Taalkundige vogelaar

Het leek wel een undercover politiesurveillance. Maar vanuit het PTT-tentje op de Rotterdamse Witte de Withstraat werden geen louche vastgoedhandelaren of Joegoslavische huurmoordenaars bespied. Erik Hombrink observeerde voorbijgangers, ongeacht wie ze waren of wat ze deden. De flarden van gesprekken die hij opving, tikte hij uit op A4-tjes en plakte hij aan de buitenkant van zijn tent.

Als performance met taalkundige `objets trouvés' was Poëzie in 1999 al interessant. Maar vijf jaar na dato doet het werk het als installatie in galerie 300procent wellicht nog beter. Het is alsof je de observatiepost van een linguïstische vogelaar binnenloopt die net even een boodschap is gaan doen. Stiekem even spieken in zijn logboek. Daar staan zinnen in als `met de auto kom je overal' en `Anja heeft me net een brief geschreven' – de mussen uit de woordenwereld. Maar ook een zeldzame rode wouw of wielewaal zijn gespot: `dus als ik het goed begrijp hebben jullie alletwee een kwaal' en `de mensen die hier werken drinken zelf ook'. Het zijn geïsoleerde detailopnamen van fladderende conversaties, door Hombrink met een scherp oor gedetermineerd en vastgelegd. Opmerkelijk voor een kunstenaar die dyslectisch is.

Hombrinks nieuwere werk sluit nauwer aan bij de tentoonstellingstitel Woord als Beeld maar kan niet tippen aan Poëzie. De fotootjes (fotograaf, bankier, groepje) met een enkel woord (lachen, geld, luier) zijn te direct, missen diepte. Ze leggen het ook af tegen de zeefdrukken van Don Satijn, die er recht tegenover hangen. Systematicus Satijn vertaalde de dikte van barcodestreepjes in letters en zette de resulterende afkortingen onder het traliewerk. Zo wordt de ene code verwisseld voor de andere. Het lijkt een verduidelijking maar de ondoorgrondelijkheid blijft. De letters worden geen woord maar blijven beeld.

De kracht van 300procent is het maken van compacte groepstentoonstellingen rond een concreet onderwerp. Met Woord als Beeld had de galerie honderd verschillende richtingen op kunnen vliegen, maar koos voor een duidelijke tweedeling. Tegenover de vrij abstracte, talige benadering van Hombrink en Satijn staat de meer fysieke aanpak van de drie andere exposanten. De net afgestudeerde Fariba Ahmadi overdekte fotoportretten met kaligrafie. Dat gebruik van de huid als canvas doet denken aan het werk van Ni Haifeng, die de geschiedenis van Chinees keramiek op de ruggen van porseleinbleke modellen schilderde. Maar wat er op Ahmadi's gezichten staat is alleen begrijpelijk voor Farsi-sprekers. Daardoor blijft het werk in het decoratieve hangen.

Interessanter is het ironische spelletje dat Joost Benthem speelt met logo's. Met meer dan drieduizend half opgerookte sigarettenpeuken vormde hij de woorden `on' en `off'. Zijn kauwgommozaïek van drukstrips schreeuwt met zwierige letters `light'. Het zijn monumentale kreten, die meer beeld dan betekenis zijn. Jeltje Terlouw plaatste tegen de wand de letters `(unst)'. Daarvoor haar eigen silhouet in de vorm van een K. Het beeld als woord.

Woord als Beeld. T/m 26 juni in galerie 300procent, Dam 4, Schiedam. Wo-za 12-17u.