De vijand is onder ons

Twaalf zelfmoord- terroristen bliezen een jaar geleden zichzelf en 33 anderen op bij aanslagen in Casablanca. Marokko opende de jacht op de terreur in eigen land, wat leidde tot 2.000 arrestaties, 1.200 rechtszaken en 700 veroordelingen. Maar in de sloppen- wijken broeit het.

Er wordt hard gepraat in Casa de España, het restaurant van de Spaanse gezelligheidsvereniging in het centrum van Casablanca. Met betraande ogen omhelst manager Mohammed Mahboub (35 jaar) zijn twee gasten. Alle drie waren ze er een jaar geleden bij toen zelfmoordterroristen op vijf plekken in de stad gordels met explosieven tot ontploffing brachten. Mohammed Hasnaoui, een forse zestiger in pak, zat met vijf anderen aan het enige tafeltje op de patio dat min of meer gespaard bleef. De drie mannen zijn gedeeltelijk doof geworden door de explosies en lopen bij een psychiater.

De patio ruikt naar verf en geschaafd hout. Er ligt een gedenksteen bij de ingang. ,,We zaten in de hoek'', wijst Hasnaoui. ,,Onbegrijpelijk dat we gespaard zijn.'' Tweeëntwintig van de 33 doden vielen in Casa de España. Vier van hen waren Spanjaarden, de anderen Marokkanen.

Manager Mahboub had minder geluk. Hij lag een week in coma. Een fors litteken van keel tot mondhoek markeert de plek waar zijn kaakbeen werd weggeslagen en binnenkort moet hij opnieuw geopereerd worden. Mahboub is vice-voorzitter van de vereniging voor slachtoffers van de aanslagen en begrijpt als praktiserend moslim nog steeds niet dat iemand uit naam van zijn geloof mensen kan vermoorden. Maar het leven gaat door, Casa de España werd zondag heropend. ,,Dat is onze manier om te laten zien dat die terroristen ons er niet onder krijgen'', zegt Mahboub.

De afgelopen weken herdacht Marokko de aanslagen van 16 mei 2003 in Casablanca. De slachtoffervereniging bood de inwoners van sloppenwijk Sidi Moumen een couscousmaaltijd aan als gebaar van verzoening – meerdere aanslagplegers kwamen daarvandaan. Er waren verschillende herdenkingsbijeenkomsten en op het plein tegenover het stadhuis onthulde koning Mohammed VI een marmeren gedenksteen in aanwezigheid van de Spaanse premier.

Nog altijd hangen in Casablanca reclameborden met een gestileerde hand en het opschrift `Blijf van mijn land af'. Een poging om het zelfbeeld van Marokko te herstellen als een vreedzaam land met een tolerante islam, waar terreur hooguit wordt gelanceerd door buitenlandse elementen. Maar alles wijst erop dat de vijand onder de Marokkanen zelf verkeert. Dat idee werd versterkt door de terreuraanslagen van 11 maart in Madrid: het grootste deel van de daders was Marokkaans immigrant, afkomstig uit Tanger of Tetuan. En zo lijkt Marokko een belangrijk steunpunt in het nevelige moslimextremistische terreurnetwerk dat bekend staat onder de naam Al-Qaeda.

De aanslagen leidden tot een ongekende activiteit van de Sûreté Nationale. Dit gevreesde politieapparaat van Marokko deed op grote schaal invallen, ook in en rond gebedshuizen en moskeeën. Tweeduizend verdachte moslimextremisten werden opgepakt. Er volgden 1.200 rechtszaken met zevenhonderd veroordelingen. Zeventien direct betrokken daders werden ter dood veroordeeld – een vonnis dat naar alle waarschijnlijkheid in levenslang wordt omgezet.

Wie speelt met fundamentalistische gedachten speelt met vuur, zo was de boodschap. Verdachten die op het oog niets met de aanslagen te maken hadden kregen zware straffen vanwege hun fundamentalistische opvattingen. Ze werden bestempeld als geestelijk leiders die de terroristen hadden geïnspireerd met opruiende donderpreken tegen de `ketterse' Marokkaanse staat, of, erger nog, door de rol van koning Mohammed te verwerpen als aanvoerder der gelovigen in zijn land.

Een van die geestelijk leiders is de bebaarde Hassan Kettani. Hij is een populair fundamentalist, nauw gelieerd aan de Parti du Justice et Développement (PJD), de islampartij die sterk in opkomst is in Marokko. Kettani kreeg twintig jaar gevangenisstraf omdat hij volgens de rechtbank geestelijk leider is van de `Salafistische Jihad' die medeverantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen. Deze salafistische strijdgroepen vertegenwoordigen een ultra-orthodoxe stroming van de islam die vastbesloten is ieder gezag te vernietigen dat afwijkt van hun strenge normen.

Een andere jonge prediker, Abdel Wouahab Rasiki, alias Abu Hafs, wiens fundamentalistische donderpreken jarenlang door de autoriteiten zijn getolereerd, kreeg 30 jaar cel. Direct bewijs dat beide predikers de aanslagplegers hebben geïnspireerd ontbrak. Beiden hebben niks te maken met terreur, betoogt hun achterban dan ook. Ook Marokkaanse mensenrechtenorganisaties protesteerden meermalen tegen de rigoreuze aanpak van justitie. Gevreesd wordt dat de burgerlijke vrijheden, die de laatste jaren onder koning Mohammed werden vergroot, onder druk van de terreurbestrijding weer worden ingeperkt.

Afghaans trainingskamp

Met de strenge aanpak wil Marokko het buitenland bewijzen dat het ernst is met het bestrijden van de terreur. Bij wijze van hoge uitzondering sprak de hoogste baas van het veiligheidsapparaat, generaal Hamidou Laanigri, met de Franse pers. De aanslagen in Casablanca zijn gefinancierd door Al-Qaeda, vertelde hij dagblad Le Figaro. Daarnaast wist Laanigri te vertellen dat de aanslagen in Casablanca en in Madrid zijn uitgevoerd door cellen van de Marokkaanse Islamitische Strijdersgroep, voortgekomen uit voormalige Marokkaanse strijders in fundamentalistische brandhaarden als Afghanistan en Bosnië. Zij hoorden aanvankelijk bij Libische terreurcellen, maar kwamen eind jaren negentig op eigen benen te staan. Doordat ze aanhangers van radicale islampredikers werven, aldus Laanigri, beschikken zij over een nieuwe generatie strijders die de orthodoxe islam gewapenderhand kan verspreiden.

Generaal Laanigri had nog een nieuwtje: het idee voor de aanslagen in Casablanca kwam van Abu Musab al-Zarqawi, de Palestijns-Jordaanse rechterhand van Bin Laden in Irak. Hij wordt ook genoemd als inspirator van de aanslagen in Madrid. En vorige week viel zijn naam opnieuw: Zarqawi zou de gemaskerde man zijn die op een internetvideo het hoofd afsneed van de gekidnapte Amerikaan Nick Berg.

Lang niet iedereen in Marokko hecht geloof aan deze theorieën of aan de gronden voor de veroordelingen. Het is een verzinsel dat al-Zarqawi erachter zit, klinkt in verschillende moskeeën, een joods-Amerikaans complot om de islamitische broeders en zusters in een nog kwader daglicht te stellen. Datzelfde geldt voor sommige veroordelingen die volgden na de aanslagen in Casablanca. Sommige Marokkanen vinden straf ongeloofwaardig voor de tot de islam bekeerde Fransman Pierre Robert, die onder de naam Abu Abderrahman een salafistische cel in Tanger leidde. Zelf weigerde deze `emir met de blauwe ogen' vragen van de rechter de beantwoorden. Hij deed een beroep op zijn `dienstgeheim', dat hij naar eigen zeggen als `spion van de Franse regering' moest eerbiedigen. Datzelfde geldt voor de 13-jarige tweeling Laghrissi. De zusjes waren volgens de rechter geronseld om een supermarkt in een residentiële buitenwijk van Rabat op te blazen omdat diplomaten veelvuldig de drankafdeling bezochten.

,,Zarqawi bestaat wel degelijk'', reageert Mohammed Darif, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Mohammeddia en expert op het gebied van de terreurbewegingen in zijn land. We zitten in het Café de France tegenover de ingang van de medina. Al-Qaeda is een losse terreurorganisatie, zegt Darif, waarbij onafhankelijke moslimextremistische cellen op verschillende niveaus kunnen inhaken als dat zo uitkomt. Zarqawi behoort volgens hem tot de leiders op het niveau van de planning. Zarqawi, een veteraan uit de oorlog tegen de Russen in Afghanistan, leidde een trainingskamp in dat land. Zijn naam dook voor het eerst op in Duitse onderzoeken naar een Hamburgse moslimextremistische terreurcel die verantwoordelijk wordt geacht voor de organisatie van de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten.

Onder de planners, vertelt Darif, zit een niveau dat zich bezighoudt met de coördinatie, logistiek en financiering van de terreur. En daaronder zit het voetvolk, de cellen die zich bezighouden met de uitvoering. Ieder niveau werkt onafhankelijk van een ander, onderling ontbreken directe contacten en meestal vindt het contact tussen uitvoerders en planners niet rechtstreeks plaats. De uitvoerders haken aan zodra in bijvoorbeeld een video-opname op internet bekend is gemaakt wie de nieuwe vijand is en ze zoeken alleen contact met een tussenliggende laag als ze geld of andere logistieke steun nodig hebben.

Terrorist uithuwelijken

De geschiedenis van de Marokkaans Islamitische Strijdgroepen of Salafistische Jihad begint volgens Mohammed Darif in 1998. Bin Laden had zich twee jaar daarvoor gevestigd in Afghanistan en had de cellen in Marokko ingesteld als logistiek opstapje voor operaties in Europa. Behalve geld en vervalste paspoorten werden Marokkaanse echtgenotes voor de terroristen geregeld om hun dekmantel in Europa geloofwaardiger te maken, aldus Darif. Dat bleek uit een van de rechtszaken tegen leden van een cel die twee jaar geleden ontmanteld werd. De Marokkanen fungeerden daarbij vooral als voetvolk, de onderaannemers van plannen die worden uitgedokterd door Egyptenaren, Saoediërs en andere Arabieren uit het Midden-Oosten.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten en de actieve steun van Marokko aan de oorlog tegen het terrorisme moest Al-Qaeda volgens de hoogleraar zijn strategie herzien. Marokko zelf werd doelwit. De nieuwe aanpak werd uitgestippeld in oktober 2002 in Istanbul, onder leiding van de Britse Marokkaan Mohammed al-Guerbouzi. Guerbouzi wordt door de Marokkaanse inlichtingendienst beschouwd als handlanger van de planner Abu Musab al-Zarqawi en een van de oprichters van de Marokkaanse Islamitische Strijdgroepen. In Marokko werd Guerbouzi bij verstek veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Hij loopt vrij rond in Groot-Brittannië, dat hem weigert uit te leveren omdat er onvoldoende bewijzen zijn overlegd van zijn betrokkenheid bij de aanslagen.

Bin Laden waarschuwde Marokko voor het eerst in een videoboodschap die in februari 2003 werd verspreid. Het was het teken voor de aanval. De Marokkaanse cellen waren nu plotseling zelf uitvoerend terrorist. Het verklaart volgens Darif het geklungel waarmee de aanslagen in Casablanca gepaard gingen, zoals bijvoorbeeld bij de joodse vereniging. Na de bewaker de keel te hebben doorgesneden bliezen twee zelfmoordterroristen zich op in het verenigingsgebouw dat zoals altijd leeg was, omdat het de avond voor de sabbat was. Twee anderen bliezen zich op de stoep van het Belgische consulaat op, in plaats van het door een joodse eigenaar gedreven restaurant El Positano binnen te lopen, op dat moment goed gevuld met gasten. Een ander blies zich op bij een joods kerkhof waar zich, afgezien van een enkele voorbijganger, niemand bevond. Vier anderen hadden op het laatste moment twijfels over hun martelaarschap, weigerden zichzelf de lucht in te laten vliegen en bleken bruikbare informanten voor de rechter. ,,Erg professioneel was het niet'', oordeelt Darif. ,,Maar je ziet dat de Marokkaanse cellen leren van hun fouten. Bij de aanslagen in Madrid gebruikten ze mobiele telefoons om de bommen te laten ontploffen. Zo hadden ze geen kamikazes meer nodig.''

De harde kern achter de aanslagen in Casablanca wordt gevormd door de zeventien verdachten die het doodvonnis tegen zich hebben horen uitspreken. Enkele leiders zijn volgens Darif nog op vrije voeten. Dat de meeste daders van de aanslagen uit Sidi Moumen kwamen was een verrassing voor de Marokkaanse regering. De uitzichtloosheid en misère in deze sloppenwijk aan de rand van Casablanca bleken een voedingsbodem voor de salafisten die er zieltjes kwamen winnen voor de terreuraanslagen. Tot dan bestreed de overheid traditionele islam-fundamentalisten van geweldloze bewegingen als Al Adl Wal Ihssane (Recht en Zorg) van de Marokkaanse sjeik Abdesalam Yassin – de natuurlijke tegenstanders van de salafisten, aanhangers van een uiterst rigide islamdoctrine die Bin Laden omarmde om zijn strijd meer ruggengraat te geven.

Wijlen koning Hassan, vertelt Darif, haalde eind jaren zeventig deze Saoedische salafisten zijn land binnen om moskeeën op te richten en opleidingen te financieren om hun strenge wahabitische doctrine uit te dragen. Het was in een periode dat de fundamentalistische sjeik Yassin – niet te verwarren met zijn onlangs gedode Hamas-naamgenoot – steeds meer gecharmeerd leek door de aanpak van ayatollah Khomeini in Iran. Koning Hassan hoopte deze fundamentalist wind uit de zeilen te nemen door een andere doctrine het land binnen te halen. Saoedi-Arabië betaalde bovendien rijkelijk zijn oliedollars uit als dank voor zijn aanwezigheid op Marokkaans grondgebied, wat eveneens van harte welkom was. Vele honderden met Saoedische beurzen gefinancierde schriftgeleerden begonnen in Marokko het wahabisme uit te dragen. Maar toen kon de koning nog niet bevroeden dat het gezagsgetrouwe wahabisme later een afsplitsing zou krijgen in de vorm van het militante salafisme dat de jihad tegen iedereen, inclusief afvallige moslimbroeders, tot leidend principe zou verklaren.

Vrouwelijke oulema's

De oproep voor het middaggebed schalt uit de minaretten van de moskeeën in de medina in Casablanca. Mannen in traditionele gewaden snellen de oude stad in. Er zijn minder baarden in het straatbeeld dan een jaar geleden. De baard, symbool van de fundamentalistische gelovige, is niet langer in de mode, zeggen veel Marokkanen. Op de markt aan de rand van de medina liggen populaire cassettes met de radicale preken van Egyptische en Saoedische sjeiks niet langer open en bloot op de toonbank.

De aanslagen confronteren Marokko hardhandig met de vraag over vorm en plaats van de islam in het land. Anders dan zijn vader probeert koning Mohammed het religieuze fanatisme binnen de perken te houden door de controle op de moskeeën en imams te versterken. Daartoe besloot de vorst zijn positie te verstevigen als Amir al Mouminine – aanvoerder der gelovigen, rechtstreekse afstammeling van de profeet. Tijdens een plechtigheid in het koninklijk paleis eerder deze maand, in het bijzijn van zowel het kabinet als de oulema's – de islamitische schriftgeleerden – werden 36 vrouwelijke oulema's benoemd. Daarnaast moest het afgelopen zijn met de praktijk dat iedere oulema een fatwa kon uitspreken: voortaan heeft iedere religieuze opinie de goedkeuring van de koning nodig. Ook dienden de raden van oulema's strenger toe te zien op benoemingen van imams en te controleren wat in de preken van de vrijdagmiddagdiensten wordt beweerd. En de koning wees er nogmaals op dat een goede Marokkaan een relatief soepele islamrichting aanhangt. De schriftgeleerden moesten volgens de vorst wat meer hun oor bij de jeugd te luisteren leggen, zodat zij hun geesten beter kunnen beschermen tegen ,,mystificateurs''.

,,Het lijkt erop dat onze religie weer in zijn klassieke vorm is teruggekeerd'', kwalificeert socioloog en historicus Mohammed el Ayadi het koninklijk ingrijpen. Dat is, ondanks alle nieuwigheid, een bevestiging van oude regels, zegt hij. De anarchie in fatwa's, de wildgroei aan garagemoskeeën – het werd hoog tijd dat er weer enige orde werd aangebracht. ,,De staat probeert de predikers onder controle te brengen'', zegt Ayadi. Of dat lukt is vers twee, want zo makkelijk laten fanatiekelingen zich niet in het gareel brengen, denkt Ayadi. ,,Die hebben een eigen circuit van cassettes en cd's, van internet en satelliet-televisie. Het fanatisme zal niet verdwijnen, het wordt alleen minder zichtbaar.''

Marokko, zegt Ayadi, zit in zekere zin gevangen. De samenleving is in praktijk allang geseculariseerd. De economie en het maatschappelijk verkeer onttrekken zich aan de greep van de islam. Alleen in het familierecht speelt religie nog een grote rol en dat is kort geleden flink hervormd met een wet die de positie van de vrouw versterkt. En uitgerekend nu probeert de koning zijn positie als aanvoerder van de gelovigen te versterken, terwijl hij aan het hoofd staat van een raad van schriftgeleerden die nog steeds worden geschoold in een doctrine die eeuwenlang ongewijzigd is. Aangekondigd is dat de opleiding van de oulema's zal vernieuwen, maar weinig wijst op werkelijke modernisering. ,,Ieder land heeft zijn eigen verlichting doorgemaakt waarin de scheiding van staat en religie tot stand kwam. Maar in de Arabische wereld is het discours en het denken hierover geblokkeerd'', zegt Ayadi.

Taai probleem blijven de sloppen, dankbaar werkterrein voor terroristenwerving. Nog altijd is de wijk Sidi Moumen met naar schatting 100.000 inwoners een uitgestrekt veld van golfplaten daken die provisorisch gemetselde muurtjes afdekken. Alleen het wit van de schotelantennes, gericht op Al-Jazira en de andere Arabische zenders, onderbreekt de monotonie. Koning Mohammed beloofde vlak na de aanslagen dat het afgelopen moest zijn met de sloppenwijken rond de stad. Er was een bliksembezoek van de minister van Huisvesting die samen met de burgemeester de situatie op kwam nemen. Sindsdien is er niets meer vernomen. Het gebrek aan slagkracht van zijn bestuur heeft inmiddels tot een woede-uitbarsting van de vorst geleid. Het rebelse weekblad Le Journal werd door bronnen ten paleize geïnformeerd hoe de koning de voltallige ministerraad ontbood. ,,Jullie zijn incompetent, met uitzondering van enkele ministers'', zo veegde een woedende Mohammed zijn ministers de mantel uit. Afspraken werden niet nagekomen, niemand neemt het initiatief, zo luidde de klacht. Maar het is de vraag of de koninklijke woede de zaken in beweging kan zetten. Het vervangen van de sloppenwijken door reguliere huisvesting is een miljardeninvestering die veel financiële en organisatorische slagkracht vergt van de zittende regering.

Intussen schieten in de cafés en restaurants van Casablanca telkens dezelfde tv-beelden voorbij. Foto's van vernederde naakte mannen in Irak worden afgewisseld met Israëlische tanks in de Gazastrook. Dezelfde beelden, dezelfde commentaren met de onderkoelde woede van de Arabische nieuwslezers worden uur na uur, dag na dag door de schotelantennes opgevangen. Marokko is een trouw bondgenoot van de Verenigde Staten, Saddam Hussein was nooit uitzonderlijk populair, maar geen Marokkaan hoeft lang te twijfelen over de solidariteit met de Arabische broeders en zusters in Irak en de Gaza-strook, zegt Mohammed el Ayadi. ,,Niemand die dat hier niet veroordeelt'', aldus de socioloog. ,,Als je iedere dag die beelden ziet van Apache-helikopters die raketten afvuren op vrouwen en kinderen. Dat zet zich vast in de hoofden van de mensen. Er heerst een groot gevoel van frustratie en onrecht.''

Een enquête kort geleden gepubliceerd door de International Herald Tribune onthulde dat zes op de tien Marokkanen vinden dat zelfmoordaanslagen op doelen van de Verenigde Staten en hun geallieerden in Irak verdedigbaar zijn. 92 procent heeft een negatief beeld van joden, 73 procent van christenen. En 45 procent oordeelt gunstig over Bin Laden, de man die volgens de Marokkaanse autoriteiten uiteindelijk verantwoordelijk is voor de aanslagen in Casablanca. ,,Dat is het dubbelzinnige. Veel mensen zien hem uiteindelijk als een vrijheidsstrijder'', verklaart Ayadi. ,,En dat sentiment laat zich maar moeilijk bestrijden met intellectuele argumenten.''