Er moet niet minder overheid komen, maar meer: het verlangen naar Vader Staat

Het is niet erg om een deel van onze individuele vrijheid in te leveren. Als Thomas Hobbes nu leefde, zou hij misschien pleiten voor één wereldwijde Leviathan aan wie wij ons, omwille van onze veiligheid, moeten onderwerpen.

Vorig najaar hield president George W. Bush ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de National Endowment for Democracy – een door de federale overheid gefinancierd bureau dat de vrijheid in de wereld moet verbreiden – een toespraak gehouden over enkele ,,essentiële beginselen'' die ,,alle geslaagde samenlevingen in alle culturen met elkaar gemeen hebben''. Het eerste, zo verklaarde de president, is dat ,,geslaagde samenlevingen de macht van de staat en de strijdkrachten inperken, opdat regeringen handelen naar de wil van het volk en niet naar de wil van de elite''. Dit had Amerika geleerd op zijn tweehonderdjarige `reis' naar de vervolmaking van zijn democratie, merkte Bush op, met de bedoeling minder rijpe, zich nog in ontwikkeling bevindende gevallen – namelijk het Afghanistan van na de Taliban en het Irak van na Saddam – te bemoedigen om dit beproefde, juiste pad te volgen.

Niets op aan te merken, zou je zeggen. Maar in de context van ons tijdperk – waarin bepaalde duistere krachten, zoals het terrorisme, de staat confronteren met de primaire taak de veiligheid en de maatschappelijke orde te handhaven – zijn de door Bush genoemde beginselen niet alleen irrelevant, maar vrijwel precies het tegendeel van wat wij zouden moeten nastreven. Los van de kwestie van militaire kracht vereist het terrorisme niet dat de macht van de staat wordt ingeperkt, maar juist dat hij wordt versterkt. Zo blijft het minimum aan orde bewaard dat de weerloze burger nodig heeft om te kunnen genieten van de zegeningen van de vrijheid. Na Madrid, 11 september en de zelfmoordaanslagen in de Moskouse metro en in cafés in Jeruzalem, is de staat gedwongen om nog indringender en harder op te treden dan hij al deed. Het oordeel van de geschiedenis over het rentmeesterschap van de huidige leiders zal waarschijnlijk in belangrijke mate afhangen van de wijze waarop zij de plicht nakomen om hun staten waakzamer te maken.

Sterker autoritair optreden wordt veelal beschouwd als iets wat van bovenaf wordt opgelegd, wat autocraten in spe opdringen aan een argeloos publiek. Maar de huidige wereldwijde trend naar wat je de Daddy State (Vader Staat) zou kunnen noemen, ontleent zijn kracht aan de dringende oproep door een meerderheid van de burgers. De Russen hebben onlangs met 71 procent van de stemmen de voormalige KGB-officier Vladimir Poetin herkozen, waarmee ze hem een mandaat gaven om door te gaan met zijn harde optreden tegen de Tsjetsjeense terroristen. De Israëliërs roepen om het Hek, dat men zich voorstelt als een door scherpschutters bewaakte, onder stroom staande omheining van het land, bedoeld om Palestijnse zelfmoordaanvallers weg te houden. En het is niet alleen zo dat de Amerikanen brede steun geven aan Bush' Patriot Act, maar volgens een recente peiling van Gallup beschouwen vrouwen – die meer dan mannen piekeren over de kans dat zijzelf of iemand uit hun naaste omgeving het slachtoffer van terrorisme zouden kunnen worden – die maatregel doorgaans zelfs als onvoldoende. De Europeanen eisen strikter toezicht op hun snelgroeiende islamitische minderheid, die in de EU nu vijftien miljoen personen omvat.

Wij beleven kortom de opkomst van een beweging die de instemming van de bevolking heeft, een beweging naar een meer autoritair bestel inzake wat met een trendy benaming homeland security wordt genoemd. Zoals Thomas Hobbes halverwege de zeventiende eeuw in zijn Leviathan – dat je kunt beschouwen als een leerboek over homeland security – uiteenzette, is het idee dat je voor een autoritair bestel zou kunnen kiezen, niet echt paradoxaal. In een spreekwoordelijke natuurtoestand schenkt de mens bereidwillig een deel van zijn vrijheid aan een soeverein, de enige die zijn leven en eigendommen kan beschermen. In tijden van betrekkelijke rust en welvaart kun je gemakkelijk vergeten dat er zo'n overeenkomst bestaat – maar in tijden van gevaar, wee de vorst die zijn belofte om bescherming te bieden niet nakomt.

De constatering dat wij aan het begin van een autoritair tijdperk staan, betekent uiteraard niet het einde van het gesprek, maar het begin. De kunst is om het juiste autoritaire bestel te scheppen. Daarbij is het belangrijk om vast te stellen wat er mis zou kunnen gaan bij onze pogingen om aan de eisen van deze nieuwe tijd te voldoen. Eén onmiskenbaar gevaar, het fascisme, loert al in Rusland, een vernederd land, dat sedert de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 is verkleurd van rood naar bruin. Poetin betoont zich een bevoogdende manipulator, die de vrees voor Tsjetsjeense terroristen en schurkachtige oligarchen uit de zakenwereld gebruikt als voedsel voor nationalistische sentimenten en zijn eigen persoonlijkheidscultus in het Kremlin.

Een terughoudend beleid voert Poetin met zijn Vader Staat ook niet. Hoewel het volk niet roept om meer zeggenschap van de staat over de markt of de media, heeft het regime van Poetin ook zijn greep op die domeinen versterkt. Alle grote televisiestations zijn nu in staatshanden. Gezien de wankele basis van de democratische instellingen in Rusland ziet het er niet naar uit dat Poetins neigingen zonder druk van westerse regeringen kunnen worden beteugeld.

Amerika illustreert de gevaren van het tegenovergestelde probleem: Vader Staat heeft te weinig armslag. Met name het Congres – dat tussen de uitvoerende macht en het volk in staat – blijkt een ernstig obstakel te zijn. Zo hebben verontruste wetgevers kort na 11 september heel verstandig een Transportation Security Agency (Bureau voor Vervoersveiligheid) ingesteld, met ruime bevoegdheden om de veiligheid op luchthavens te verbeteren. Maar sindsdien heeft het Congres de pogingen van dit Bureau om een gecomputeriseerde profielregistratie te ontwikkelen – om potentieel gevaarlijke passagiers gemakkelijker te onderkennen – gedwarsboomd. Dit gebeurde deels onder druk van luchtvaartmaatschappijen, die bang waren dat reizigers die ongemak ondervonden van vals alarm, hen verantwoordelijk zouden stellen voor gemiste vluchten. Hier zie je het klassieke gebrek van wetgevende lichamen: in noodgevallen reageren ze verantwoord op de wensen van de meerderheid, maar nadien zwichten ze vaak voor de macht van gevestigde lobby's.

De homeland security in de Verenigde Staten zal waarschijnlijk niet beter worden als de verantwoordelijken voor het formuleren en uitvoeren van het beschermingsbeleid niet worden afgeschermd van de wetgever. Dat was de pijnlijke les van een golf bomaanslagen in Frankrijk en andere Europese landen in de jaren tachtig. Na die aanslagen heeft Frankrijk zijn slagvaardigheid tegen terroristen verbeterd door een elite van Parijse magistraten onderzoeksbevoegdheden te verschaffen waarbij de bevoegdheden die de Patriot Act heeft verleend aan John Ashcrofts ministerie van Justitie, magertjes afsteken. Richard Clarke, voormalig anti-terrorisme adviseur van het Witte Huis, raadt aan om een elite-eenheid in te stellen naar het voorbeeld van MI5, de Britse binnenlandse veiligheidsdienst, te plaatsen onder het toezicht van een uitgelezen raad van vooraanstaande burgers. De Verenigde Staten kunnen in zekere zin een voorbeeld nemen aan hun eigen Federal Reserve. Het Congres heeft hierover niets te vertellen en de Reserve is een van de doeltreffendste Amerikaanse overheidsinstellingen.

Vader Staat stelt zowel Europa als Israël voor een lastige culturele opgave. Hobbes stelde een voordelige ruil voor, waarin een deel van de persoonlijke vrijheid wordt ingeleverd voor bescherming door de staat. Nu moet deze worden uitgebreid naar geïsoleerde en gewantrouwde islamitische minderheden, die in het verleden altijd over het hoofd zijn gezien of gediscrimineerd. Het zou extra gevaarlijk zijn om deze plicht, om meer mensen als burgers te erkennen, nog langer te verwaarlozen, nu de islamitische gemeenschappen – terecht – scherper worden doorgelicht op banden met terroristen. Ook als Israël de bezette gebieden met versterkte grenzen buitensluit, omvat het nog altijd een Arabische minderheid van zo'n twintig procent. De havik Moshe Arens, een voormalige minister van Defensie van Israël, heeft een intrigerende suggestie gedaan: onderwerp de Israëlische Arabieren aan de dienstplicht. Op de druzische Arabieren na zijn zij daar thans van vrijgesteld. Als er één instelling in de Israëlische samenleving is die de Arabische minderheid het gevoel kan geven dat ze erbij hoort, is dat wel het leger. Dat is niet alleen de voornaamste culturele smeltkroes van Israël, maar ook een belangrijke bron van contacten voor wie in het zakenleven of elders carrière wil maken.

De Franse overheid probeert op zorgzaam-bevoogdende wijze de culturele integratie te bevorderen door islamitische meisjes te verbieden om op openbare scholen hoofddoekjes te dragen, uitgaande van de gedachte dat vele meisjes door religieuze radicalen daartoe gedwongen worden. Dergelijk beleid kan gemakkelijk als discriminatie worden opgevat. Verplichte inburgeringscursussen zouden een betere manier zijn voor culturele integratie van de moslims in de getto's rond wereldsteden als Parijs, Londen en Madrid. Groot-Brittannië heeft een goed begin gemaakt door te eisen dat immigranten inburgeringscursussen volgen en slagen voor een examen in de Engelse taal. Anders krijgen ze geen paspoort. Dit is een soort streng-liefhebbende benadering die een beperkte, aanvaardbare inbreuk maakt op iemands persoonlijke autonomie.

De `Leviathan' was een angstaanjagend zeemonster, maar Hobbes zelf was een van de eerste grote humanisten van het vroegmoderne Westen. Hij zocht indertijd een formule om een einde te maken aan de door religieuze hartstochten opgezweepte burgeroorlogen die Engeland in zijn tijd teisterden. Nu dreigen de islamitische jihadstrijders met een soort wereldwijde burgeroorlog, iets heel anders dan een conventionele oorlog tussen landen. Hun transnationale legers hebben geheime bases in alle werelddelen behalve Antarctica. Als Hobbes nu leefde, zou hij misschien niet pleiten voor een planeet vol met Vader Staten, maar voor een Vader Planeet – één enkele Leviathan, één wereldvorst – aan wie wij ons omwille van onze veiligheid allemaal zouden moeten onderwerpen. Een moderne Hobbesiaan zou naar alle waarschijnlijkheid op zijn minst voorstander zijn van de instelling van een antiterrorisme-tsaar voor de hele EU – een stap waartegen jaloerse behoeders van de nationale soevereiniteit zich tot dusverre hebben verzet.

Het leven in een wereld met Vader-Staten zal geen onverdeeld genoegen worden. Het best zullen die groepen het hebben die in de meerderheid zijn in Vader-Staten die goed, maar niet al te hardhandig zijn beschermd. Wie onder het juk zit van een ongeremde autocraat, zal altijd een hard leven hebben. Maar waarschijnlijk het ergste lot wacht de mensen die zonder enige vorm van overheidsbescherming gevangen zitten in de oerchaos. In zo'n extreem kwetsbare positie verkeren bijvoorbeeld de Palestijnen op de door Israël bezette Westoever en in de Gazastrook. En mocht de wederopbouw van een staat in Afghanistan en Irak mislukken, dat wacht ook die volkeren zo'n soort voorportaal van de hel, waar, in de onvergetelijke woorden van Hobbes, ,,geen plaats is voor Nijverheid [...] geen Kunsten, geen Letteren, geen Samenleving en waar, het ergst van al, voortdurende angst en vrees bestaat voor een gewelddadige dood; en [waar] het leven van de mens eenzaam, arm, akelig, primitief en kort'' is.

Is verbonden aan het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic Monthly en correspondent voor National Journal. Hij was tot voor kort chef van het bureau Moskou bij BusinessWeek.