`Niet slecht voor een oefenjaar'

Iederen doet zijn best op goed bedrijfsbestuur. Op één punt na, vindt Tabaksblat, die vorig jaar een code opstelde. Hoe zit het met beleggersinvloed?

Morris Tabaksblat is tevreden. Bij de afsluiting van het seizoen van jaarverslagen en aandeelhoudersvergaderingen is zijn conclusie dat de naar hem genoemde code voor goed bedrijfsbestuur redelijk goed is opgepakt door het Nederlandse bedrijfsleven en door de aandeelhouders.

Tabaksblat:,,Voor een oefenjaar gaat het niet slecht, al is het natuurlijk de vraag hoe het definitief zal uitpakken. Uit de manier waarop er gedebatteerd is op de vergaderingen blijkt dat iedereen het zeer serieus heeft genomen. Al moet iedereen volgend jaar natuurlijk pas echt met de billen bloot.''

In het najaar hoopt hij een inventarisatie van de problemen te maken waar een opvolgingscommissie mee aan de slag kan.

Op bezoek in Madrid op uitnodiging van de Fundacion Hispano-Neerlandesa, de stichting die de economische betrekkingen tussen beide landen te stimuleren, probeerde Tabaksblat deze week aan een Spaans publiek duidelijk te maken wat zijn voorstellen inhouden.

In Spanje verscheen eind vorig jaar eveneens een lijst met aanbevelingen voor goed bedrijfsbestuur. Maar Spanje kent traditioneel een bedrijfscultuur waarin banken en families beursgenoteerde ondernemingen volledig overheersen. ,,Kleine aandeelhouders worden daardoor volstrekt gemarginaliseerd. Dat is in Nederland niet aanvaardbaar.''

In Nederland lijkt het dat de institutionele beleggers als pensioenfondsen meer betrokken raken bij ondernemingsbestuur (corporate governance) constateert Tabaksblat tevreden. Ook beleggingsfondsen zijn meer bereid ,,mee te doen aan het debat''. Verzekeraars lopen wat achter. En daarover komen vragen, merkte Tabaksblat zelf als voorzitter van de raad van commissarissen bij Aegon. ,,Terecht wordt er gezegd: waarom doen jullie het in het buitenland wel en in Nederland niet? De code kan daarbij gebruikt worden.''

Ook de aanbevelingen dat variabele vergoedingen voor de bestuurders pas worden uitgekeerd als er een prestatie geleverd is wordt volgens Tabaksblat nu algemeen doorgevoerd. ,,Er is geen smoes meer dat het management zichzelf rijk gerekend heeft. Dan heeft de aandeelhoudersvergadering kennelijk zwakke knieën gehad.'' Tabaksblat bestrijdt de veelgehoorde klacht dat de bestuurderssalarissen het afgelopen jaar niettemin overdreven sterk zijn gestegen. ,,Je moet de sommetjes wel goed maken. De variabele beloningen die worden toegekend moet je niet direct berekenen alsof die al uitgekeerd is.'' De beloningen zijn niet omlaag gegaan, zoveel is wel zeker. ,,De internationale markten zijn alleen maar omhoog gegaan. Waarom zou het in Nederland dan omlaag gaan?'' Een code kan ook nooit bedoeld zijn om een maximum aan de beloningen te stellen. ,,Iemand die dat beweert weet niet hoe het leven in elkaar zit. Als de grote aandeelhouders niet collectief zeggen: dat willen we niet, dan gaat het gewoon door.''

Het old boys network is aan erosie onderhevig door de maatregel om het aantal commissariaten te beperken tot vijf Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. Zelf zoekt hij commissarissen voor Aegon. Niet dat het netwerk van `ons-kent-ons' daarmee ook direct verdwenen is. ,,Het is wat groter aan het worden. Netwerken zul je altijd houden en op zichzelf is dat geen slechte zaak. Maar je krijgt nu wat minder telkens dezelfde hoofden achter de tafel.''

Uitgever Reed-Elsevier, waar hij eveneens voorzitter van de raad van commissarissen is, hanteert het Angelsaksische systeem. Daar gaat het debat nooit over het aantal commissariaten. ,,Daar kijken ze naar wat commissarissen doen en of ze er genoeg tijd voor hebben.'' Iemand die drie commissariaten heeft bij grote ondernemingen ongeveer aan zijn tax, zo is de gedachte. Hij denkt dat het een kwestie van tijd is of ook de buitenlandse commissariaten, nu nog uitgesloten van het maximum van vijf, zullen ook mee gaan tellen. ,, Er zal wel weer een schandaaltje of zoiets voor nodig zijn, maar ik denk wel dat dat gaat gebeuren.''

Probleem blijven de administratiekantoren die de gecertificeerde aandelen beheren, Nederlands meest klassieke beschermingsconstructie. Daardoor hebben beleggers geen stemrecht. ,,Daar wordt nog veel mee geworsteld. Een administratiekantoor dat het managent van het bedrijf bij wijze van spreke in zijn achterzak heeft, dat was natuurlijk lekker makkelijk.''

Het onafhankelijk worden van de kantoren van het management als vertegenwoordigers van de belangen van de certificaathouders gaat nog maar moeizaam. ,,Het is me niet erg duidelijk of men daar in slaagt of niet. Het is merkwaardig stil om dit punt. Een enkele onderneming als ING heeft er al veel aan gedaan. Maar ik hoor een hoop anderen toch nog steeds mopperen.''