Olie zat

Is er olieschaarste op komst? Leonardo Maugeri van het Italiaanse energiebedrijf Eni Spa wil er niet van weten. In Science van deze week hekelt hij de doemscenario's die nu circuleren. `Paniekzaaien over de beschikbaarheid van olie heeft als enig effect dat een misplaatste obsessie onstaat met veiligheid en controle aangaande olie', aldus Maugeri. `Een obsessie, zo laat de geschiedenis zien, die steeds opnieuw funeste politieke beslissingen uitlokt.'

Eerder dit jaar rolden er bij Shell koppen omdat de omvang van de `bewezen voorraden' in de boekhouding rooskleuriger was voorgesteld dan was toegestaan op grond van de regels van de Amerikaanse beursautoriteit SEC (Security and Exchange Commission).

Dat had te maken met exploitatiemogelijkheden op de korte termijn, maar volgens Maugeri heeft de Shell-affaire niets te maken met een werkelijke op handen zijnde olieschaarste. Al na de Eerste Wereldoorlog leidden voorspellingen van olieschaarste in de Verenigde Staten tot paniekreacties. In 1919 voorspelde de directeur van de U.S. Geological Survey dat het land binnen negen jaar door zijn olie heen zou zijn. Gevolg was dat Amerika zijn invloed in het gebied rond de Perzische Golf veilig stelde. Imperialisme als paniekreactie, aldus Maugeri.

Probleem is dat de zwartkijkers een verouderd model hanteren voor het bepalen van de olievoorraden, schrijft de Italiaan. Dat doet alsof de geologie van de Aarde geen geheimen meer kent, negeert technologische vernieuwing en laat kostprijsfuncties buiten beschouwing. Gevolg is dat doemscenario's keer op keer moeten wijken voor opwaarderingen van bestaande voorraden en het aanboren van nieuwe velden. `Winbare voorraden' is een dynamisch concept. Het Kern River-veld in Californië, in 1899 ontdekt, zou in 1942 nog 54 miljoen barrel bevatten. Maar tot 1986 zijn uit het veld 736 miljoen vaten opgediept, waarna de resterende voorraad werd vastgesteld op 970 miljoen vaten.

Nieuwe technieken voor exploratie, boren en winnen hebben de kosten per barrel drastisch omlaag gebracht, van $21 in 1980 tot minder dan $6 in 1999. En dat terwijl per veld een groter gedeelte van de olie daadwerkelijk wordt gewonnen. De kritiek dat nieuw ontdekte olievelden maar een kwart van het huidige wereldverbruik dekken, wimpelt Maugeri weg met de opmerking dat het werkelijke probleem is dat oliemaatschappijen noch olielanden veel geld steken in exploratie, uit angst voor overcapaciteit en dus een lage prijs. De maatschappijen gaan gebukt onder de onrealistische korte termijneisen van de financiële markten. Olie zat.