Knippen en zagen in een dubbelgeklapte wagon

In de chaos na de treinbotsing op Amsterdam CS duurde het uren voordat alle gewonden door de brandweer konden worden bevrijd. Toeristen liepen verdwaasd rond.

Vanaf het einde van perron 1 zijn de twee op elkaar gebotste treinen aan de oostkant van het station goed te zien. De dubbeldekker lijkt nog in redelijk goede staat. Tegen de voorkant zit de locomotief van de intercity aangedrukt, die op het oog ook nog redelijk intact lijkt. Daar bovenop ligt een passagierscompartiment, dat met de voorkant in de bovenleiding steekt. Het voorste gedeelte van ongeveer zes meter van deze wagon is volledig dubbelgeklapt. De stoelen zitten tegen elkaar aangedrukt, de ramen zijn versplinterd en aan de zijkanten hangen de deuren aan stukken staal te wiebelen. Het gedeelte waar even daarvoor reizigers zaten is samengeperst tot een verwrongen hoop staal. Een machinist klimt met behulp van collega's op het perron. Hij kijkt geschrokken en zegt dat er aan weerskanten van de trein mensen hangen.

Het eerste half uur na het ongeluk is de chaos groot op en rond Amsterdam Centraal Station. Overal staan ambulances en politieauto's en uit alle richtingen klinken sirene's. Er zouden minstens twee dodelijke slachtoffers zijn gevallen, en in de voorste wagon zouden nog mensen ingeklemd zitten. De politie dirigeert alle reizigers naar het plein voor de stationshal. Ook alle autowegen en doorgangen onder het spoor worden voor het verkeer afgesloten.

Op de rails zijn reddingswerkers en brandweermensen dan al bezig de slachtoffers uit het wrak te helpen. De lichtgewonden worden via het spoor afgevoerd naar een calamiteitentent die achter het pas geopende Stedelijk Museum is opgezet. Daar worden ze warm gehouden met folie, terwijl ambulances af en aan rijden. Naast het stationsplein landen twee traumahelikopters.

Een beveiligingsman van een pand aan de De Ruyterkade, pal naast het spoor, kijkt uit het raam. ,,Jezus, man. Meteen na de klap hoorde ik geschreeuw en geroep om hulp'', zegt hij en kijkt weer richting de treinen. Politie en ambulances zag hij even later een paar keer heen en weer rijden omdat de plaats van het ongeluk moeilijk te bereiken was. Rondom het spoor wordt druk gebouwd aan de Noord/Zuidlijn. Uiteindelijk werden een aantal fietspaaltjes verwijderd zodat er een doorgaande weg ontstond voor de hulpverleners.

Tussen twee huizen aan de De Ruyterkade loopt een heuveltje tot aan het spoor. Vanaf de top is het ongeveer vijftig meter tot de kop van de dubbeldekker. Brandweerlieden slepen tegen half negen bouwlampen over het spoor om de treinen bij te lichten. Bovenop de dubbeldekker staan andere brandweermannen met elektrische metaalknippers en -zagen het verwrongen gedeelte te bewerken om enkele beklemde reizigers te bevrijden. Tegen tien uur begint het te schemeren en is uit de verte in het licht van de bouwlampen goed te zien hoe de brandweer nog steeds met het in elkaar gevouwen gedeelte van de trein bezig is.

In de intercity die op de dubbeldekker is gebotst zaten volgens de NS enkele honderden reizigers. Rond half elf wordt duidelijk dat er twintig gewonden zijn gevallen bij de botsing, waarvan twee zwaargewond. De brandweer weet een van hen pas om half twaalf uit de wagon te bevrijden. Urenlang heeft de vrouw bekneld gezeten.

Het station is op dat moment zeldzaam verlaten. Op honderd meter van de hoofdingang houdt de politie gestrande reizigers op afstand. Groepen toeristen vragen de politie hoe ze nu verder moeten. John Pitars uit Nigeria heeft besloten een hotel op te zoeken. België ga ik vanavond niet meer redden, zegt hij berustend.