Maak mij maar dood

Saddam Salah al-Rawi (29) zat tweemaal gevangen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad. Drie jaar onder Saddam Hussein, vier maanden onder de Amerikanen. Hij kent Lynndie England, Charles A. Graner, Ivan Frederick. `Ivan kwam mijn cel binnen en zei dat als ik niet meewerkte ze mij... je weet wel... fuck you.'

Of hij op de foto's staat? Het is de eerste vraag die een ex-gevangene van Abu Ghraib te horen krijgt sinds het schandaal rond de gevangenis in Bagdad uitbrak, eind vorige maand. ,,Ik weet het niet'', zegt Saddam Salah al-Rawi. ,,Op een gegeven moment zijn ze mij in mijn cel een foto komen tonen. `Dat ben jij', zeiden ze. Het zou kunnen. Ik had op dat moment een zak over mijn hoofd.'' Hij bladert door een recent exemplaar van Newsweek op zoek naar de foto. ,,Deze'', zegt hij. Het is de foto waarop soldaat Lynndie England (21), met een sigaret in de mondhoek, een thumbs up-gebaar maakt terwijl ze naar de genitaliën wijst van een rij naakte mannelijke Iraakse gevangenen.

Saddam Salah al-Rawi, dossiernummer 200144, werd op 28 maart 2004 vrijgelaten uit Abu Ghraib na vier maanden gevangenschap. Op het standaardformulier dat hij van de Amerikanen kreeg staat dat `zijn misdaad is onderzocht en zijn celstraf uitgezeten'. Was getekend: Lt.-Kol. Craig A. Essick. Dat is vreemd, want Al-Rawi zat vast op beschuldiging van terrorisme. Zou hij dan toch onschuldig zijn geweest, zoals 70 à 80 procent van de gevangenen in Irak volgens het Internationale Comité van het Rode Kruis? Al-Rawi zegt in elk geval van wel.

Al-Rawi was een belangrijke bron voor de Amerikaanse majoor-generaal Antonio Taguba, die rapporteerde dat er in Abu Ghraib ,,talloze gevallen van sadistische, schaamteloze, flagrante mishandeling hebben plaatsgevonden''. Zijn rapport lekte uit naar Amerikaanse media en vormde de basis voor het Abu Ghraib-schandaal. De mishandelingen die Al-Rawi beschrijft zijn wat Taguba betreft grotendeels onbetwist. Ze vormen de basis voor de aanklacht tegen de zeven soldaten die voor de krijgsraad zijn gedaagd.

Saddam Salah al-Rawi kwam in de gevangenis terecht omdat hij als Iraakse burger zijn plicht wilde doen. Zijn verhaal begint op een dag in november, 2003. Het leven van Al-Rawi (29) zag er op dat moment nu eens vrij rooskleurig uit. Tot 1995 was hij instructeur geweest voor de Al-Amn Al-Khas, Saddams machtigste geheime dienst. Na een mislukte militaire coup in dat jaar moest hij onderduiken. In 1999 werd hij in Bagdad gearresteerd na een schietpartij met de politie en belandde in Abu Ghraib wegens deelname aan een coup. Hij werd vrijgelaten in het kader van een algemene amnestiemaatregel die Saddam Hussein in oktober 2003 afkondigde. En nu was hij per taxi vanuit zijn dorp Rawa, nabij de grens met Syrië, naar Bagdad gekomen om te trouwen. Zijn broer had ook trouwplannen en ze hadden besloten er een dubbele bruiloft van te maken. Saddam had aangeboden naar Bagdad te gaan om meubilair te kopen voor de twee nieuwe gezinnen. Hij kende Bagdad omdat hij er ondergedoken was geweest.

,,Een van de passagiers van de taxi'', vertelt hij, ,,was een vrouw met een jong kind. Op een gegeven moment moesten we langs de kant van de weg stoppen om de jongen te laten plassen. De taxi stond wat scheef in de berm. Zo zag ik dat er verdachte dingen onder de wagen hingen.'' De taxi was een bomauto, zegt Al-Rawi. Daar wilde hij niks mee te maken hebben. Zodra hij binnen de stadsgrenzen van Bagdad was, stapte hij uit en nam een andere taxi, samen met de vrouw en haar zoontje.

Maar de volgende dag, zegt Al-Rawi, zag hij de taxi terug, in de buurt van het hotel waar hij de nacht had doorgebracht. De auto was verlaten, en deze keer kon Al-Rawi een betere blik werpen onder de taxi. Het was inderdaad een bomauto. Al-Rawi komt uit een gebied dat bekend staat om zijn verzet tegen de Amerikaanse bezetting. Hoe hij voor zijn gevangenschap over de Amerikanen dacht, ,,is hoe elke rechtgeaarde Irakees denkt over de bezetter van zijn land''. Als de bomauto voor een Amerikaanse basis had gestaan, had hij er geen aandacht aan besteed. ,,Maar dit was een dichtbevolkte volksbuurt. De slachtoffers zouden Irakezen zijn geweest.''

Al-Rawi besloot naar het politiebureau aan de Al Sadounstraat te gaan waar een vriend van hem werkte als sergeant. Hij dacht dat hij zou worden geprezen voor zijn burgerzin, zegt Al-Rawi. In plaats daarvan vertelde de sergeant aan de Amerikanen dat hij tot een terroristische cel behoorde. ,,Voor het geld: de Amerikanen geven een premie voor informatie over terroristen.''

Oranje pak

De eerste klappen, zegt Al-Rawi, kreeg hij op het politiebureau. De volgende dag kreeg hij een zak over zijn hoofd en werd hij overgebracht naar een andere plek, ,,ik denk een van de ex-paleizen van Saddam'', waar hij vier dagen en nachten doorbracht achter prikkeldraad onder de blote hemel. Twee dagen lang kreeg hij geen eten of water, en werd hij ondervraagd door ,,een Amerikaanse burger'' en een Iraakse tolk. ,,Als je naam Saddam is, dan kan het niet anders of je bent een aanhanger van Saddam'', had de tolk hem gezegd.

Later werd hij, nog steeds met de zak over zijn hoofd, overgebracht naar nog een andere plek. Toen de zak uiteindelijk werd verwijderd, wist Saddam Salah Al-Rawi onmiddellijk waar hij was. Hij zat opnieuw in Abu Ghraib. Om precies te zijn: in het celblok dat onder Saddam dienst deed als death row.

,,Ik werd opgevangen door sergeant `Joiner', die mij een oranje pak gaf, zoals de gevangenen in Guantánamo dragen. Hij sloeg ook mijn hoofd tegen de muur.'' In de Amerikaanse media wordt ervan uitgegaan dat wanneer de gevangenen het over `Joiner' hebben, ze in feite soldaat eerste klas Charles A. Graner (35) bedoelen, het vriendje van Lynndie England. Dat klopt niet, zegt Al-Rawi, ,,Graner was blank, droeg een bril en was groot van stuk. Sergeant Joiner was zwart en dik.''

Joiner stopte hem in een cel met een groot aantal andere gevangenen. Al-Rawi, zegt hij, was geboeid en had opnieuw een zak over zijn hoofd. ,,Ik heb aan een andere gevangene, Thamer al-Ambar uit Fallujah, gevraagd om de zak te verwijderen. Dat heeft hij gedaan, met veel moeite want hij was ook geboeid. Al-Rawi had er onmiddellijk spijt van: hij zag dat de anderen bijna allemaal naakt waren. ,,Ik heb Thamer gevraagd om de zak opnieuw over mijn hoofd te trekken.''

Na een uur werd Al-Rawi weggevoerd. ,,Ze hebben mijn handboeien afgedaan en mij uitgekleed. Ik heb geweigerd mijn onderbroek uit te trekken, maar ze hebben mij geslagen en hem zelf uitgetrokken. Ze hebben mij gedwongen om bovenop een doos conserven te gaan staan met mijn handen boven mijn hoofd. De zak zat nog altijd over mijn hoofd, voor het overige was ik naakt. Ze hebben mij alleen gelaten. Toen ze terugkwamen, hebben ze mij geslagen. Ze namen foto's en ze lachten. Ik moest een plastic stoel boven mijn hoofd tillen. Een van de soldaten had iets over mijn borst en rug geschreven. Ik weet niet wat. Ze sloegen mij opnieuw. Na een tijd ben ik gevallen, met mijn hoofd tegen de muur. Ze hebben mijn zak afgedaan. Toen heeft een van de soldaten over mij geürineerd. Ik ken zijn gezicht, maar niet zijn naam.''

Al-Rawi werd afgevoerd naar cel 42 van celblok 1A waar hij de volgende vier maanden zou doorbrengen. Er stond een metalen bed zonder matras of dekens. ,,Ik was zo uitgeput dat ik op het bed ben neergevallen. Ik ben wakker gemaakt door een soldaat die tegen mij aan het schoppen was.'' Het was stafsergeant Ivan Frederick (37).

Al-Rawi heeft er geen enkele moeite mee te vertellen hoe hij geslagen werd in Abu Ghraib. Maar hij krijgt het moeilijk wanneer de seksuele vernederingen ter sprake komen. Hij stuurt de vrouwelijke tolk die bij het gesprek aanwezig is met een excuus de kamer uit. En zegt dan in het gebrekkige Engels dat hij in de gevangenis heeft geleerd: ,,Ivan kwam mijn cel binnen en zei dat als ik niet meewerkte ze mij... je weet wel... fuck you.'' (In het Taguba-report wordt `het bedreigen van mannelijke gevangenen met verkrachting' genoemd als een van de overtredingen.)

Achttien dagen werd hij geslagen en vernederd, zegt hij, ,,drieëntwintig uur per dag, elke dag''. In de cel moest hij zijn handen en voeten door de tralies steken die dan aan de buitenkant werden geboeid. De hele dag speelde er loeiharde heavy-metalmuziek. Soms kreeg hij emmers ijskoud water over zich heen, andere keren kreeg hij elektrische schokken van een stun gun. Of hij werd geslagen en geschopt terwijl hij van achter aan handen en voeten was vastgebonden. Meestal waren het soldaten die hem sloegen, maar vaak was er een burger aanwezig, `Steven'. ,,Hij was degene die de orders gaf. Hij keek toe terwijl de anderen mij sloegen, soms deed hij zelf ook mee.'' In het Taguba-rapport wordt een privé-contractant, Steven Stephanowicz, genoemd als een van degenen wier taak het was de gevangenen murw te maken voor ondervraging.

Wat voor Al-Rawi, een diepreligieus man, veel erger was dan de fysieke pijn was het feit dat hij al die tijd naakt was, zegt hij. ,,Weet je, zelfs mijn moeder heeft mij zo nooit gezien. En ik was niet getrouwd. Ik ben verlegen. Zelfs zwemmen deed ik altijd alleen.'' Vooral de confrontatie met de vrouwelijke bewakers was vernederend.

Mooie meisjes

Soldaat eerste klas Sabrina Harman (26) was een aantrekkelijk meisje, daar waren alle gevangenen het over eens. En ze was niet door en door slecht. ,,Sabrina was soms aardig tegen ons. Op een keer ging ik huilen tijdens de foltering. Sabrina suste mij en bood me een sigaret aan. Ze vroeg of ik kinderen had. Ze toonde mij een foto van haar zoontje. Ik vroeg hoe oud hij was. Ze zei dat hij vijf was.''

Maar die menselijke momenten waren zeldzaam. Al-Rawi herinnert zich vooral hoe Harman ,,en het andere mooie meisje'' – hij bedoelt soldaat eerste klas Megan Ambuhl (29) – hem seksueel vernederden. ,,Telkens wanneer ik uit de cel werd gehaald, stonden ze erop om mij af te tasten, ook al was ik naakt en kon ik niks verbergen. Ze deden... slechte dingen. Ze raakten mij aan, zowel van voor als vanachter. Ze trokken aan mijn penis. Ik had liever dat ze mij hadden gedood.''

Al-Rawi zegt dat hij ook getuige is geweest van de verkrachting van een vrouwelijke gevangene door een mannelijke Amerikaanse bewaker. ,,Het was het ergste dat ik heb meegemaakt, erger dan wat ze mij hebben aangedaan. Ik zat in mijn cel op de eerste verdieping van celblok 1A. De verkrachting gebeurde beneden, maar door de tralies kon iedereen zien wat er gebeurde. Ze wilden dat wij het zagen. Mannen en vrouwen zijn gescheiden in Abu Ghraib, dus hij moet die vrouw speciaal naar de mannenafdeling hebben gebracht om haar te verkrachten. Het was een vrouw uit Basra, en haar broer zat in cel 49. Van de gevangenen aan de overkant heb ik gehoord dat de broer in de hoek van zijn cel is gekropen en stilletjes heeft gehuild.''

Al-Rawi identificeert de verkrachter als `stafsergeant Snider of Schneider'. In het geheime Abu Ghraib-rapport van majoor-generaal Antonio Taguba is sprake van een sergeant eerste klas Shannon K. Snider, een pelotonscommandant. Snider wordt verweten dat hij zijn manschappen niet onder controle had, en dat hij een incident waarbij sergeant Javal Davis (26) en soldaat Lynndie England (21) op de handen en voeten van gevangenen stampten niet heeft gerapporteerd, ofschoon hij er getuige van was. Het rapport spreekt verder van `seks met een vrouwelijke gevangene'. Het gebruik van het woord `seks' is een vreemde keuze. Het suggereert dat de vrouwelijke gevangene ermee instemde, wat binnen de context van een Amerikaanse gevangenis in Irak onwaarschijnlijk is.

Saddam Salah Al-Rawi zegt dat hem gedurende de achttien dagen van mishandeling en vernedering geen enkele vraag is gesteld over zijn vermeende lidmaatschap van een terroristische organisatie. Dat kwam pas later. ,,Na achttien dagen gaf `Joiner' mij kleren. Hij zei dat hij ze opnieuw zou afpakken als ik niet meewerkte.'' Hij noemt zijn ondervragers `Carlos, Lise en Chris', alle drie militairen. Soms was ook iemand in burger aanwezig. ,,Tegen die tijd wilde ik gewoon dood. Ik heb hun alles verteld wat ze wilden horen. Of ik Ansar al-Islam kende [een moslimextremistische beweging die wortelt in het Koerdische noordoosten van Irak]. Ja, zei ik, ik ben actief lid. Of ik het Leger van Mohamed [een Iraakse verzetsbeweging] kende? Ja, Mohamed is mijn neef. Of ik Al-Zarqawi [een Jordaniër die volgens de VS Al-Qaeda vertegenwoordigt in Irak] kende? Ja, ik ben zijn chauffeur. Aan het eind heb ik gezegd: `Ik ben Osama bin Laden, ik heb de aanslagen in New York en Washington gepleegd, ik zat op een van de vliegtuigen. Dus maak mij nu maar dood.' Toen zijn ze heel boos geworden. Ze riepen `bullshit!', en ze hebben mij geslagen.'' Hij schat dat hij in totaal zo'n vijftig keer is ondervraagd. De vragen waren elke keer dezelfde, de antwoorden telkens anders, maar altijd gelogen. ,,Hoe kon ik anders? Hadden ze mij gevraagd hoe je falafel maakt, dan had ik kunnen antwoorden. Maar hoe kon ik hun nu vertellen wat ik niet wist?''

Uiteindelijk hebben de Amerikanen hem laten gaan. Hij staat erop dat ik opschrijf dat zijn twee vrouwelijke ondervragers, `Lise' en `Chris', ,,heel aardig waren''. ,,Lise is mij zelfs komen opzoeken in mijn cel toen zij terug naar de Verenigde Staten ging. Ze wilde afscheid nemen, en ze heeft zich verontschuldigd voor het gedrag van de anderen.''

Sigaretten

Maar verontschuldigingen, zelfs als ze van president George W. Bush komen, volstaan niet voor Saddam Salah al-Rawi. Hij was graag zelf getuige geweest van de zaak van Jeremy Sivits, de Amerikaanse soldaat die deze week voor een krijgsraad in Bagdad tot een jaar cel werd veroordeeld. Hij wilde met een zak over zijn hoofd in de zaal gaan zitten. Dat kon niet, en dus stond Saddam Salah al-Rawi woensdag buiten voor de poort van de Groene Zone, het streng beveiligde Amerikaans hoofdkwartier in Bagdad waar de rechtszaak plaatsvond, samen met een honderdtal andere Iraakse betogers die de beruchte foto's van Abu Ghraib meedroegen op spandoeken. Met een zak over zijn hoofd.

Al-Rawi geeft toe dat de folteringen onder Saddam Hussein erger waren dan onder de Amerikanen. ,,Mijn Iraakse ondervragers hadden geen asbak, dus duwden ze hun sigaretten op mijn lichaam uit. Ze hadden niet genoeg stoelen, dus lieten ze mij op een elektrische verwarming zitten.'' Hij toont de littekens op zijn borst waar hele stukken huid werden afgerukt. Maar dat alles, zegt hij, is niets vergeleken bij de vernedering door de Amerikanen. ,,Littekens vervagen, maar de vernedering, die zal ik nooit van mijn leven vergeten.''

Hij is nog één keer naar zijn dorp teruggekeerd, als een dief in de nacht, om wat spullen op te halen. Voor de rest heeft hij sinds zijn vrijlating in een goedkoop hotelletje in een arme wijk van Bagdad gezeten, waar hij de receptionist heeft gevraagd te zeggen dat hij er voor niemand is, zelfs niet voor zijn moeder wanneer die belt. ,,Ik kan mijn familie niet meer onder ogen komen'', zegt hij, ,,de schaamte is te groot. Hier in Bagdad is er tenminste niemand die mij kent.'' Ook zijn verloving heeft hij verbroken. ,,Hoe kan ik ooit nog trouwen na wat die meisjes met mij hebben gedaan?'' Hij had nooit contact gehad met het meisje met wie hij zou trouwen, niet sinds hun kindertijd. Zo gaat dat in de streek waar hij vandaan komt, een traditioneel gebied waar religie en tribale tradities hand in hand gaan.

Al-Rawi heeft nog maar één doel in het leven: te kunnen getuigen over wat hij gezien heeft in Abu Ghraib, in een civiele rechtszaak waarin ook voor de Irakezen een rol is weggelegd. ,,Ik moet alles vertellen wat ik weet, ik ben het verplicht aan de gevangenen die er nog zitten.''

Voor de bovenstaande informatie is gebruik gemaakt van de Washington Post, de Pittsburgh Post-Gazette, NBC, USA Today, People en Newsweek

    • Gert Van Langendonck