Nooit ten halve keren

De Amerikaanse schrijver Paul Auster heeft zijn meesterschap in vele genres bewezen, behalve in de komische roman. Die komt er nu aan.

eperk je tot boeken, daar ligt je toekomst' zegt een van de hoofdpersonen in Paul Austers laatste roman, Oracle Night. Die woorden moeten heel wat fans van de 57-jarige Amerikaan uit het hart gegrepen zijn. Want er was een tijd dat lezers van The New York Trilogy (1984-'86) en Mr Vertigo (1994) de toekomst van Auster als literator somber inzagen. Sinds hij midden jaren negentig als (co-)regisseur van filmhuissuccessen als Smoke en Blue in the Face toetrad tot de internationale film-jetset, kwam er een tijd lang weinig literatuur uit zijn handen. Afgezien van een bundel met oud werk publiceerde hij een boek met levensverhalen van `gewone' Amerikanen en een teleurstellend romannetje over een denkende hond. De liefhebbers van Austers kafkaeske thrillers over `de muziek van het toeval' konden pas weer opgelucht ademhalen in de 21ste eeuw, toen kort na elkaar The Book of Illusions en Oracle Night verschenen – twee romans over excentriek ontwortelde personages die bewezen dat Auster nog steeds de meester is van de speelse conte philosphique vol dubbele bodems en onverwachte verwikkelingen.

Paul Auster is dus terug als schrijver, en nieuwe filmplannen zegt hij niet te hebben. Maar als ik hem het bovenstaande citaat uit Oracle Night voorleg – inclusief de inleidende zin (`Ik wil niet dat je gedwongen bent om je tijd te verknoeien met het piekeren over films') – ontkent hij de suggestie dat hij zichzelf hier streng toespreekt. ,,Mijn jaren als filmer zijn bepaald geen verknoeide tijd'', zegt hij in de lounge van zijn Amsterdamse hotel, waar hij ter gelegenheid van de vertaling van Oracle Night interviews geeft. ,,De oude schrijver die tegenover zijn jongere collega zo neerbuigend over film doet, is van de generatie die Hollywood nog beschouwde als iets waarmee een zichzelf respecterende kunstenaar zich niet moest inlaten. Hij ziet het te somber in, al moet ik daar meteen bij zeggen dat het maken van films je opslokt. Voor Smoke werkte ik aanvankelijk alleen als scenarist, Blue in the Face was een uit de hand gelopen lolletje, maar bij mijn derde film, Lulu on the Bridge, was het een voltijdbaan geworden. Each film was an accident, maar kostte me wel twee jaar van mijn leven, vooral aan promotie. Voor iemand wiens grootste liefde bij het schrijven van boeken ligt, is dat een deprimerende gedachte.

,,Je zou kunnen denken dat ik door het filmmaken als schrijver veranderd ben – bijvoorbeeld omdat The Book of Illusions over een komiek uit de periode van de zwijgende film gaat en zelfs enkele uitgeschreven filmscenario's bevat. Dat laatste zou een magere oogst zijn, na zes jaar cinematografische onderdompeling. Film was voor mij een hele nieuwe vorm – een die ik nauwelijks met literatuur in verband kon brengen. Stilistisch zijn mijn romans dan ook niet veranderd. Ik heb mezelf altijd beschouwd als een onfilmische schrijver, iemand die weinig met dialogen werkt, die zijn boeken niet netjes in scènes verdeelt, en die er niet aan hecht dat een verhaal ononderbroken voortgaat. Wat ik heb gedaan in de pseudo-biografie van Hector Mann, de vergeten filmheld uit de jaren twintig, is wat in de retorica bekend staat als `ekfrasis', het beschrijven van kunstwerken die niet bestaan. Je kunt ook verzonnen boeken navertellen, zoals ik doe in Oracle Night.''

Blauw notitieboek

Veel van Austers romans werken met verhalen-in-een-verhaal, maar Oracle Night spant de kroon. Hoofdpersoon is Sidney Orr, een romancier van Austers leeftijd die twintig jaar na dato vertelt hoe hij, worstelend met revalidatie en zijn relatie na een ernstig ongeluk, in een geheimzinnig winkeltje een blauw notitieblok koopt. Daarin begint hij aan een verhaal over een literair redacteur, Nick Bowen, die vrouw en werk achter zich laat om een nieuw leven te beginnen – met in zijn bagage het manuscript van een in de jaren dertig geschreven roman (`Oracle Night') over een oorlogsslachtoffer dat te gronde gaat aan onheilspellende dromen. Het Droste-effect wordt nog versterkt door het feit dat Orr zelf ook vreemde avonturen beleeft en bovendien zijn verhaal in het blauwe schrift onderbreekt om te werken aan een filmscript op basis van H.G. Wells' science-fictionklassieker The Time Machine.

,,Dat laatste script heb ik werkelijk ooit geschreven'', antwoordt Auster op de vraag of al die verhalen vanzelf bij hem opkwamen toen hij aan Oracle Night begon. ,,Ik wilde een intelligente variatie maken op het verhaal van Wells, waarin ook ruimte was voor de praktische en filosofische consequenties van het tijdreizen; maar de filmmaatschappij bleek niet geïnteresseerd in iets waar geen actiefilm van te maken viel. Ook het verhaal van de man die na een ontsnapping aan de dood zijn oude leven vaarwel zegt, heeft met de cinema te maken. Ik ben er eind jaren tachtig aan begonnen op aandringen van de Duitse regisseur Wim Wenders, die mij vroeg om een anekdote uit The Maltese Falcon van Dashiell Hammett voor een film te bewerken. Het leidde tot niets omdat Wenders de financiering niet rond kreeg, maar ik wist dat het verhaal ooit nog eens van pas zou komen. Net als een veel oudere, oorspronkelijk surrealistische schets die ik nog had liggen, over een betoverd notitieschrift. Ik ben een verzamelaar, een echte vuilnisbak.''

Oracle Night is, zoals veel romans van Auster, het verhaal van een man die in een diepe crisis raakt en er gelouterd uitkomt. In Austers universum begint het leven pas als je met je rug tegen de muur komt te staan. ,,In de confrontatie met dood, ziekte of professional problems ontdek je wie je werkelijk bent'', zegt de schrijver met een rauwe stem, terwijl hij de smook uitblaast van zijn zoveelste sigaartje. ,,Lord Jim, de titelheld van de beroemde roman van Joseph Conrad, ontleent zijn identiteit aan de verantwoording die hij neemt voor de consequenties van zijn eigen lafheid. In Oracle Night moet Sidney zichzelf hervinden na het ongeluk dat hem lange tijd in het ziekenhuis heeft gehouden; en hij moet zich neerleggen bij de dingen – zelf denkt hij de affaire met zijn beste vriend die zijn vrouw Grace voor hem verbergt. Uiteindelijk realiseert hij zich dat de eventuele ontrouw van Grace hem niets uitmaakt zolang ze maar bij hem wil blijven. Daarin ligt de kern van de roman, de noodzaak om te vergeven en het verleden van je af te kunnen zetten. Ik zou Oracle Night dan ook eerder beschrijven als een boek over liefde en vergiffenis dan als een boek over crisis en herstel.''

Dubbelgangers

In een typisch Auster-boek speelt de schrijver een vrolijk spel met dubbelgangers, spiegeleffecten en alter ego's. In Oracle Night komt geen Paul Auster voor, zoals in het eerste boek van The New York Trilogy; maar de eigenschappen en vooral de namen van de twee schrijvende hoofdpersonen – Trause (een anagram) en Orr (een verbastering van `Auster') – suggereren een hoog autobiografisch gehalte. Ten onrechte, reageert Auster met een priemende blik in zijn donkere ogen. ,,Geen van beide schrijvers lijkt zelfs maar op mij. John Trause is een oudere schrijver van de generatie van Mailer en Bellow, met een realistisch oeuvre en een macho instelling. Orr heeft niet alleen een ander carrièreverloop – op mijn 34ste was ik nog niet eens serieus gedebuteerd – maar ook een andere instelling. Hij verwerkt in zijn verhalen de persoonlijkheden en eigenschappen van zijn vrienden en familieleden. Dat heb ik nog nooit gedaan.

,,Misschien is het goed als ik daar meteen aan toevoeg dat ook de ideeën van Orr en Trause niet noodzakerwijs de mijne zijn. Neem de discussies over toeval en voorbestemming die een belangrijke rol spelen in Oracle Night. Orr is de rationalist, de man die vast gelooft in wat hij zelf aanduidt als `de willekeurige krachten die ons lot bepalen'. Maar hij wordt tijdens zijn crisis met net iets meer toevalligheden geconfronteerd dan hij aankan, terwijl hij in het uitoefenen van zijn vrije wil nogal beperkt blijkt. Trause is een magisch denker, die letterlijk zegt dat `woorden kunnen doden' en van mening is dat de verbeelding invloed heeft op de werkelijkheid. Als voorbeeld vertelt hij het – overigens waar gebeurde – verhaal van een Franse schrijver die een lang gedicht schrijft over een kind dat verdrinkt, vervolgens twee maanden later zijn dochtertje ziet verdrinken, en daarna besluit om nooit meer een letter op papier te zetten.

,,Zelf geloof ik dat toeval maar een van de vele dingen is die ons leven bepalen – net als ambitie, intelligentie, liefde of angst. Het is lang geleden dat ik nog in interviews zei dat ieder mens het gevolg is van een vergeten koffertje, om duidelijk te maken dat zelfs je geboorte afhankelijk is van de toevallige manier waarop je ouders elkaar hebben ontmoet. Maar dat wil niet zeggen dat ik me als oudere man net als Trause schuldig maak aan magisch denken. En nee, ik ben er nog nooit voor teruggedeinsd om iets op te schrijven omdat ik bang was dat het in werkelijkheid ook zou gebeuren. Als je schrijft moet je niet ten halve keren. You go to dark places.''

Auster noemt zichzelf `min of meer een rationalist', en zegt op een andere manier te geloven in de kracht van het woord. ,,Woorden zijn het machtigste element in het menselijk verkeer, denk maar aan de retoriek van een revolutionair, de invloed van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, de wetboeken die het gedrag van mensen over de hele wereld bepalen. Nog belangrijker is de literatuur, een van de weinige plaatsen ter wereld waar twee complete vreemden, de lezer en de schrijver, elkaar kunnen ontmoeten. Iedereen heeft verhalen nodig om de wereld te doorgronden, van kinderen die door sprookjes en jeugdboeken leren hoe ze mens moeten worden – living vicariously – tot een groot kunstenaar als de filmregisseur Tarkovski, die zei dat kunst noodzakelijk is omdat het leven niet perfect is. Het menselijk lijden kun je alleen met kunst te lijf gaan. Het enige alternatief is godsdienst, maar als je geen gelovige bent, wordt kunst je religie.''

Als ik Auster vraag naar de aartsvaders van zijn persoonlijke religie, of minder pompeus naar de schrijvers die voor hem het belangrijkst zijn geweest, noemt hij allereerst Kafka en Beckett, wier beklemmend-absurde verhalen overduidelijk doorklinken in romans als Moon Palace en The Music of Chance. ,,Van de Amerikaanse schrijvers staat Nathaniel Hawthorne, de negentiende-eeuwse meester van het schuld-en-boeteverhaal, het dichtst bij me. Hemingway heeft ooit beweerd dat de hele Amerikaanse literatuur voortkomt uit Mark Twains Huckleberry Finn. Stilistisch had hij gelijk, maar als je kijkt naar thematiek denk ik dat Hawthornes Puriteinenroman The Scarlet Letter van veel grotere invloed is geweest.

,,En dan zijn er natuurlijk de drie grootste talenten uit de Engelstalige literatuur: Shakespeare, Dickens en Joyce. Zij waren in staat om met open geest naar de wereld te kijken om die vervolgens in metaforen te vangen. Nog bewonderenswaardiger was dat ze de diepste tragiek en de grootste wreedheden – denk aan Shakespeares tragedies – wisten te combineren met humor. Mijn volgende boek moet een komische roman worden, een genre waar ik niet veel ervaring mee heb. Maar je moet altijd streven naar het schier onmogelijke, en alleen al als eerbetoon aan de Grote Drie heeft een Auster-komedie bestaansrecht.''

New York

Deze opmerkingen geven antwoord op een van de laatste vragen die ik wilde stellen: wat voor verrassingen kunnen we van Paul Auster verwachten, nu hij zijn meesterschap in een groot aantal genres – detectiveverhaal, toekomstroman, western, road novel, picareske, filmscenario, (auto)biografie – heeft bewezen. (Alleen Austers protestsong tegen de oorlog in Irak, de `King George Blues', die te vinden is op de website van de roots-groep One Ring Zero, is geen hoogtepunt in het genre. Maar dat geeft de activistische liberaal Auster grif toe, getuige zijn commentaar: `That was a case of pure agitprop'.)

Mijn slotvraag gaat over New York, de stad waar bijna al zijn romans zich afspelen en die bij Auster hoort als Londen bij Dickens en Dublin bij Joyce. In hoeverre is New York na de aanslag op het WTC in 2001 veranderd, en heeft dat consequenties voor de literatuur? Is het bijvoorbeeld toeval dat Oracle Night zich bijna twintig jaar vóór `9-11' afspeelt?

Daar moeten we niets achter zoeken, beklemtoont Auster. ,,De vernietiging van de Twin Towers was een rampzalige gebeurtenis, die ik vanaf de bovenste verdieping van mijn huis in Brooklyn live heb kunnen volgen. Maar New York is erbovenop gekomen, en wie ben ik om daarbij achter te blijven? Het is zoals een sterfgeval in de familie: je rouwt, en al raak je er nooit helemaal overheen, je gaat verder en geeft je over aan het ritme van alledag. Maar het zal nog jaren duren voordat ik een grote gebeurtenis als deze een plaats kan geven in mijn fictie. Nationale trauma's worden in de literatuur nu eenmaal langzaam verwerkt. Het duurde dertig jaar voordat Stephen Crane met The Red Badge of Courage een goede roman over de Burgeroorlog wist te schrijven.''

Paul Auster: Oracle Night. Uitg. Faber & Faber, 244 blz. 21,80 (geb.). De Nederlandse vertaling `Orakelnacht' (van Ton Heuvelmans) is verschenen bij De Arbeiderspers.

Alle andere boeken van Auster zijn verschenen bij Faber & Faber en De Arbeiderspers.

De `King George Blues' is te lezen en te beluisteren op www.oneringzero.com

`Ik ben een verzamelaar,

een echte vuilnisbak'

`Ik maak mij niet schuldig

aan magisch denken'