48 uur in Paramaribo

Joost Oranje doet het heel rustig aan in de hoofdstad van Suriname.

WAAROM NU GAAN?

Het is nog net laagseizoen en dan zijn de tickets tenminste te betalen. En de grote regentijd mag dan formeel begonnen zijn, van het weer moet je het niet laten afhangen. Het hele jaar is het rond de dertig graden en zeker in Suriname geldt: na regen is er altijd zonneschijn. Bovendien zeggen veel Surinamers dat ,,de seizoenen in de war zijn''. De afgelopen kleine droge tijd was veel te nat en de grote droge tijd te lang droog. Dus: go for it. Overigens: er gaat niets boven een mooie `sibibusi' (tropische regenbui).

VAN TEVOREN?

Leer het antwoord op de veelgestelde vraag `Hoe is het?' (danwel: `Hoe gaat het?'). Zeg dan: `Rustig, rustig', de meest voorkomende en leerzame gemoedstoestand van veel Surinamers. Neem jezelf vervolgens streng voor die houding ook zoveel mogelijk aan te nemen.

MOOISTE MOMENT?

De aankomst. Na ruim negen uur opgepropt te hebben gezeten in een drukcabine, is het weldadig om aan het eind van de tropenmiddag op vliegveld Zanderij (haast niemand gebruikt de officiële naam `Johan Adolf Pengel-airport') te landen. Er wordt nog lekker ouderwets een vliegtuigtrap tegen de Boeing aan gereden en de droge aircolucht mengt zich met de zwoele, vochtige en zoete geur van het tropisch regenwoud. Suriname is puur natuur. In feite bestaat Paramaribo uit een piepklein stukje urbanisatie aan de kop van het gigantische Amazonegebied dat zich tot diep in Brazilië uitstrekt. Het Guyana-shield, waarop het land ligt, heeft een van de rijkste ecosystemen op aarde. De smeltkroes van etnische bevolkingsgroepen is zeer divers: Creolen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Indianen, Bosnegers en `Moksi's' (letterlijk: `gemengden').

BRUISENDE STAD?

Dat nou ook weer niet. Paramaribo, waar tweederde van de Surinaamse bevolking (430.000) woont, is gemoedelijk, uitgestrekt, heeft nauwelijks hoogbouw, maar wel een heel eigen sfeer. In en om de stad zie je onder meer inheemse hutjes, Hindoestaanse tempels, moskeeën, kerken, warungs, winkelcentra en een oude ANWB-richtingaanwijzer. Het centrum wordt bepaald door mooie, maar vaak vervallen oude koloniale houten gebouwen, een mix van 17e- en 18e-eeuwse Europese architectuur en Zuid-Amerikaanse invloeden. De stad wordt begrensd door de brede Surinamerivier, waaraan de Waterkant ligt, een steeds gezelliger wordend stukje stad met eettentjes, cafés, en schaafijsverkopers.

TE ZIEN?

Best veel, vooral in de binnenstad. Met flinke Hollandse tred is het in een uitgebreide wandeling van één dag te doen, maar Surinamers zullen je verbaasd nastaren. In de klamme hitte is ook hier `rustig, rustig' het devies. Wandel bij voorkeur 's ochtends vroeg of aan het eind van de middag. Prachtig is Fort Zeelandia aan de rivier, gesticht door de Engelsen en door de Nederlanders in 1667 versterkt. Bezoek het Surinaams museum en huiver op het bastion waar in 1982 de Decembermoorden plaatshadden en de kogelgaten nog in de eeuwenoude muren zitten. Op het terrein staan mooie houten huizen, tijdens het militaire bewind gebruikt als officierswoningen, en `de devil', de voormalige piepkleine en snikhete gevangenis. Het historische stadscentrum is door de Unesco op de lijst van werelderfgoederen geplaatst. Bijzondere gebouwen zijn het paleis, de Synagoge Neve Shalom en het Waaggebouw (waar goederen werden gewogen voordat ze werden verscheept). Heel apart is de Petrus en Pauluskathedraal, 's werelds hoogste houten kerk met daarin het graf van de legendarische pater Peerke Donders. Onlangs werd eindelijk tot een broodnodige renovatiebeurt besloten.

LEKKER GEGETEN?

De beste plek is als je ergens thuis wordt uitgenodigd, zeker tijdens een `bigiyari' (verjaardag). Altijd goed, altijd veel. Maar buiten de deur eten kan ook prima. De laatste jaren zijn restaurantjes als paddestoelen uit de grond geschoten. Zoek voor de lunch winkeltjes met het opschrift `verse broden', waarmee men kleine puntbroodjes bedoelt die ter plekke worden belegd met kip, pom (Creoolse pastei), rundvlees, ei, garnaaltjes en kouseband of bakkeljauw, al dan niet met zuur en/of peper. Drink kleine flesjes markoesa, kersensiroop of orgeade (amandeldrank). Voor 's avonds: rondom hotel Torarica is een mini-uitgaanscentrum ontstaan met veel keus. Vooral het Braziliaanse restaurant is goed. Maar het is zonde om altijd maar daar te blijven hangen. Paramaribo kent een aantal fantastische Chinezen en Javanen, een bekende Koreaan, Creoolse eethuisjes, vele rotishops en, met name in de Javaanse wijk Blauwgrond, heerlijke Indonesische warungs. Toprestaurant is Dok 204 aan de Anton Dragtenweg, waar je aan de kabbelende Surinamerivier in de tropenavond onovertroffen vis van de grill kan krijgen. Ideale plek om ruzies uit te praten en/of liefde te betuigen.

SHOPPEN?

Het leukste zijn de openbare markten. Ga bijvoorbeeld 's ochtends vroeg naar de Centrale Markt bij de Waterkant en geniet van de exotische groenten en vruchten. Het centrum kent een winkelhart, maar heel veel bijzonders is daar nou ook weer niet te vinden. De grootste souvenirshop (met veel houtsnijwerk, prullaria, en poppen in `koto misi', de traditionele Creoolse klederdracht) is Readytex. Verder zijn er Hindoestaanse goudwinkels met sieraden.

UITGAAN?

Surinamers hebben maar weinig aanleiding nodig om ergens een feest van te maken. In het uitgaanscentrum rond Torarica is het dan ook bijna altijd gezellig. Maar er zijn ook dancings, casino's en nachtclubs die, voor de liefhebbers, open zijn `tot bam' (bis am morgen).

EN WAT IS ER BUITEN

DE STAD TE ZIEN?Veel leuke dagtripjes. Ga bijvoorbeeld naar Leonsberg en neem daar een korjaal naar de andere kant van de rivier, naar het district Commewijne met veel vergane plantagecultuur. Bezoek Nieuw Amsterdam, vervallen plantagewoningen en Javaanse dorpjes. Goed te doen per fiets (`rustig, rustig'!), neem zonnebrand en anti-muggenspul mee. Vanuit de stad zijn ook korte en langere jungle- en vistochten te houden. Leuk zijn ook tripjes naar de bauxietwinning, over de dieprode wegen naar Paranam. Of naar de recreatieoorden in het savannegebied, gewoon een dagje in de hangmat en badderen in de kreekjes. Niet in het weekend; dan is het te druk.

HOE KOM JE ER?

Rechtstreeks per KLM/SLM. Relatief dure tickets. Na veel druk lijken nu mondjesmaat charters te worden toegelaten en de tarieven iets te dalen. Alternatief is met Air France via Frans Guyana of met BWIA via Trinidad. Scheelt niet veel en is bovendien veel gedoe met overstappen. Tot slot nog één tip: kijk bij vertrek (altijd in de avond), links van het vliegtuig, weemoedig naar de lichtjes van Paramaribo, stort je ruim negen uur later weer dapper in de files of volle treinen op Schiphol en probeer te blijven denken: `rustig, rustig'.