EK historie

Twee zomers na de verloren WK-finale van 1974 dacht Oranje zich in de EK-finale van 1976 te kunnen revancheren tegen West-Duitsland. Daarvoor moest in de halve finale nog wel even gewonnen worden van Tsjechoslowakije. En weer ging Oranje ten onder aan zelfoverschatting. De sterrenformatie die in de kwartfinales nog droomvoetbal had gespeeld tegen België, werd in het kletsnatte Zagreb op een 3-1 nederlaag getrakteerd door de Oost-Europeanen. Net als twee jaar eerder in München was een heuse rel (het zwembadincident) de aanleiding voor de wanprestatie. Bondscoach Knobel kreeg vlak voor het EK van de KNVB te horen dat hij na het EK kon vertrekken. Aanvoerder Cruijff was zo verbolgen, dat hij bijna geen bal goed raakte. En net als in 1974 (de Engelsman Taylor) was een Britse arbiter de gebeten hond. Nu gaf de Welshman Thomas een gele kaart aan Cruijff, weer wegens praten. Neeskens en Van Hanegem kregen een rode kaart. De eerste werd bestraft voor een vliegende tackle op een liggende speler. `De Kromme' weigerde een gele kaart in ontvangst te nemen (lees: zijn rugnummer te laten zien) en mocht meteen gaan douchen. De drie bestrafte Nederlanders waren geschorst voor de `troostfinale' tegen Joegoslavië, dat in de andere halve finale had verloren van West-Duitsland. Pas op het EK in 1988 werd de kater van München in Hamburg weggespoeld. The rest is history.

Dit is de vierde aflevering in een serie over de geschiedenis van het Europees kampioenschap voetbal.

    • Jaap Bloembergen