Gewonde vissen waarschuwen andere met alarmstofje

Vissen die in scholen zwemmen scheiden een alarmstof af die soortgenoten waarschuwt voor gevaar. Dat concluderen Amerikaanse gedragsonderzoekers uit onderzoek onder in scholen levende vissen. (Animal Behaviour 67/1, blz. 59 -67, 2004). De onderzoekers zagen dat de vissen duidelijk minder vaak zwommen op plekken waar iets werd vrijgegeven van hun schrikstof, een chemische stof die uit bepaalde cellen in de vissenhuid wordt afgescheiden als de dieren gewond raken. De reactie van de vissen op de alarmstof was vergelijkbaar met de reactie op tonen van een model van een roofvis. Vissen die even eerder waren blootgesteld aan de schrikstof reageerden veel schrikachtiger op een roofvismodel.

Binnen de ethologie werd de alarmstof van vissen decennialang aangehaald als voorbeeld van chemische communicatie. De alarmstof zorgt er voor dat scholenvisjes zich uit de voeten maken en in een compactere school gaan zwemmen.

In 1996 rapporteerden Engelsen echter dat hen bij onderzoek aan wilde voorntjes niets was gebleken van het effect van de zogenaamde schrikstof. Er kwamen weliswaar speciale substanties vrij uit verwonde vissenhuid, maar die zouden alleen in bijzondere omstandigheden in gevangenschap, zoals in kleine aquaria, een effect sorteren. In het wild bleek er niets van, zo meenden de Engelsen.

Volgens de Amerikaanse onderzoekers van de Minnesota State University is het spraakmakende Engelse onderzoek goed uitgevoerd, maar bij nader inzien slecht geïnterpreteerd. De Engelse onderzoekers hadden de effecten van de schrikstof kunnen bewijzen als ze alleen hadden gekeken naar de eerste reactie van de dieren, en niet naar hun gemiddelde gedrag over een langere periode daarna. Anti-roofdierreacties zijn hevig, maar kortdurend.