Carrousel maakt manager eigenaar

De publieke beursarena is uit, grote private financiers zijn de rage van de dag in de directiekamers. Een Angelsaksische trend is opeens populair in Nederland. Deze week was het raak.

De beurs is in mineur, de baas gaat retro: kapitalisme, zoals kapitalisme bedoeld is. Directeuren worden weer mede-eigenaar van ondernemingen die door gespecialiseerde financiers van de effectenbeurs worden gehaald, of uit grotere concerns worden gekocht.

,,We are turning managers into owners'' was een tijdlang de reclamekreet van CVC, een van de succesvolste financiers op dit gebied in Nederland. Het volkskapitalisme, een rage in de buitenissige jaren negentig, is sinds de beurskrach van 2001 en 2002 helemaal uit de mode. Het volk keert de beurs de rug toe en private geldschieters schuimen nu de beurs af op zoek naar bedrijven die zij kunnen opkopen. Het is een Angelsaksische trend, die zoals wel meer financiële golfbewegingen vol Engelse termen zit. De opkopers zijn venture capital financiers, die een buy out organiseren en private equity op tafel leggen. Private, als tegenstelling tot de publieke beursarena.

Deze week was het weer raak. De directie en de Amerikaanse financier Carlyle doen samen een bod van 250 miljoen euro op oliebedrijf Petroplus. Een groep geldschieters rondom de Amerikaanse financier KKR en de Nederlandse kapitaalverschaffer Alpinvest gaf afgelopen week het definitieve groene licht voor zijn bod op detailhandelsconcern VendexKBB (Hema, V&D, de Bijenkorf). En ook deze week: informatieleverancier VNU doet zijn verzameling gouden gidsen in de verkoop. Onder de gedoodverfde kopers zitten vooral private equity financiers.

In de pijplijn zitten verder nog overnames door venture capital financiers van PCM, uitgever van onder meer deze krant, en van zakenbank Kempen & Co. En dat zijn alleen nog maar de transacties die publiek bekend zijn. En eerder kozen bedrijven als Raet en Delft Instruments voor een nieuw bestaan in particuliere handen.

De malaise op de beurs nekt de financiering van expansie en overnames voor beursgenoteerde ondernemingen. Grote beleggers zien kleine bedrijven niet staan. Zonder de lusten van een beursnotering worden de lasten zwaarder: contact houden met beleggers en analisten, steeds meer regels. En de financiële genoegens voor de directie zelf (lucratieve aandelenopties) blijken door de koersdaling waardeloos.

De ommekeer in het beursfortuin maakt directeuren willig om te luisteren naar de argumenten van de venture capital financiers: weg publicitaire heisa, weg gedoe over topsalarissen, maar wel: geld voor overnames en ruimte voor ondernemen. En de directie kan zelf als nieuwe aandeelhouder rijk worden, als het bedrijf weer wordt doorverkocht, want dat is de manier waarop de private equity financiers uiteindelijk hun geld verdienen.

In de praktijk bestaat el dorado natuurlijk niet: venture capital financiers eisen per saldo een hoger rendement op het kapitaal dat zij investeren dan beursgenoteerde beleggers. Zij beloven dat rendement (20 tot 30 procent op het geïnvesteerd vermogen) aan hun eigen geldschieters, doorgaans professionele financiers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. En dat geld moeten de bedrijven wel verdienen, bijvoorbeeld door uitgekiende financiële constructies. Dat betekent meestal: neem bij de banken meer krediet.

De animo onder de geldschieters van private equity fondsen is overigens groot: de Nederlandse pensioengiganten ABP en PGGM hebben hun bedrijf Alpinvest 20 miljard euro investeringskapitaal toegezegd.

Ander verschil met de beurs: venture capital financiers zitten als een bok op de haverkist. De aandeelhouders van een beursfonds komen éénmaal per jaar bijeen om de directie aan te horen. De commissarissen die toezicht moeten houden op de directie, komen misschien vijf of zes keer per jaar bijeen. Maar venture capital financiers doen dat anders. ,,Elke maand is er een investors meeting'', zei directeur T. Willemsen van salarisverwerker Raet vorig jaar in maandblad Elan. Raet kocht zichzelf vorig jaar met behulp van financier Alpinvest uit de toen zieltogende automatiseerder Getronics.

De groeiende animo van directeuren voor private equity kan rekenen op de steun van beursbeleggers, mits de geboden overnamepremie maar hoog genoeg is. Het zijn steeds weer dezelfde grote beleggers die op de beurs in de kleinere bedrijven investeren: verzekeraar Delta Lloyd, de Orange en Darlin beleggingsfondsen, rijke particulieren als de familie Fentener van Vlissingen (NPM/SHV) en J. Zeeman. Het geld dat zij verdienen als een van hun beleggingen met een bod van de beurs wordt gehaald, steken zij (deels) weer in andere kleinere bedrijven. De kapitaal carrousel legt een bodem onder de markt. Met alle profijt vandien. Het Delta Deelnemingen Fonds, dat in kleinere bedrijven belegt, maakte vorig jaar een rendement van meer dan 60 procent.