`Ons probleem is dat wij niet nieuwsgierig zijn'

In zijn roman Les prisonniers de la haine schetst journalist Venance Konan een somber beeld van Ivoorkust. ,,Zelfkritiek is het enige wat ons nog redden kan.''

Van de oplage van vijfduizend exemplaren zijn er al drieduizend verkocht. Het boek Les prisonniers de la haine (`Gevangenen van de haat') is een verkoopsucces in Ivoorkust. Drieduizend lijkt laag op een bevolking van zestien miljoen. Maar dit is West-Afrika, waar lezen geen normale vorm van vrijetijdsbesteding is. Toch kan zelfs de grote belangstelling voor zijn boek de auteur niet positief stemmen. Venance Konan (45), tevens sterverslaggever van 's lands meest gezaghebbende krant, noemt Afrikanen lui en gemakzuchtig: ,,Ons probleem is dat wij totaal niet nieuwsgierig zijn. Nadenken vinden we veel te vermoeiend. We zitten liever in de kroeg.''

Les prisonniers de la haine is een somber portret van een land dat op de rand van de afgrond balanceert. De hoofdpersoon Cassy, net als de schrijver een bekende journalist, raakt één voor één zijn vrienden kwijt. Ze worden opgeslokt door de miljoenenstad Abidjan. Zijn vriendin Olga raakt verslaafd aan drugs en sterft na behandeling door een corrupte gebedsgenezer. Zijn jeugdvriend Jo Chiwawa wordt doodgeschoten door de politie in opdracht van een pedofiele zakenman. Om inzicht te krijgen in de oorzaak van de misère gaat Cassy naar buurland Liberia. Hij concludeert: ,,De Afrikaan haat zichzelf en zijn naaste, omdat die op hem lijkt. Daarom slacht hij hem af zodra hij de gelegenheid krijgt.''

Als verslaggever staat Venance Konan bekend om zijn leesbare, in de ik-vorm geschreven reportages. Die hebben school gemaakt in een land waar onafhankelijke journalistiek in de kinderschoenen staat. Les prisonniers de la haine is eerder een vlotte pageturner dan literatuur met een hoofdletter. Maar zelfs dat is hier uitzonderlijk. Van cultureel leven is nauwelijks sprake. Konan: ,,We hebben maar één schrijver voortgebracht die in het buitenland bekend is: Ahmadou Kourouma. Het intellectuele debat is hier nooit van de grond gekomen. President Houphouët-Boigny, die dertig jaar aan de macht was, stond dat niet toe. Tot voor kort was er maar één cultureel centrum, het Franse. Toen ik student was, kon je óf naar de Fransen óf naar de kroeg.''

Twee jaar geleden rondde Konan het manuscript af. Enkele maanden later werd in Ivoorkust een putsch gepleegd. Een burgeroorlog volgde. Konan zag het conflict aankomen, zo blijkt uit Les prisonniers de la haine, dat haarscherp de rot in de samenleving blootlegt: hebzucht, egoïsme, corruptie, genotzucht en boven alles, haat. Meer dan ooit is zijn boek actueel – en daarom ook zo populair. Cassy, zijn alter ego, beschrijft Ivoorkust als een ,,lijk waarvan de buik begint op te zwellen''. Een Liberia in wording.

Ook in zijn krantencolumn spaart Konan niemand, zeker de heersende klasse niet. Grijnzend: ,,Ik werd vorige week bij de president ontboden omdat ik iets geschreven had waar hij erg boos om was. Gelukkig heeft mijn hoofdredacteur de boel gesust.''

Zelfkritiek is het enige wat ons nog redden kan, zegt Konan, die pessimistisch is over de toekomst van Ivoorkust. Verbeter de wereld, begin bij jezelf, besluit de protagonist in zijn boek. Het advies lijkt aan dovemansoren gericht, want de meeste Ivorianen geven liever anderen de schuld van hun ellende.

Konan: ,,We klagen over vijfhonderd jaar slavernij, maar al die tijd is het bij geen enkele Afrikaan opgekomen om zelf een geweer te maken en zich te verdedigen. We willen dezelfde levensstandaard als in Europa, maar niemand staat erbij stil wat je allemaal moet doen om die te bereiken. Ja, je moet ervoor werken. Maar dat willen we niet. We krijgen liever hulp. We nemen onze verantwoordelijkheid niet. Als er een probleem is, gaan we naar een gebedsgenezer. Als ik een ongeluk krijg, komt dat door tovenarij. Als er oorlog is, zeggen we: het is de schuld van Frankrijk. We willen niet in de spiegel kijken.''