BNN ook van belang voor overleving publieke omroep

De teneur van het hoofdredactioneel commentaar van 17 mei is duidelijk. BNN heeft geen 300.000 leden en de Eerste Kamer zou ook niet moeten meewerken aan de halvering van dat aantal zoals dat nu voorligt. De wijze waarop NRC Handelsblad deze conclusie bereikt en inkleedt, is een zichzelf genuanceerd noemende krant onwaardig. Zo is de voorliggende wijziging van de Mediawet niet ontstaan, omdat achteraf is gebleken dat BNN onvoldoende leden heeft geworven, maar is het wetsvoorstel al geboren in september 2002, nadat pas twee jaar van de vijfjarige concessieperiode waren verstreken. BNN heeft daaraan voorafgaand onderzoek laten doen naar de `verenigingsgeneigdheid' onder jongeren alvorens kostbare en tijdrovende ledenwerfacties te ondernemen. De bevindingen wezen onomstotelijk uit dat jongeren niet zo makkelijk lid worden van een vereniging om steun te betuigen, en zeker niet van een omroepvereniging. Dat het wetsvoorstel pas nu in de Eerste Kamer ligt, komt door de politieke perikelen die de agenda onder Balkenende I omgooiden.

Ook de stelling van deze krant dat de verlaging nog meer zendgemachtigden zal opleveren, is te kort door de bocht. Het benodigde aantal om voor een aspirantstatus in aanmerking te komen blijft namelijk gelijk (50.000). De verlaging brengt alleen mee dat een omroep om zich te handhaven in het bestel aan 150.000 leden voldoende heeft, een aantal dat voor een omroep die geen gids heeft van een aanzienlijk draagvlak getuigt. Al met al lijkt de ferme stellingname van NRC Handelsblad een beetje op gelegenheidsargumentatie. Dat het omroepbestel ten principale moet worden besproken, dat is over de hele politieke linie duidelijk en de Tweede-Kamerleden staan dan ook te trappelen. De Concessiewet heeft de staatssecretaris de middelen gegeven om naast het ledental ook de inhoudelijke prestaties mee te wegen voor het al dan niet verlenen van een uitzend-erkenning. BNN wist al in een vroeg stadium dat de ledeneis niet de enige legitimatie kan zijn voor een omroep, maar dat ook andere criteria moeten meewegen. Ik spreek dan ook de hoop uit dat BNN met name op dergelijke kwalitatieve criteria wordt afgerekend. Het is namelijk niet alleen voor die 224.000 BNN-leden van belang dat de enige publieke omroep die jongeren gericht weet aan te spreken blijft bestaan. De overleving van de publieke omroep op de lange termijn is ermee gebaat.