Vluchtende beren

Het filmfestival van Cannes wordt beheerst door films die oorlog verbeelden. Amerikanen doen dat anders dan niet-Amerikanen. Over het verschil tussen: `De oorlog is uitgebroken, waar zit je?', en: `Over een tijdje maken we weer honkbalfilms.'

Zou dit iets te maken hebben met waarom de Amerikanen Irak zijn binnengevallen? Brad Pitt die, op de vraag hoe het voelde om Achilles te zijn, zegt: ,,Een krijger is een rockster. Hij komt, doet zijn ding en gaat weer weg.'

De oorlog als gig. Wat roept de Amerikaanse soldaat in Irak zodra hij zijn uitrusting heeft omgehangen en klaar is om op patrouille te gaan? ,,Rock'n'roll!' Als de Amerikanen een gevecht aangaan, draaien ze er vette heavy metal muziek bij. In de tank wordt een cd opgezet, iedere soldaat ontvangt in zijn helm het geluid: Burn, motherfucker, burn. Ja, zegt een soldaat, ,,dit is de ultimate rush.'

Het zijn echte soldaten in een echte oorlog. Ze werden gefilmd door drie filmploegen die documentairemaker Michael Moore Irak `binnensmokkelde' voor zijn film Fahrenheit 9/11. En wat de soldaat zegt, echoot alle films die hij ooit heeft gezien. This is my rifle, this is my gun. This is for pleasure, this is for fun.

In Troy zien we de oorlog van Brad Pitt. Duizenden Griekse krijgers staan als ledenpoppen aan de kant, terwijl hij langs hen rent. (,,Was je wapenrusting niet zwaar, Brad', vroegen de verslaggevers. ,,Nee, die zat perfect.') Hij rent en rent naar die ene reusachtige Trojaanse krijger die hem staat op te wachten. Er gaat nog geen zucht door de rijen digitale krijgers als Achilles in één beweging opspringt, zijn zwaard achterin de nek van de Trojaan plant en weer neerkomt. Einde gevecht.

Dit gaat niet over domme Amerikanen die denken dat ze altijd winnen of die niet weten wat lijden is. In Fahrenheit 9/11 zien we genoeg soldaten die weten wat lijden is, ook als ze dat lijden een ander aandoen. ,,Je kunt niet iemand doden zonder iets in jezelf te doden', zegt een van hen filosofisch. Een van de opwindendste en meest succesvolle oorlogsfilms van de laatste jaren, Black Hawk Down van regisseur Ridley Scott, gaat over een smadelijke Amerikaanse nederlaag. Tijdens een vredesoperatie in Somalië in 1993 proberen Amerikaanse troepen de lokale krijgsheer Aideed gevangen te nemen. Het eindigt met het neerstorten van een hypermoderne Amerikaanse Black Hawk helikopter en met een uitzichtloos, onoverzichtelijk en niet te winnen lijf-aan-lijf gevecht in de chaos van de kashba in Mogadishu.

Dit gaat over de vraag hoe Amerikanen oorlog zien voordat ze de oorlog zien. En Amerikanen zien veel oorlog, zowel in het echt als in de bioscoop. Dat laatste ,,heeft iets met deze tijd te maken, met ons collectief bewustzijn', zegt Brad Pitt tijdens de Troy-persconferentie in Cannes. Hij zegt er meteen bij dat het wel weer zal overgaan. ,,Over een tijdje maken we weer honkbalfilms.' Waarbij in het midden blijft of Brad Pitt honkbal met oorlog vergelijkt of oorlog met honkbal.

Granaten

Luka staat te koken voor zijn vriend, postbode Veljo, als de eerste granaten ontploffen en het huis schudt. Veljo springt van schrik achteruit. Luka lacht. ,,Ben je niet bang', vraagt Veljo. ,,Welnee', zegt Luka. ,,Op tv zeiden ze dat er een staakt-het-vuren is afgekondigd.' BOEM.

Luka's zoon wordt opgeroepen voor het leger. Zijn vrouw vertelt het hem huilend. Hee, zegt Luka, dat vraagt om een toost. Hij geeft de buste van maarschalk Tito een goedkeurend klopje en schenkt een slivovitsj in. ,,Onze zoon in het leger! Wil jij ook een glas', vraagt hij zijn vrouw. Die gilt: ,,Nee, idioot! Milos is niet opgeroepen voor het leger. Hij is opgeroepen voor de oorlog.' Een paar dagen of weken later is Milos krijgsgevangen gemaakt en heeft niemand meer een idee waar hij zich bevindt.

Dit gaat niet over gevoelige Europeanen die oorlog in huis hebben gehad en zich daarom wel twee keer bedenken voor ze daar in hun films iets heroïsch van maken. De Europeanen, en zeker die op de Balkan, stappen misschien wel net zo lichtvaardig de oorlog in als de Amerikanen. In Life is a Miracle (Zivot je cudo) van regisseur Emir Kusturica zien we Servische politici doelbewust conflicten aanwakkeren om door de oorlog stinkend rijk te kunnen worden als smokkelaars. De corrupte burgemeester van Luka's dorp staat net met grote, zwarte bokshandschoenen op de billen van zijn maitresse te beuken, als zijn semafoon piept. `De oorlog is uitgebroken, waar zit je?', staat op het schermpje. ,,Het spel gaat beginnen', zegt hij plechtig tegen zijn verzaligde minnares.

Op het filmfestival van Cannes zijn veel films te zien waarin oorlog wordt verbeeld. Troy, Fahrenheit 9/11 en Life is a Miracle, maar ook de documentaire Salvador Allende van de Chileen Patricio Guzmán, de speelfilms Maarek hob (In the battlefields) van de Libanese Danielle Arbid en Kâkhestar-o-kâhk (Terre et cendres) van de Afghaan Atiq Rahimi, en de nieuwste film van Jean-Luc Godard die, zoals we van hem gewend zijn, de elementen van speelfilm en documentaire combineert in Notre musique.

Wie die films bekijkt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er een groot verschil is in de verbeelding en het concept van oorlog tussen Amerikaanse films en de andere `oorlogsfilms' in Cannes. Oorlogsfilms staat hier tussen aanhalingstekens omdat het woord zelf onweerstaanbaar het beeld opdringt van de Amerikaanse oorlogsfilm met soldaten op een te volbrengen missie voor Goed (of Kwaad). Zoals Godard het aan studenten uitlegt in Notre musique: ,,Zeg ik `museum', dan zien jullie het Louvre voor je, al bestaan er honderdduizenden andere musea. En zeg ik `film', dan denken jullie aan Hollywood.'

In de Amerikaanse films, zelfs in Moores Fahrenheit 9/11, is oorlog actie, een kwestie waar de individuele Amerikaan of een paar individuele Amerikanen wat aan kunnen dóen. Het basisprincipe van het gevecht, ook al is dat gevecht een veldslag, is voor Amerikaanse filmers en dus voor de Amerikaanse kijkers het duel. In Troy zijn het de duels van Achilles, met Paris en met Hector. Die gevechten zijn niet wezenlijk anders dan een duel van John Wayne met Lee Marvin in een willekeurige western of de duels van Neo en agent Smith in de Matrix-films. Het individu staat voor een beslissend moment en hij gaat bewust het gevecht aan. Hij kan winnen of verliezen, maar hij blijft altijd een individu en dus in potentie een held.

In Fahrenheit 9/11 geeft Michael Moore een uitermate somber beeld van de oorlog in Irak. Hij laat zien met welke ideeën de soldaten, meest arme jongens, worden geronseld. ,,Dus jij wilt muzikant worden', zegt een ronselaar voor de US Marines tegen een scholier. ,,Ken je Shaggy?' ,,Dat is toch die Jamaicaanse rapper', zegt de scholier. ,,Ja. Wist je dat die ook bij de Marines heeft gezeten? Wij kunnen misschien wat voor je doen als je bij ons tekent.'

Gillende vrouwen

Moore laat zien wat ze doen als ze in Irak zijn. ,,Tsja, we waren net aangekomen, dus we begonnen maar te schieten op alles wat bewoog', zegt een officier als het leger heeft huisgehouden in een dorpje waar achteraf geen Iraakse strijder aanwezig bleek te zijn. Moore laat ons voelen hoe de soldaten zich voelen na een paar maanden. Een nachtelijke inval in een huis vol gillende vrouwen op zoek naar een jongen die student blijkt te zijn. ,,Waar zijn we hier in godsnaam mee bezig', zegt een militair moedeloos. Een soldaat in Washington zegt dat hij liever de gevangenis in gaat dan terug naar Irak.

Moores verbeelding van de oorlog is dus veelvormig en gelaagd, maar het is niettemin een duel. Van Michael Moore tegen George Bush. De regisseur laat al merken waar het hem om te doen is, door in zijn film een ontmoeting op te nemen van hemzelf met George Bush op het moment dat die nog gouverneur van Californië was. De filmer roept de gouverneur. ,,Michael Moore', roept Bush terug. ,,Gedraag je. Ga een echte baan zoeken.' De scène heeft feitelijk niets met de rest van de film te maken, maar geeft Fahrenheit 9/11 wel zijn lading. Misschien dat die jongens in Irak niks aan de oorlog kunnen veranderen, maar Michael Moore kan dat wel aan het thuisfront.

Moore heeft in Cannes herhaaldelijk verklaard dat hij zich maar over één ding zorgen maakt: dat zijn film het Amerikaanse publiek pas bereikt na de presidentsverkiezingen van dit najaar. Als zijn film voordien in de VS wordt vertoond, dan verliest Bush, dat weet Moore zeker. ,,This is personal', zegt de held dan. Hij zal de bad guy krijgen, al kost het hem zijn eigen leven.

Tijdens de persconferentie na Life is a miracle in Cannes staat een Amerikaanse journalist op om te zeggen hoe teleurgesteld hij is door Kusturica's film. Hij had verwacht dat de Servische regisseur dit verhaal zou aangrijpen om `een standpunt' in te nemen over de voormalige Servische president, super bad guy Slobodan Miloševic.

Emir Kusturica heeft een bloedhekel aan zulke vragen. Dan wordt de rimpel boven zijn neus zwaarder en verandert zijn volmaakte Engels in een grauw. Hij geeft hét Hollywood-antwoord van Some Like it Hot: ,,Nobody's perfect.'

Dan begint een Duitser op te sommen: de film suggereert dat de Duitse minister Genscher voor of tijdens de oorlog in Joegoslavië wapens naar Kroatië liet smokkelen, een Serviër in de film citeert Shakespeare: `ons is meer aangedaan dan wij anderen hebben aangedaan', en de twee moslimstrijders aan het eind worden als schurken afgeschilderd. Had Kusturica niet voor de balans ook een paar slechte Serviërs in de film kunnen stoppen?

Kusturica zegt: ,,Toen ik in 1997 in Cannes was, wilde ik mezelf voorstellen aan Francis Ford Coppola. Ik heb anderhalf uur geprobeerd te vertellen wie ik was, dat we gemeenschappelijke vrienden hadden enzovoorts. Het is me niet gelukt. Denkt u dan dat ik hier in twee minuten aan u kan uitleggen wat het verschil is tussen moslims en Serviërs?'

Hij had kunnen antwoorden dat het in de film wemelt van de slechte Serviërs, de corrupte burgemeester voorop. Er is een scène waarin hij op de neus van een trein zit die stapvoets aan komt rijden. Op de rails strooien twee mooie meisjes cocaïne uit, die hij en zijn handlanger opsnuiven.

Hij had kunnen antwoorden dat in zijn film de oorlog een voor de meeste mensen onverwachte verheviging is van een heftige tijd. Kusturica laat zien dat de emoties die een voetbalwedstrijd gewoonlijk met zich meebrengt, hier handig worden gekanaliseerd in de richting van een etnisch conflict.

Hij had tegen de recensent van het Amerikaanse film- en showvakblad Variety kunnen zeggen dat de manier waarop hij dieren filmt niet alleen van `oppervlakkige symboliek' getuigt, zoals die schreef. Als Kusturica in een magistraal gefilmde scène twee beren in een huis van een Bosnische Serviër plaatst en de postbode die binnenkomt in paniek laat zeggen dat ,,beesten uit Kroatië ons Serviërs allemaal komen afmaken', dan is het geen allegorie. Toen in Kroatië de oorlog al was uitgebroken en in Bosnië nog niet, zal Kusturica later uitleggen, trokken de dieren de grens over uit angst voor de ontploffingen.

Als Life is a miracle een Amerikaanse film was geweest, dan was Luka op zoek gegaan naar zijn zoon. In de Servische film krijgt Luka een Bosnisch meisje in de schoot geworpen dat hij misschien kan ruilen voor zijn zoon. In plaats daarvan wordt hij verliefd op haar en probeert hij zijn liefde in zijn leven in te passen. Aan de oorlog kan Luka niks veranderen, wel aan zijn eigen leven.

Buurmeisje

Net als in het Libanese Kâkhestar-o-kâhk en het Afghaanse Maarek hob is de oorlog bij Kusturica een ding, onwrikbaar, ongrijpbaar, onhanteerbaar. Dat snappen de Amerikaanse soldaten uit Fahrenheit 9/11, als ze in Irak zijn uitgeschoten en vrouwen hun dode vader de straat opdragen en een jongen de resten van zijn buurmeisje bij elkaar zoekt. En als president Bush feestelijk het mission accomplished afkondigt en de bommen pas goed beginnen neer te komen bij de Amerikanen zelf, dan weet hun familie thuis het ook. ,,Het is niet makkelijk om een land te veroveren.'

Hij komt soms in de vorm van granaten, soms als de dood van een geliefde. In Kâkhestar-o-kâhk is de oorlog de vernietiging van een samenleving door bommen. De bommen vallen, we horen nooit wie ze gooien, dat doet er ook niet toe. De mensen op de grond zweren ook geen wraak, ze begraven hun doden en proberen de overlevenden bij elkaar te zoeken. De oorlog is stof, de stem van een dode.

In Maarek hob is de Libanese burgeroorlog van de jaren tachtig achtergrond bij het verhaal van een jong meisje. De oorlog is in de film vrijwel afwezig, maar hij beheerst het leven van allen die erin voorkomen. Hij perkt het leven in tot de zones van Beiroet. Hij laat toe dat mensen bij roadblocks uit hun auto worden getrokken en afgetuigd. Het verval van de familie van het meisje had Danielle Arbid nooit zo scherp kunnen filmen zonder het geweld dat in de oorlog vanzelfsprekend wordt, ook onder mensen die niet meevechten.

Niemand van de hoofdpersonen in deze films kan handelen op een manier die de oorlog beïnvloedt. Wat Luka doet, brengt zijn zoon geen seconde eerder terug. De grootvader en zijn door de bommen doof geworden kleinzoon die in Kâkhestar-o-kâhk op zoek gaan naar hun laatste familielid, slagen er in de oneindigheid van het Afghaanse steenlandschap niet eens in om met een truck naar de plaats te rijden waar hij zich moet bevinden. De oud-partijgenoten van de bij een coup vermoorde Chileense president Allende hadden misschien wel iets kunnen doen, blijkt uit Guzmáns documentaire. Ze hébben het alleen niet gedaan, zeggen ze nu met spijt, omdat ze niet wisten hoe, omdat ze zich niet konden voorstellen wat er zou gaan gebeuren. Omdat hun leider een fatsoenlijk man was, zoals allen beamen.

Dat wil niet zeggen dat er geen helden in deze films voorkomen. Ze doen alleen geen heldhaftige dingen, misschien met uitzondering van Salvador Allende. Ziedaar het verschil tussen de Amerikaanse films in Cannes en de rest. In Life is a Miracle is een ezel met liefdesverdriet de grootste held. In Fahrenheit 9/11 is het Michael Moore.

De volgende film van Moore gaat, zegt hij, waarschijnlijk over de gezondheidszorg in de Verenigde Staten. Of over de oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Of over een volgende oliecrisis.

Je doet je ding, je gaat weer weg.

Het duel is de basis

van de oorlogsfilm volgens Amerika

De oorlog is stof,

de stem van een dode

De bommen vallen, het doet er niet toe wie ze gooien

Gerectificeerd

Gouverneur Bush

In het artikel Vluchtende beren (21 mei, pagina 17) wordt George Bush opgevoerd, toen `die nog gouverneur van Californië was'. George Bush, de huidige president van de Verenigde Staten, was gouverneur van Texas.