Apaches zien iedereen in de donkere woestijnnacht

De Apache helikopters die volgende week naar Irak worden gestuurd, zijn vooral geschikt voor verkenningsmissies.

Al-Muthanna, de Iraakse provincie waar het Nederlandse troepencontingent is gelegerd, was zo'n rustige Iraakse provincie. Wás. Hoe de veiligheidssituatie is omgeslagen, laat zich aflezen aan het besluit van de regering om al volgende week zes Apache gevechtshelikopters naar het gebied te sturen. Vliegende tanks worden de gevechtshelikopters ook wel genoemd, oorspronkelijk ontworpen om met een bewapening van zestien lasergeleide Hellfire anti-tank-raketten en een snelvuurkanon met een kaliber van 30 millimeter een aanval van duizenden Sovjettanks af te slaan. Het zijn dus geen halve maatregelen, waar de Nederlandse commandant ter plaatse om heeft gevraagd.

Volgens een woordvoerder van de luchtmacht zullen de heli's echter vooral dienst moeten doen als `ogen en oren' van de Nederlandse troepen. Voor de tweekoppige bemanning geldt dezelfde geweldsinstructies als voor de grondtroepen, wat betekent dat de Apachepiloten niet makkelijk gebruik kunnen maken van hun zware bewapening. Wanneer de vliegers op hun beeldschermen een verdacht voertuig of groepje mensen waarnemen, zullen ze eerst contact moeten leggen met de grondtroepen om deze poolshoogte te laten nemen. De aanpak `eerst schieten, dan vragen' geldt in Irak immers niet.

Wanneer een Nederlandse patrouille een voertuig ziet, waarmee mensen die net een bom in een wegberm hebben geplant proberen te vluchten, dan kunnen de Apaches vanzelfsprekend wél hun zware wapens gebruiken. Met een topsnelheid van rond de driehonderd kilometer per uur zijn ze ook veel beter geschikt voor het achtervolgen van voertuigen dan de landrovers van het leger.

Voor het uitvoeren van verkenningsmissies zijn de Apaches goed uitgerust. In de neus is een televisiecamera gemonteerd die over grote afstanden kan inzoomen, en een hittegevoelig `oog' dat in de aardedonkere woestijnnacht op vele kilometers afstand mensen en voertuigen kan opmerken. De laserapparatuur die raketten moet geleiden, kan bovendien de afstand tot een doel nauwkeurig bepalen.

Van alleen al de aanwezigheid van de helikopters gaat dus een grote afschrikwekkende werking uit. En dat een half dozijn van deze toestellen op de vliegbasis Tallil wordt gestationeerd betekent dat de Apaches 24 uur per dag boven het Nederlandse bevelsgebied aanwezig kunnen zijn.

Toch betekent het invliegen van de Apaches allerminst dat de veiligheid van de Nederlandse troepen nu is gegarandeerd. Het stedelijke gebied in de provincie geeft plegers van aanslagen voldoende dekking om zich aan de `ogen' van de Apaches te onttrekken. Hoe slim het Iraakse verzet met verdekt opgestelde mortieren omgaat, bleek nog onlangs: in een schietbuis van een mortier plaatsten ze tussen granaat en slagpin een blok ijs. Dat smolt langzaam en vertraagde dus het afvuren. Dit gaf de opstandelingen ruimschoots de gelegenheid te vluchten.

Ook zijn de Apaches zelf niet onkwetsbaar voor moderne, van de schouder af te vuren warmtegevoelige luchtdoelraketten, waarover de opstandelingen beschikken. Sinds de oorlog uitbrak zijn hieraan, en aan gewoon mitrailleurvuur, al meer dan vijftig Amerikaanse helikopters ten prooi gevallen. De Nederlandse Apaches zijn hiertegen een paar maanden terug met de modernste elektronische tegenmaatregelen uitgerust.