Geneeskunst van Chen Zhen

Zen Garden is gigantisch. Boven de zes, zeven meter hoge ommuring torenen lichtgevende ingewanden uit – zo groot als volgroeide bomen. De darmen en klieren zijn doorboord met een meterslange naald, worden uitgerekt door een reusachtige operatietang. Een grindpad loopt in een omsingelende beweging om de bovenmaatse lichaamsdelen heen. Claes Oldenburg zou zich hier klein voelen.

Helaas is Zen Garden nooit gebouwd. Voordat Chen Zhen (geboren in Shanghai en in 1986 geëmigreerd naar Frankrijk) zijn meditatietuin in Turijn kon realiseren, overleed de kunstenaar in 2000 aan de gevolgen van een bloedziekte. Hij werd 45 jaar. Bezoekers van de tentoonstelling Dancing Body/Drumming Mind, de eerste grote overzichtstentoonstelling van Chens werk in Nederland, moeten het daarom doen met een maquette. Maar ook als schaalmodel is het werk indrukwekkend. Oost en west botsen op elkaar en vormen toch een min of meer harmonisch geheel. De medische thematiek verleent de beeldentuin nog een extra autobiografische lading. Die is ook te vinden in Obsession of Longevity (1995), een kamertje vol kruidenmengsels en afgietsels van ziektekiemen. Of in Crystal Landscape of Inner Body (2000) dat bestaat uit een ziekenhuisbed met daarop een collectie ingewanden uitgevoerd in glas. Chen voelde de dood aankomen, zijn bestaan is bijna transparant, los van de aarde.

Niet al het werk dat in Den Haag te zien is, draait expliciet om het menselijk lichaam. Bibliothèque (1992) bestaat uit geometrisch geordende stapels verbrande kranten. Voor A World in/out of the World (1990) overdekte Chen een matras, koelkast, typemachine, koffer, kleren en paparassen met een dun laagje modder. Zo transformeerde hij zijn eerste kamertje in Parijs tot een monochroom sculptuur en een archeologisch studie-object voor historici van de toekomst.

Chen Zhen meende dat kunst geneest door te communiceren, bruggen te bouwen, relaties te leggen. In die zin is de Chinees een directe erfgenaam van Joseph Beuys, de Duitse sjamaan die kunst ooit bestempelde als `het medium bij uitstek om een zieke wereld te transformeren tot een gezonde'. Die therapeutische stroming heeft nogal wat zweverigheid opgeleverd, maar Dancing Body/Drumming Mind, het complexe titelwerk en absolute hoogtepunt van de tentoonstelling, waart Chen in een overdonderende klap vrij van new age-verdenkingen. Over een oppervlak van veertien bij achttien meter hangen allerhande stoelen, Oriëntaalse bedden, westerse banken en Afrikaanse krukjes aan drie robuuste frames. Het meubilair is bespannen met koeienhuiden en vormt zo een reusachtig percussie-instrument. De opstelling staat symbool voor de Eerste, Tweede en Derde Wereld die elkaar snijden. De afzonderlijke trommels zijn individuen, organen, onderdelen van het maatschappelijke lichaam. De Chinese titel van het werk, Jue Chang (vijftig slagen op elk), verwijst naar de boeddhistische gewoonte om conflicten op te lossen door de ruziemakers eens stevig met de koppen tegen elkaar te slaan. De allereerste, kleinere versie van dit werk toonde Chen in 1998 in het Tel Aviv Museum of Art. De kunstenaar nodigde joden en Palestijnen uit om hun wederzijdse frustraties op de drums bot te vieren. Daarna toonde hij het in 1999 nog eens tijdens de Biennale in Venetië, net op het moment dat Serviërs en Albanezen elkaar te lijf gingen in Kosovo.

Nu zullen de spanningen in Den Haag van een heel andere orde zijn. Maar wie zijn gêne overwint kan ook hier zijn persoonlijke sores uitleven op Chens werk. Hij zal het museum verlaten met tutende oren en een lichter gemoed.

Tentoonstelling: Chen Zhen, Dancing Body/Drumming Mind. T/m 15 aug in het GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di-zo 12-20u.