Hét recept voor Irak: stabiliteit in plaats van het illusoire doel van democratisering

In de wereld na 1989 komt het niet aan op de juiste mentaliteit, maar op het juiste gedrag. Daarom moet Amerika zijn liberaal-revolutionaire dromen opgeven en terugkeren naar de realpolitische traditie van zijn buitenlandse beleid.

Hoe merk je dat een land bezig is een oorlog te verliezen? Aan de inflatie van de term `exit strategy', en doordat hand en tong weifelachtig worden. Ineens heeft proconsul Paul Bremer het over weggaan, maar 48 uur later poneert George Bush: wij blijven. In Najaf gaan Amerikaanse tanks in het offensief, een dag later gaat minister van Buitenlandse Zaken Powell naar Canossa (lees Jordanië), waar hij vooraanstaande Arabieren nederig om vergiffenis smeekt. Derde signaal: sinds vorige week gelooft een meerderheid van de Amerikanen niet meer in de zin, de waarde van deze oorlog.

Het heeft geen zin om te speculeren over de vraag of en wanneer de Verenigde Staten de aftocht zullen blazen. Maar het is niet te vroeg om na te denken over lessen en opties, over de kloof tussen grootse plannen en te krappe middelen, over het onvermogen van democratieën om orde te scheppen door middel van oorlogen die slechts zeer zijdelings de eigen veiligheid dienen, en over het aanpakken van pathologisch-politieke situaties in een regio die bereid is tot meer geweld en haat dan het Westen ooit heeft kunnen opbrengen.

Neem om te beginnen de 110.000 militairen die nog in Irak zitten. Dat is 1 op de 240 Irakezen – dezelfde verhouding als het aantal politieagenten op het inwonertal van New York. Daar staat tegenover dat de New-Yorkse cops het niet op een zeshonderdmaal zo groot territorium tegen raketten en duizenden moordenaars hoeven op te nemen, terwijl ze intussen ook nog scholen en energiecentrales moeten bouwen. Een andere vergelijking: in 1830 hebben de Fransen Algerije veroverd met 30.000 man, maar in 1962 konden zij het met 600.000 man niet behouden. De conclusie luidt dat Irak met zo'n 110.000 Amerikaanse troepen in geen geval in de hand kan worden gehouden – niet zolang alle buren, van Damascus tot Teheran en alle jihadisten van de wereld, de VS daar hun Dien Bien Phu toewensen.

Dat zouden hier in Europa zelfs de wildste Amerikahaters niet moeten doen. Een staat van Al-Qaeda in Bagdad, een Ba'athregime in een ander jasje, een overwinning voor de duisterste krachten van de islamitische wereld?

Anderzijds komt er voor 30 juni geen democratie in Irak, temeer daar de eigenlijke oorlog – tussen de shi'itische regio, de soennitische driehoek en Koerdistan – nog maar net begonnen is. Wat dan? De macht overdragen aan de VN? Daarvan dromen is net zo dwaas als van een – militair correcte – verdubbeling van de Amerikaanse bezettingsmacht.

Het is de VN nog nooit gelukt veiligheid te organiseren; daarvoor zouden zij een sterk Amerikaans contingent nodig hebben, dat zich heus niet als hulpsheriff zal aandienen. Wie de risico's loopt, wil het voor het zeggen hebben.

Na 30 juni de zege afkondigen en afmarcheren? Dat zou een recept zijn voor een oorlog van allen tegen allen, voor het de facto uiteenvallen in drie staten, en interventie door angstige of gretige buren. Gezien de louter kwalijke varianten lijkt een fundamentele verandering van uitgangspunt aangewezen: ruil het fraaie, maar illusoire doel van de democratisering in voor ouderwets-realpolitische `stabiliteit'. De Israëlische strateeg Yossi Alpher heeft het verschil gekoppeld aan twee personen. Geen Arabische potentaat is zo democratisch gekozen als Yasser Arafat, maar niemand heeft in het Midden-Oosten als peetvader van terreur, als dwarsligger, zo'n destructieve rol gespeeld als hij. Stel daartegenover Moammar Gaddafi, het schoolvoorbeeld van een dictator: met hem kunnen wij goed leven, sinds hij terreur en massavernietigingswapens heeft afgezworen.

In een wereld waarop sinds 1989 de winden van de democratisering geen vat meer hebben gekregen, komt het niet aan op de juiste mentaliteit, maar op het juiste gedrag. Daarom moet Amerika zijn liberaal-revolutionaire dromen opgeven en terugkeren naar de realpolitische traditie van zijn buitenlandse beleid. Om bij Gaddafi te blijven: die heeft zijn leven ook niet gebeterd uit oprecht berouw, maar omdat hij de Amerikaanse macht aan den lijve ondervonden heeft. In het geval van Irak zouden de VS zich op gemakkelijk te verdedigen bases moeten terugtrekken, om van daaruit goedbewapend een beslissende stem te behouden in de Iraakse machtsstrijd.

Het doel zou niet langer verandering van regime zijn, maar verandering van aard, naar het voorbeeld van Gaddafi: een heerser die sterk genoeg is om de staat bijeen te houden, maar wel in de schaduw van de Amerikaanse macht, die hem ervan weerhoudt terroristen te steunen en met kernwapens te experimenteren. `Minder ambitie en meer succes' zou het devies zijn, waarbij ook Amerika's afvallige geallieerden Berlijn en Parijs zich zouden kunnen aansluiten. Want het kan niet in hun belang zijn dat de gevaarlijkste regio van de wereld met Amerika een ordehandhaver kwijtraakt wiens plaats Europa nooit zal innemen.

Josef Joffe is uitgever/hoofdredacteur van Die Zeit.