk had?'' Google is wat hem betreft niet meer dan een idee. Het enige waar Buffett naar uitziet, voegt hij eraan toe, is Google's jaarverslag. ,,Dat wordt mooie lectuur.''

Door technologiefondsen te mijden, heeft Berkshire geen geld verloren aan de internetzeepbel van eind jaren negentig – door Buffett ,,een periode van collectieve waanzin'' genoemd. Aan de andere kant: een slimme handelaar profiteert van andermans waanzin.

,,Buffett heeft weliswaar de slachting op de beurs aan zich voorbij laten gaan'', zegt Jonathan Hoenig, een hedgefundmanager uit Chicago, ,,maar daardoor is hij ook een van de grootste kansen misgelopen.'' Buffett is de eerste om zijn fout toe te geven: ,,Ik had het een en ander moeten verkopen. Ik wist dat het koersniveau onmogelijk te handhaven was.''

Berkshire-aandeelhouders hebben tijdelijk onder Buffetts koppigheid moeten lijden. 1998 was zelfs een rampjaar, met een koersval van 50 procent, mede door problemen bij General Re, een zojuist verworven herverzekeraar. En ook vorig jaar nog was Berskhire's prestatie ondermaats, te weten bijna 8 procent onder de S&P500, Standard & Poor's index van Amerika's vijfhonderd grootste fondsen. Toch mogen de meeste beleggers niet klagen. Berkshire stevent af op een ton.

Een ton? Yep. De koers stond afgelopen donderdag op 89.800 dollar, en is daarmee verreweg het hoogst genoteerde fonds aan de New Yorkse effectenbeurs. Berkshire houdt niet van splitsen. Een lagere koers zou kortetermijnhandelaars aantrekken en speculatie bevorderen, en daar heeft Buffett geen zin in. Hij vindt het prima dat er nauwelijks gehandeld wordt in Berkshire. Buffett wil dat zijn aandeelhouders, net zoals hij, beleggen als een langetermijninvestering zien. In plaats van laag kopen en hoog verkopen, adviseert Buffett: laag en veel kopen en nooit verkopen.

Niet iedereen is onder de indruk van Buffetts conservatieve beleggingsstrategie. ,,Elk chimpansee kan een aandeel kopen en vasthouden'', schreef onlangs columnist Thomas Kostigen van CBS Marketwatch. ,,De kunst is juist het verkopen.'' Volgens Kostigen is Berkshire Hathaway door Buffetts verzamelwoede uitgegroeid tot een ,,portefeuille die ongeveer even geavanceerd in elkaar zit als mijn vaders Oldsmobile''.

Dat mag zo zijn, maar die Oldsmobile heeft een adembenemende weg afgelegd. Wie de jonge econoom Buffett in 1956, vers van Columbia University Business School, 10.000 dollar had gegeven om te beleggen, zou nu een belang in Berkshire Hathaway hebben ter waarde van 300 miljoen dollar. Ook wie later het licht zag is rijkelijk beloond. Een belegger die in 1994 twaalf aandelen kocht voor een totaal van 192.000 dollar, mag zich nu miljonair noemen. In het jaarverslag van Berkshire merkt Buffett op dat het fonds sinds zijn oprichting in 1965 elk jaar met gemiddeld 22,2 procent aan waarde toenam, ofwel 11,8 procent méér dan de S&P 500. Wie maalt er dan nog om dat Berkshire geen dividend uitkeert? Niet de slapend rijk geworden Berkshire-miljonairs, van wie er in Omaha al 200 schijnen te wonen.

Hoewel de twee bevriend zijn, is Buffett qua inborst en uiterlijk het tegenovergestelde van Donald Trump, de luidruchtige, opzichtige projectontwikkelaar uit New York. Terwijl de rijkaard Trump al zijn hele leven bezig is om overal zijn naam op te zetten – van gebouwen tot boekomslagen en televisieprogramma's – en decadentie tot levenskunst heeft verheven, is Buffett de eenvoud en bescheidenheid zelve. Buffett geeft nooit interviews, haalt zelden de televisie en maakt nooit reclame voor zichzelf of Berkshire (wel voor de dochterbedrijven). Hij is gesteld op privacy. Hoewel hij tegenwoordig ook een optrekje heeft in Laguna Beach, Californië, woont hij nog steeds met zijn vriendin (zijn vrouw woont sinds 1977 in San Francisco) in een onopvallende villa die hij in 1958 kocht voor 31.500 dollar in een buitenwijk van Omaha. Iedere buurtwoner weet het huis aan te wijzen. Wie Warren Buffett opbelt – zijn nummer staat in het telefoonboek – wordt automatisch doorverbonden met het hoofdkantoor van Berkshire Hathaway. Wellicht is hij iets te vaak door een groupie of grapjas lastiggevallen.

Berkshire heeft naar schatting 30 miljard dollar in kas. Wie nog een bedrijf in de aanbieding heeft moet zich melden, schrijft Buffett in zijn jongste jaarverslag. Hij krijgt ,,binnen vijf minuten'' een reactie. ,,Hoe groter het bedrijf, hoe groter onze interesse. We zouden graag een overname doen van 5 à 20 miljard dollar.'' Vijandige overnames zijn uitgesloten. De vraagprijs moet meteen worden bekendgemaakt (er wordt niet onderhandeld). Ook aan veilingen doet Berkshire niet mee. Wat betreft nieuwe bedrijven of reorganisaties citeert Buffett graag een regel uit een oud countryliedje: When the phone don't ring, you'll know it's me.