Ongeduld bedreigt succesvolle wederopbouw van Irak

Wanneer de internationale gemeenschap niet bereid is voldoende te investeren in de wederopbouw van Irak, is de hele operatie daar tot mislukken gedoemd, menen A.H. van Luyn en Jan Gruiters.

Het Nederlandse politieke debat over Irak verengt te snel tot de vraag naar het al dan niet verlengen van het mandaat van de Nederlandse troepen. De centrale vraag is hoe kan het Iraakse volk, nu het eenmaal bevrijd is van het dictatoriale regime van Saddam Hussein, op een verantwoorde wijze zijn toekomst inrichten? Onder welke voorwaarden kan de bezetting van Irak daaraan bijdragen? Daarom kan het debat niet beperkt blijven tot vragen over de legitimiteit van de missie en de veiligheid van de Nederlandse troepen.

Twee dimensies moeten zeker aan bod komen:

Welke lessen moeten worden getrokken uit de ervaringen met nation building sinds de bezetting van Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog?

Welke obstakels moeten verwijderd worden om een wederopbouw van Irak mogelijk te maken?

Pas als deze vragen beantwoord zijn, kan beoordeeld worden of en in hoeverre de aanwezigheid van de Nederlandse troepen zinvol is.

Onderzoek naar situaties van wederopbouw heeft aangetoond dat het aantal manschappen, de beschikbare tijd en de vereiste middelen noodzakelijke voorwaarden zijn voor een succesvolle nation building. Zowel in Bosnië als in Kosovo zijn veel meer troepen ingezet dan nu in Irak. Als Bosnië de norm zou zijn, zouden nu in Irak 460.000 militairen moeten zijn in plaats van de circa 150.000 militairen die nu ingezet zijn. De ervaring leert dat het aantal manschappen een omgekeerd evenredige relatie heeft tot het aantal burgerslachtoffers. Een tekort aan mankracht wordt altijd gecompenseerd door vuurkracht, met alle gewelddadige gevolgen voor de burgerbevolking. Zie Irak.

Succesvolle nation building duurt zeker zeven jaar. De operatie in Irak wordt echter gekenmerkt door een fnuikend ongeduld dat mede lijkt te zijn ingegeven door externe belangen zoals de Amerikaanse verkiezingen. Er zal gestreefd moeten worden naar een snelle totstandkoming van een interim-regering. Deze dient wel te kunnen rekenen op voldoende vertrouwen van de Iraakse bevolking. Maar ook daarna zal voor de wederopbouw van Irak nog een langdurige inspanning van de internationale gemeenschap noodzakelijk zijn.

Voor een succesvolle wederopbouw is veel geld nodig. De militaire operatie in Irak heeft al een fortuin gekost, maar als de internationale gemeenschap niet bereid is voldoende te investeren in wederopbouw, is de operatie in Irak tot mislukken gedoemd.

Een andere les uit nation building is dat multilaterale operaties weliswaar complexer zijn, maar veel goedkoper voor deelnemende landen en meer effectief voor de wederopbouw van het betrokken land en voor het realiseren van verzoening en stabiliteit in de regio. Als de wederopbouw plaats zou vinden onder auspiciën van de VN zouden veel Europese en islamitische landen mee kunnen doen.

Er zijn in Irak drie fundamentele problemen:

1. De bevolking is onder invloed van jarenlange onderdrukking in losse fragmenten uiteengevallen. De civil society moet vanaf de grond worden opgebouwd. De staat is ontmanteld. Men staat hier voor een complex probleem dat niet snel opgelost kan worden, noch door de huidige coalitie, noch door een interim-regering, noch door de VN. Tragisch is dat onder Amerikaans bewind het uiteenvallen van de Iraakse samenleving alleen maar verergerd lijkt. De bevolking voelt zich niet vertegenwoordigd door instanties en partijen die beweren namens hen te spreken. De enige reële uitweg is het proces van staatsvorming te laten plaatsvinden onder leiding van de VN. Dat moet resulteren in een representatieve en gezagvolle interim-regering die verkiezingen op lokaal, regionaal en nationaal niveau kan voorbereiden.

2. Er is een dramatisch gebrek aan vertrouwen gegroeid tussen de Amerikaanse bezettingsmacht en de Iraakse bevolking. Door gebrek aan kennis van de complexe geschiedenis en politiek-maatschappelijke context is de coalitie afhankelijk geworden van Iraakse oppositiepartijen die na jaren van ballingschap geen draagvlak hebben in de eigen samenleving. Ten gevolge van een tekort aan analyse in de voorbereiding van de oorlog en ideologische vooroordelen heeft de regering in Washington fout op fout gestapeld. De Amerikaanse fixatie op force protection staat het ontstaan van een vertrouwensrelatie in de weg. Dat geldt ook voor de omstandigheden waaronder gevangenen zijn gedetineerd en hun niet te rechtvaardigen inhumane behandeling.

3. Er is een fataal gebrek aan orde en veiligheid in Irak – fataal voor de bevolking, fataal voor de wederopbouw, en ook fataal voor de coalitietroepen. De reacties van de Amerikaanse politiek en strijdkrachten getuigen van een gebrek aan analyse van de oorzaken en de gevolgen van dit geweld. Er zijn ten minste drie vormen van geweld te onderscheiden: grootschalig crimineel geweld in de steden, onvoldoende bestreden en mede mogelijk gemaakt door gebrek aan militaire en politionele ordehandhavers; geweld, gepleegd door resten van Saddams repressieve apparaat, die gebruikmaken van de toenemende kwetsbaarheid van de coalitietroepen; en het religieus geïnspireerde geweld, dat in belangrijke mate wordt veroorzaakt door oplopende belangenstrijd, maar ook door onzekerheid over de motivaties en capaciteiten van de bezetters. Zonder juiste analyse van de achtergronden van dit geweld kunnen de gevolgen desastreus zijn, zowel voor de Iraakse bevolking als voor de coalitietroepen, met inbegrip van de Nederlandse. Naar gelang deze onveiligheid voortduurt, neemt de kans op terroristisch geweld toe en dreigt de wederopbouw te mislukken.

Wij hebben ons als Pax Christi steeds uitgesproken tegen deze oorlog. Nu de oorlog is gevoerd en de ontwikkelingen onomkeerbaar zijn, verandert ons perspectief, maar niet onze betrokkenheid. Voor ons staat de vraag centraal: hoe kunnen wij de Iraakse burgers steunen? De meest urgente opgave nu is de wederopbouw. Daarom moeten de bovenstaande lessen uit nation building ook in Irak in de praktijk gebracht worden. Bovendien zal de vertrouwensrelatie tussen de bezettingsmacht en het Iraakse volk hersteld moeten worden, te beginnen met een hervorming van het detentiebeleid. Alleen dan kunnen de coalitietroepen, onder drie voorwaarden, een bijdrage leveren aan de wederopbouw. In de eerste plaats moeten staatsvorming en wederopbouw onder verantwoordelijkheid van de VN plaatsvinden. In de tweede plaats dient een gezagvolle Iraakse interim-regering te komen die het vertrouwen geniet van de Iraakse bevolking. Ten derde moet er een veel bredere internationale ondersteuning van de wederopbouw door andere Europese landen en zo mogelijk ook islamitische landen worden gerealiseerd. Alleen dan kunnen de Nederlandse militairen een rol spelen en effectief bijdragen aan een succesvolle wederopbouw van Irak.

Ook al wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan nog blijft de wederopbouw een waagstuk. Een diepgaand debat en een toereikende politiek en maatschappelijk draagvlak zijn juist daarom zo noodzakelijk. Een overhaast vertrek van de Nederlandse troepen kan voor Irak even desastreus zijn als een onvoldoende gerechtvaardigde verlenging van hun verblijf.

A.H. van Luyn s.d.b. is president Pax Christi Nederland en bisschop van Rotterdam. Jan Gruiters is directeur van Pax Christi Nederland.