Alleen de honden en ik zijn niet Hongaars

`One of us' staat er in grote letters naast Miss Europe 2003. Op alle grote Europese vliegvelden hangt haar portret. Ze is Hongaars, haar naam is Zsuzsanna Laky, ze heeft twee sjerpen om en een tiara op haar bruine haren – heel koninklijk – en ze ziet er naar uit dat ze het wit uit je ogen kan zuigen. In kleine lettertjes staat er: `For more beauty visit Budapest, a new capital of Europe'.

Enige consistentie in het marketingbeleid van het Hongaarse verkeersbureau heb ik nog niet kunnen ontdekken. Eerst werden altijd die vervelende paardenacrobaten in de puszta (de bloedhete, stoffige Flevopolder van Hongarije) met hun toeristische zwarte hoeden gepromoot. Vorig jaar werd met veel bombarie Hollywoodster Some like it hot Tony Curtis binnengehaald. De wereldberoemde Hongaarse zoon bood om niet zijn diensten aan. Curtis' drankhoofd met daarnaast `One of us' dekt de lading zonder meer beter in een land met een miljoen alcoholisten dan mooiertje `Europe'. Maar Tony met zijn witte geföhnde haar werd ingezet bij het motto: `Hongarije, een land om te bezoeken, een land om in te leven'.

Met die slagzin ben ik het roerend eens. Boedapest is een van de allermooiste steden van de wereld. Hongarije heeft een landklimaat met lange warme zomers, het platteland is ruim en leeg, de natuur overweldigend, er liggen duizenden kasteeltjes te wachten op een opknapbeurt, het land is vergeven van de geneeskrachtige warmwaterbronnen (er zit voor de komende 40.000 jaar water in de grond) én het is niet duur. Mijn boerenverstand zegt dat Hongarije als vakantieland een gouden toekomst heeft. Alleen waarom je een drankorgel uit L.A. en een doorsnee lekkere secretaresse die toevallig Miss Europe is van stal haalt om dat te vertellen, is mij een raadsel.

Daarbij komt dat het met die veelgeroemde Hongaarse schoonheden vies tegenvalt. Sinds we hier zijn komen wonen in augustus heb ik welgeteld vier echt mooie vrouwen in het wild gezien. Eén daarvan is notabene ook nog een achternichtje van Ilona – dus die kan ik nauwelijks meetellen. Twee anderen – actrices – ontmoette ik in de allereerste week dat ik hier was. Daarna werd het stil.

Centraal Europa schijnt de dumpplek voor goedkope westerse textiel met expliciet tieten-kontwerk te zijn, waardoor je op zonnige dagen het gevoel krijgt in een enorm openluchtbordeel beland te zijn. Maar meer dan alle leggings die zo strak zitten dat de string eronder zich haarscherp aftekent, zijn het de hoofden die weinig charmeren. Het geruststellende idee van de Amerikaanse psycholoog Tim Wilson dat we maar wat aanmodderen met z'n allen is hier bij de dames nog niet bekend. Als er een wezen op aarde is dat precies lijkt te weten wat ze doet, is het de Hongaarse vrouw.

De materialistische doelgerichtheid laat weinig ruimte voor onschuld, naïviteit, romantiek, tragiek, alles verwoestende passie, zelfvernietiging; al die dingen die vrouwen en het leven zo aardig maken. Een expat-vriend die intens het Boedapester nachtleven heeft afgeschuimd legde me uit hoe het gaat: ,,Er zijn drie vragen die aan de bar bij de eerste piña colado worden aangeroerd: Welke auto rijd je? Hoeveel kwadraat meter is je appartement? En ten slotte: hoeveel verdien je per jaar? En dat binnen vijf minuten.''

Hij had nog een toevoeging: ,,Van jouw waarneming dat er hier geen mooie vrouwen zijn klopt geen hout. Ik heb nergens ter wereld zoveel beauties gezien als in de clubs en discotheken van Boedapest – ongekend. Alleen, het zijn net kakkerlakken: ze komen pas tevoorschijn als het donker wordt.''

In Nederland identificeren we ons graag met verliezers – wat ons op het komende EK ongetwijfeld weer fataal wordt – de Hongaren lijken de voorkeur te geven aan winnaars. Op de affiches van het Hongaarse verkeersbureau poseert Zsuzsanna Laky in haar roze pakje als een winnaar, als een nieuwe Centraal Europese Jackie Kennedy; zelfbewust symbool van klasse en verfijning. Alleen haar doortrapte, ambitieuze blik verraadt haar: ze is een snol van de bovenste plank, die haar lijf, ziel en zaligheid aan de hoogst biedende zal verkopen zodra ze de kans krijgt.

In de verweerde koppen van de zwervers die in Boedapest bij de stoplichten collecteren en de oude gerimpelde boerenvrouwtjes in de dorpen zie ik – Hollander met, cultuurhistorisch bepaald, zwak voor de underdog – meer schoonheid dan in het uitgestreken smoel van Miss Europe 2003. Het idee, al dan niet terecht, dat er iets omgaat in de hersenen van een vrouw is wat haar werkelijk aantrekkelijk maakt.

De vierde schoonheid had die schijn. Ik zag haar deze week – negen maanden na nummer drie! – in tramlijn zes, terwijl we over de Margitbrug de Donau over kachelden. Ze paradeerde met klakkende hakken door het gangpad met de zelfverzekerheid, het vertrouwen en de vrijheid die vrouwen in Amsterdam hebben (en die ze wat mij betreft tot de leukste vrouwen van de wereld maken). Het rijtuig viel stil. Ze had een rok aan en een wit shirt dat haar buik toonde. Ze was onbetwistbaar sexy.

Voorin de tram greep ze zich vast aan zo'n verticale metalen stang en bleef staan, haar kin geheven. Door het schudden van de tram wiegde ze licht heen en weer – verder was ze bewegingsloos – alsof ze met deze verstilde, superieur ingetogen paaldans in één keer alle hoerigheid en vulgariteit van haar landgenotes wilde uitwissen.

Stof dwarrelde om haar heen. Bij het Moszkwa tér stapte ze uit en de gehele tram volgde haar gehypnotiseerd. Het kon niet anders of iedereen wenste uit de grond van z'n hart dat ze One of us was.

    • Scholten Jaap