De man die eilanden laat zweven

Voor Avital Selinger (45), bondscoach van het Nederlands vrouwenvolleybalteam, heeft winnen alleen zin als er diepere gevoelens dan persoonlijk succes aan ontleend worden. ,,Ik weet het, soms zweef ik in een onwerkelijke wereld.''

Oog in oog met Avital Selinger blijkt hoe scherp de overeenkomsten met zijn vader Arie zijn. Dat haar, die ogen, die neus, die scherpe kaaklijn, die expressie; het is alsof de grondlegger van het succesvolste nationale mannenvolleybalteam aan tafel zit en niet diens zoon, die twee weken geleden met zijn werk als bondscoach van de Nederlandse volleybalvrouwen is begonnen. Maar niet alleen hun uiterlijke overeenkomsten zijn evident, ook de passie voor volleybal. Net als zijn vader poogt Avital Selinger als trainer het onbereikbare bereikbaar te maken. ,,Ik zoek het ultieme, het grenzeloze, alles wat niet bestaat.''

Irreëel? Naïef? Dat mag zo zijn, maar Selinger ziet een oneindig streven naar volmaaktheid als voorwaarde om zijn grenzen en die van de speelsters te verleggen. ,,Mensen waarschuwen me soms door te zeggen dat mijn doelen niet bestaan. Voor de fun wil ik dat geloven, maar mijn drang om steeds maar weer verbeteringen na te streven kunnen ze niet wegnemen. Ik weet het, soms zweef ik in een onwerkelijke wereld. Zodra ik dat evenwel besef, keer ik terug naar de realiteit. Om vervolgens opnieuw te beginnen. Er moet een band ontstaan willen de speelsters van het Nederlands team die filosofie begrijpen. Het is moeilijk uit te leggen, ze moeten het voelen. Begrijpelijk, want ik loop al dertig jaar mee; zo veel ervaring missen zij. Je kunt mensen ook niet vertellen wat het is om zwanger te zijn.''

Selinger praat niet over winnen en verliezen. Het zijn abstracties die voor de oud-spelverdeler van het Nederlands team een proces afsluiten. ,,Winnen is het gevolg van een werkwijze. Maar daar gaat het in wezen niet om. Er is ook nog iets hogers dan winnen, zoals het geluk dat je er zelf aan ontleent of het plezier dat je er anderen mee verschaft. Ik zeg nooit: `Kom op meiden, vandaag moeten we winnen.' Als je er goed over nadenkt, slaat zo'n uitspraak nergens op. Moesten we gisteren dan niet winnen? Een morgen ook niet? Iedere speelster is bij de nationale ploeg om te winnen. En iedere speelster weet dat verliezen onderdeel van het spel is. Waarom zou ik er dan over praten?''

Een sporter die alleen succes nastreeft heeft in Selingers ogen een beperkte horizon. De natuurlijke drang om beter te zijn dan de ander moet volgens hem ook buiten de sporthal gestalte krijgen. ,,Je moet ook iets betekenen voor een ander'', vindt Selinger. ,,Je wordt bekend en daardoor een beetje publiek bezit. Op dat moment moet een sporter zijn verantwoordelijkheid nemen; hij of zij moet iets betekenen voor de maatschappij. Daarmee wordt sport waardevol gemaakt. Want sport op zich is niks, totaal onbelangrijk. Bij beroemdheid wordt een nieuwe dimensie aan het bestaan van een sporter toegevoegd. Dan vragen meer mensen om aandacht, zoals ernstig zieken. Die moeten dan worden bezocht, vind ik. Anders zou winnen eenmalig zijn geweest. En relatief onbelangrijk, want miljoenen voor jou hebben gewonnen en na jou zullen miljoenen dat opnieuw doen. Dus: so what? Succes betekent voor mij ook dat ik mevrouw Van Haren uit Franeker van twintig jaar geleden nog ken. Waarom zou zij mij moeten herkennen en ik haar niet. Omdat ik op een bepaald moment een betere volleyballer was? Nou, als ik tachtig ben is daar ook niets meer van over.''

In tegenstelling tot het beeld dat veel mensen van Selinger hebben, is hij niet de coach die uit blinde ambitie ten koste van alles zijn doelen nastreeft. ,,Ik heb dromen. Maar of die realiteit worden, zal na verloop van tijd blijken. Mijn kracht is dat ik nooit stop met dromen. Mijn droom met de Nederlandse ploeg? Die spreek ik niet uit, maar mensen die me kennen weten waar het mij om gaat. Of ik van olympisch goud droom? Voortdurend. Maar het gaat er niet om wat ik wil, maar wat de speelsters willen. Ik wil mijn ervaring graag op hen overbrengen, maar hun drive is belangrijk. Zonder mij kunnen ze wereldkampioen worden, niet in afhankelijkheid van mij. Ik heb liever dat de speelsters mij trekken in plaats van dat ik hun duw. De coach die wint bestaat in mijn ogen niet; de coach kan alleen maar verliezen. Maar om te kunnen winnen, hebben de speelsters wel mijn kennis nodig.''

Als bondscoach meent Selinger dat hij zich elke dag moet bewijzen. Zijn verleden, hoe succesvol ook, vindt hij oninteressant; je kunt hooguit van fouten leren. En afgelopen speeljaar was Selinger, na zeven jaar bij de Japanse club Daiei te hebben gewerkt, als coach van de Spaanse club Tenerife Marichal uitermate succesvol. Hij won vier bekers, waaronder die voor het Spaanse kampioenschap en de Champions League. ,,Het eiland Tenerife zweeft nog steeds tien meter boven de grond'', zegt hij met een fonkeling in zijn ogen. ,,We hebben voor die mensen mooie momenten gecreëerd. En daar gaat het om in sport. Zij hebben de blijdschap gevoeld die ik als speler ooit heb gekend. Maar in Zuid-Europa betekent sport ook zo veel meer dan bij ons. Op Tenerife zijn ze nog steeds niet tot de orde van de dag overgegaan. Ik houd van die sportcultuur. Dat heeft te maken met leven, met wat je voor elkaar kunt betekenen. Die waardering is niet uit te drukken in geld. Het gaat om het contact. Ik heb voor altijd een band met de mensen van Tenerife; ze zullen mij hun leven lang niet vergeten. Dat is toch prachtig?''

Ondanks een glorieus seizoen op het Spaanse vakantie-eiland heeft Selinger gekozen voor het Nederlands team. Het bood hem de kans te werken op het niveau van wereldkampioenschappen en Olympische Spelen, in Selingers ogen altijd aantrekkelijker dan clubvolleybal. Dat hij zich in Mijdrecht kan herenigen met zijn Nederlandse vrouw en drie kinderen beschouwt de coach als een bijzonder aangename bijkomstigheid. ,,Maar de ambitie met het Nederlands team en de bereidheid van de internationals om grenzeloos te denken, gaven de doorslag'', vertelt hij. ,,Ik zou mijn ambities nooit naar beneden bijstellen om voortdurend bij mijn gezin te kunnen zijn. Ik werk op één manier. En dan maakt het niet uit waar, want topmensen hebben geen kleur, geen land, geen afkomst. Ik wil alles doen voor mensen die naar ons team komen kijken of bereid zijn het financieel te ondersteunen. En uiteindelijk moet dat tot een mooie prestatie leiden. Maar hoe, dat weet ik niet. Het is alsof ik aan een nieuw schilderij begin.''

Selinger weerspreekt dat zijn terugkeer naar Nederland te maken heeft met wraakgevoelens over zijn gedwongen vertrek als international tien jaar geleden. Nadat het Nederlands team bij de Olympische Spelen van Barcelona in 1992 nog zilver had gewonnen met Selinger als spelverdeler, was hij er niet meer bij toen het team vier jaar later in Atlanta olympisch kampioen werd. De geboren Israëliër beschouwt het nog steeds als een groot onrecht dat hij destijds door de toenmalige bondscoach Joop Alberda niet werd geselecteerd. Selinger vindt nu nog dat hem het sportieve recht op een concurrentiestrijd met de andere spelverdelers is ontnomen. Selinger zou buiten de ploeg zijn gehouden, omdat een aantal spelers emotionele weerstand tegen de naam Selinger zou hebben gehad.

,,Dat verleden heeft niet meegespeeld om in Nederland bondscoach te worden'', zegt hij. ,,Ik kan die fout nooit herstellen, omdat ik geen speler meer ben. Het leven gaat door. Ik zit niet elke dag te janken. Ik kan er mee leven, hoewel het litteken blijft. En ik heb geen behoefte het te vergeten of te vergeven. Blijvend onrecht? Het is maar hoe je het bekijkt. Sportief is het toch goed gegaan, want het Nederlands team heeft goud gewonnen. Maar als coach heb ik andere opvattingen over de omgang met mensen. En ik hoop ook dat dat een verschil tussen mij en veel andere coaches is. Ik kom uit een cultuur waar respectvol met oud-sporters wordt omgegaan. Ik heb niet zelf mijn afscheid kunnen bepalen. Dat is de macht die een coach kan misbruiken. Waarom worden in sporten als golf en tennis ouderen nog uitgenodigd om te spelen? Uit respect voor hun prestaties.''

Selinger werd indertijd bevestigd in zijn opvatting dat een gesloten systeem tot wanhopige sporters leidt. Hij zal die fout niet maken, net zo min als zijn vader dat in zijn Nederlandse tijd heeft gedaan. Selinger: ,,Iedereen is welkom bij de nationale selectie. Elke vrouw heeft het recht een bijdrage te leveren aan een sterker Nederlands team. Mijn taak is de speelsters beter te maken en uiteindelijk de besten te kiezen. Als een speelster uit een tweededivisieploeg wil komen, kan dat. De zaal is groot genoeg en ik heb voldoende ballen. Iedereen mag voor een plaats in de nationale ploeg strijden. Mijn vader heeft dat ooit gedaan in 1989. Toen meldde zich ene Ron van Amersfoort, die vond dat wij harder moesten gaan trainen om wereldkampioen Rusland te kunnen verslaan. En hij meende daar een bijdrage aan te kunnen leveren. Na een week kwam hij tot de conclusie dat hij niet goed genoeg was. Maar de kans heeft hij gekregen.''

Als Selingers werkwijze ter sprake komt, valt vanzelfsprekend ook de term `Bankrasmodel', wat staat voor de manier waarop in 1985 een groep ambitieuze spelers zich wilde onttrekken aan het middelmatige niveau in Nederland. In de Amstelveense Bankrashal werd uiteindelijk de kiem gelegd voor het olympisch goud van 1996. En Selinger was er vanaf het begin bij. Maar vraag hem niet of het Bankrasmodel als voorbeeld voor zijn werkwijze met het vrouwenteam geldt. Geprikkeld reageert hij dat er nooit een model heeft bestaan. ,,Als het door een coach of vanuit een instituut was gepresenteerd had je van een model kunnen spreken, maar wij spelers hadden zelf het initiatief genomen om vrijwillig meer te trainen in een zaal die toevallig Bankrashal heet. Maar er is ons nooit iets door iemand opgelegd; er was simpelweg geen alternatief. Mijn zoon van veertien gaat elke dag op een grasveld in Mijdrecht voetballen, maar hij speelt geen competitie. Dan spreek je toch ook niet van een model. Het is een keus die mensen maken. De eerste jaren werden we uitgelachen en voor gek verklaard, terwijl het alleen maar positief was bedoeld. Zo wilden wij het, punt uit.''

Met het nationale vrouwenteam kiest Selinger voor een nauwe samenwerking met de clubs, die er mee hebben ingestemd dat hij de internationals gedurende de winterstop tot zijn beschikking krijgt. Selinger: ,,Ik merk na twee weken al dat er een zekere band met de speelsters is. Ik zie hoe serieus ze zijn en hopelijk zien zij ook hoe gretig ik ben. Maar er is van mijn kant geen blinde inzet, er zit veel warmte en liefde achter. Ik hoop dat ze dat voelen. Want ze zullen ook nog met mijn hardheid worden geconfronteerd. En in the heat of the game zullen straks ook wrijvingen ontstaan. Maar met een goede communicatie en wederzijds respect moet alles goed komen. Om als speelsters aan het eind van een traject het gevoel te krijgen van: oh ja, daar deed ik het allemaal voor. Van die onzekerheid moet je houden. Ik doe dat wel. Mijn kracht is dat ik me daarin het prettigst voel. Als je bij voorbaat weet dat je gaat winnen, heb je geen voldoening.''