Straf geëist tegen extremisten

Het openbaar ministerie heeft woensdag in hoger beroep tot zes jaar gevangenisstraf geëist tegen vijf vermeende moslimextremisten.

De vijf verdachten werden in het najaar van 2001 opgepakt in Rotterdam vanwege vermeende betrokkenheid bij het beramen van een (verijdelde) bomaanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs of de luchtmachtbasis Kleine Brogel in Belgisch Limburg. De vermeende uitvoerder van deze aanslag, de Tunesiër Nizar Trabelsi, werd in oktober 2003 door een rechter in België veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.

Vier `Nederlandse' medeplichtigen (een Fransman, twee Algerijnen en een Eritreër) werden echter in december 2002 door de rechtbank in Rotterdam vrijgesproken. Volgens de rechter waren de arrestatie en het bewijsmateriaal onrechtmatig, omdat het openbaar ministerie de aanhoudingen had gebaseerd op ambtsberichten van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), zonder eerst zelf onderzoek te doen. Overigens merkte de rechtbank op dat ook als het bewijs wél in beschouwing was genomen, dit niet tot een veroordeling zou hebben geleid.

Het vonnis leidde tot grote politieke commotie, die nog werd vergroot door de vrijspraak van acht verdachten in een tweede grote zaak tegen moslimextremisten, in juni 2003.

Inmiddels heeft het kabinet wetgeving aangenomen die terrorismebestrijding beter mogelijk moet maken. Minister Donner werkt aan een wetsvoorstel, dat het mogelijk moet maken AIVD-informatie tijdens een strafproces te gebruiken als bewijs.

Tijdens het hoger beroep zal het hof een uitspraak doen over de informatie die door de AIVD is aangeleverd. Uitspraak 21 juni.