Drama

Spunk-columnist Raoul de Jong (20) drinkt wodka, veel wodka, want hij heeft de liefde van zijn leven ontmoet – en verloren.

Om een uur of elf uur 's avonds zitten we in een café in de Jordaan. Inmiddels aan de derde wodka, want ik ben verdrietig. ,,Weet je wat het probleem is met ons?'', zegt Anne-Wil. ,,Wij esthetiseren het leven te veel.'' ,,Hoe bedoel je?'', vraag ik. ,,Nou, kijk, er staan een volle asbak en twee glazen wodka op tafel. Droevig muziekje dat precies past bij onze stemming. Mooi beeld toch?'' ,,Net een film'', knik ik. ,,Precies'', zegt Anne-Wil, ,,wij zien het leven als een film. We cultiveren de ellende tot drama, want dan is het minder erg. Sterker nog: we genieten ervan. Want zonder drama geen film. Zonder dieptepunt, geen hoogtepunt.'' ,,Wij hebben af en toe drama nodig om daarna weer gelukkig te zijn bedoel je?'' Anne-Wil knikt.

Ik zie het probleem er niet van in. Alles wat ik weet is: leven als een film maakt gelukkig. Niet lang geleden ben ik het nog geweest. Hij was knap, stoer, stijlvol, intelligent, creatief, gevoelig, diepzinnig, melancholisch, reislustig en zo helemaal op een lijn met mij. Wouter, 25 jaar, kunstenaar. Ik ontmoette hem op Koninginnenacht. De perfecte jongen op het perfecte moment. ,,De liefde van mijn leven!'', had ik tegen al m'n vrienden gezegd, want als hij het niet was, zou niemand het ooit worden. Helaas had hij een vriendje. Al anderhalf jaar. Een moeilijk vriendje, maar aan vreemdgaan deed hij niet. Dus praten was alles wat we deden. Praten en een beetje knuffelen en elkaar heel lang, heel diep in de ogen kijken. Tot het buiten licht werd. Het was een nacht die je normaal alleen in fillums ziet. Daarna zou hij me bellen. Nu, een week later, had hij dat nog steeds niet gedaan.

Met twee nieuwe wodka in onze handen zakken we onderuit in een bank. Dan ineens twee handen op m'n ogen. Ik draai me om: hij! Meteen weer dat speciale gevoel, maar toch vooral boos. Dat hij wel hier kan zijn, maar mij even bellen is te veel gevraagd. ,,Ik heb de hele week op je telefoontje gewacht'', zeg ik en daarna ook de rest van wat ik niet wou zeggen. Dat het me pijn doet, nu al. Dat ik dat niet wil, pijn. Mijn favoriete zin: daarvoor ben ik al te vaak gekwetst. Dat ik dacht dat hij de liefde van mijn leven was, maar dat de liefde van mijn leven zou bellen. Dat hij zijn kans dus eigenlijk gemist heeft. Of nou ja, niet helemaal, als hij morgen wat kan doen, dan is het goed. ,,Dan kan ik niet'', zegt hij. ,,Dan niet'', zeg ik. ,,Dan niet'', zegt hij. Maar zo zijn we natuurlijk niet getrouwd.

Nog een keer, nu cool. ,,Bedoelde ik natuurlijk niet zo. Ik ben gewoon een beetje teleurgesteld.'' Wouter begrijpt het wel. ,,Sorry'', zegt hij, ,,het werd me even wat te veel. Jou, mijn vriendje, Amsterdam. Ik begreep het allemaal niet meer.'' ,,Dat had je toch even kunnen zeggen aan de telefoon?'' Dat had hij kunnen doen ja, maar hij deed het niet en Wouter houdt er niet van om geclaimed te worden. Nou, komt dat even goed uit, want ik claim hem ook helemaal niet. Mijn leven is daar namelijk veel te druk voor. Veel te druk om hem zomaar te gaan claimen en dat is jammer, want ik weet zeker dat ik toch wel het allerleukste ben wat hem ooit zal overkomen. Wat ik dus maar wil zeggen is: dat ik zoveel liefde in me heb en dat het allemaal voor hem is – als hij het wil.

,,Ik weet helemaal niet zeker of je wel zo leuk bent als je lijkt'', zegt hij en dan acht ik de tijd rijp voor een vernietigende psychoanalyse. Want daar ben ik goed in, vernietigende psychoanalyses maken. Zeker als ik dronken ben. Precies even aantonen waarom hij helemaal niet zo stoer is als hij doet. Dat ik hier degene ben die helemaal niet zeker weet of ik hem eigenlijk wel leuk vind. Wouter wordt stil en ik doe vrolijk met zijn vrienden, want die vinden me tof.

De bar gaat dicht, buiten is het licht. ,,Ga weg'', zegt Wouter. ,,Geen sprake van'', zeg ik. Hij rent een stuk vooruit, ik grijp hem aan zijn jasje en hij rukt zich los. ,,Doe niet zo raar'', zeg ik. ,,Alleen omdat je dronken bent, hoef je nog niet zo raar te doen.'' Dan stopt hij met lopen, spreidt zijn armen, werpt zijn hoofd omhoog en roept: ,,Raoul, ik kan dit niet!'' Zijn stem galmt na door de lege straat, de weinige mensen die langslopen kijken verbaasd. ,,Wouter, dit gaat echt te ver, je maakt er echt een veel te groot drama van.'' Hij lacht, een ironische lach: ,,Maak ik er een drama van?''

Leidseplein. Precies een week geleden waren we hier ook. We zitten op een stoepje en staren voor ons uit. Wezenloos, moe, opgebrand. Een bejaard stelletje maakt een ochtenwandeling, de Burgerking gaat open. Over m'n wang een traantje. Subtiel haal ik m'n neus op en hoop dat hij het merkt. Hij merkt het. Hij komt naast me zitten, slaat een arm om me heen en wrijft z'n hoofd tegen het mijne. Dan komen ze pas echt. De tranen dus, heel veel tranen. Voor het eerst sinds lang zo ontzettend veel tranen. Waarschijnlijk niet eens allemaal om hem.

,,Lieve jongen'', fluistert hij, ,,oh lieve jongen. Wij zijn helemaal niet goed voor elkaar.'',,Nee hè?'', snotter ik. ,,Ik moet echt gaan nu'', zegt hij, ,,m'n bus vertrekt.'' Ik knik. We lopen samen naar de halte. De bus staat er al. Wouter stapt in, zwaait nog een keer en dan is hij weg. Waarschijnlijk voor altijd. De film heb ik gekregen, maar hem ben ik kwijt. De jongen die een week geleden nog de liefde van mijn leven was.

Meer: www.spunk.nl