Oma laat haar uilenoog tollen

Aan het einde van de wereld geselt de wind gedurig de velden. Er loopt een hol gesleten lemen weg daar, Limburg uit, het vervolg van de verharde weg die `vanuit de stad' naar Duitsland loopt. De weg heeft een naam die niemand onthouden kan en daarom wordt hij `Sjlammbams Sahara' genoemd. Een naam die iedereen wel kan onthouden, in het wonderlijke, sfeervolle kinderboek Negen Open Armen van Benny Lindenlauf. Het landschap langs Sjlammbams Sahara is leeg, maar niet onbezield. Zelfs daar in die woestenij maakten mensen verhalen, simpelweg door er te leven.

Negen Open Armen, Lindenlaufs derde boek en het eerste dat bij uitgeverij Querido verschijnt, speelt zich af in 1937. Het is de dag na `Sint Rosa', eind augustus, en een wat merkwaardig samengesteld groot gezin zonder moeder verhuist met een handkar over Sjlammbams Sahara naar het enige huis dat het einde van de wereld rijk is. Een niet pluis huis met een deur aan de achterkant en een drempel op kniehoogte, waar in de kelder oude stemmen fluisteren, van `Nienevee van Boete de Moere' en van `Sjar de Kroekestjop'.

Lindenlauf maakte gave karakters in Negen Open Armen. Zo is er `de Pap', een hopeloze optimist. `Vraag wat het tegendeel van zorgen is' vraagt hij zijn talrijke kinderen telkenmale. Om de haverklap heeft hij een nieuw plan dat het gezin van de armoede redden moet. De ene keer is het antwoord op de vraag naar het tegendeel van zorgen `zijde', de andere keer `ijzerwaren' en dit keer is het `sigaren'. `Oma Mei', die lange tijd de sterkste, meest solide figuur uit het boek lijkt, fronst haar wenkbrauwen en laat haar `uilenoog' veelbetekenend tollen.

De wereld van de ik-persoon Fing is een goed getroffen samengaan van haar eigen meisjesdromen en -angsten, en van die van haar zussen, en van de realiteit, de dagelijkse gang naar school, de eindeloze huishoudelijke taken en de koukleumerij. Maar ook de verlangens en de verledens van de volwassenen in Fings omgeving sijpelen door, net als de verhalen van het landschap waarin het boek zich afspeelt. Oude geschiedenissen raken vervlochten met nieuwe. De thuisloze kinderen die door hun vader van hot naar her worden gesleept, gaan bij het wonderlijke huis horen. Ze eigenen zich het huis toe, of het huis neemt hen op, of eigenlijk allebei.

Negen Open Armen zal wellicht aanvankelijk wat ontoegankelijk overkomen, alleen al door het vele dialect dat er in voorkomt (met verklarende woordenlijst achterin) en door de magisch realistische sfeer, maar Lindenlauf sleept zijn lezers al gauw onherroepelijk mee. Het boek speelt zich, behalve in huis, af op tot de verbeelding sprekende locaties, zoals een `lompenschuurtje' en een kerkhof waar in de haag een zonderling woont. De spanningsboog is intrigerender dan die van een doorsnee griezelverhaal: er hangt veel meer omheen. Om dat allemaal te kunnen zien en doorgronden is Negen Open Armen vooral geschikt voor kinderen vanaf een jaar of twaalf, al is het uitgegeven voor tien jaar en ouder.

Lindenlauf zoekt zijn beelden binnen de belevingswereld van zijn hoofdpersoon. Hij slaagt er bijna bij voortduring in niet al te archaïsch te klinken. Een vertwijfeld meisje die haar twee zussen tegenstelde dingen hoort beweren kijkt van de een naar de ander `als een hongerig straathondje dat twee worsten aangeboden kreeg en niet wist welke ie moest kiezen'. Een storende gedachte die niet wijken wil is `voelbaar als een gerstekorrel in een zomerschoen'.

Benny Lindenlauf: Negen Open Armen. Querido. 250 blz. €14,95