Mevrouw is van ijs

Het heeft alles van een complot. Jeroen Brouwers publiceert met Stoffer & blik een deel uit zijn mémoires, vrijwel geheel gewijd aan zijn jaren in dienst van de Vlaamse uitgeverij Manteau en, preciezer, gewijd aan de oprichtster van die uitgeverij, de inmiddels 93-jarige Angèle Manteau: `Een kille, wantrouwige persoonlijkheid, grillig, dikwijls humeurig, die personeel als noodzakelijk kwaad beschouwde'. Die onvriendelijke kwalificaties zijn niet nieuw, Brouwers wijdde de afgelopen decennia al talloze pagina's aan zijn vete met Manteau.

Vrijwel tegelijkertijd met de hernieuwde afrekening van Brouwers is een nieuwe roman van de Vlaamse schrijfster Greta Seghers (1942) verschenen, De opdrachtgeefster. Verhaallijn: de schrijfster Stella Wispelwey haalt herinneringen op aan de tijd waarin zij een biografie schreef over de oude uitgeefster Aline Bourgois, een project dat uitliep op een grote ruzie en een mislukt boek. Wispelwey, inmiddels herstellende van een levensbedreigende ziekte, wordt tien jaar na dato geconfronteerd met die voorbije episode als een radioverslaggever haar belt met het nieuws dat de bejaarde uitgeefster Bourgois gewurgd op haar bed is aangetroffen.

Je hoeft Wispelweys commentaar (`Aline Bourgois was een zakenvrouw pur sang') niet eens naast de woorden van Brouwers (`Angèle Manteau dacht altijd in de eerste plaats aan geld') te leggen om zeker te weten dat Manteau model heeft gestaan voor Bourgois. In 1992 publiceerde Greta Seghers Het eigenzinnige leven van Angèle Manteau, een biografie die nogal te lijden had onder de ruzie die tijdens het werk aan het boek uitbrak tussen de biograaf en haar opdrachtgeefster. Manteau geldt als de belangrijkste Vlaamse uitgever van de tweede helft van de vorige eeuw. Ze gaf het debuut van Louis Paul Boon uit en had een hele generatie Vlaamse auteurs onder haar hoede. Even beroemd werd ze door haar grote vermogen om vijanden te maken.

Detective

Om nog eens extra duidelijk te maken dat De opdrachtgeefster een, in ieder geval deels, autobiografische sleutelroman is, laat Seghers haar hoofdpersoon tegen het eind van het boek werken aan een roman met als werktitel De opdrachtgeefster, `een zedenschets en whodunit ineen'. Die beschrijving is accuraat voor de nu verschenen roman, zij het dat het detective-element niet erg goed is uitgewerkt. De uiteindelijke ontmaskering van de dader doet meer aan het bordspel Cluedo denken dan aan misdaadliteratuur.

De zedenschets daartentegen is bijzonder geslaagd, mede door de aangenaam lichte toon waarmee Seghers dat deel van het verhaal vertelt. In een aantal receptie- en begrafenisscènes geeft Seghers een vermakelijk beeld van de Vlaamse literaire wereld, inclusief roddel, huwelijksbedrog, kinnesinne en richtingenstrijd. Terugkerend fenomeen is hoe alle betrokkenen zich steeds weer door de uitgeefster Bourgois laten aanhalen en (vervolgens) manipuleren.

Een speciale rol in de literaire gemeenschap is weggelegd voor Flip Renard, hoofdredacteur van De Boomgaard, het oudste literaire tijdschrift van Vlaanderen. Deze Renard is een buitengewoon handige ritselaar in letterkundige zaken. Het tijdschrift wordt door hem op fundamentalistisch-postmoderne wijze geleid. In het personage is eenvoudig Hugo Bousset te herkennen, de hoofdredacteur van Dietsche Warande & Beaufort, waar ook Seghers in de redactie zat. Er valt sowieso veel te puzzelen. Voor de literair ingevoerde lezer zijn gemakkelijk herkenbaar: de schrijvers Ward Ruyslinck (als Nolle Hageraets) en Jeroen Brouwers (Joris Ockers), en de uitgevers Julien Weverbergh (Abel Wijnsberg), Mai Spijkers (Ray Coevoet) en Plien van Albada (diens jonge redacteur Femke).

Het hoofdthema van het boek is het gedoemde biografieproject. Dat ligt in de eerste plaats aan de naïviteit van de biografe, Stella Wispelwey. Die neemt de opdracht van Bourgois om haar levensverhaal te schrijven aan, al lijkt de uitgeefster vooral op zoek te zijn naar een ghostwriter. Als de biografe gaandeweg op steeds meer leugens en vaagheden stuit van een steeds hardere en ontoegankelijkere hoofdpersoon, wordt ze heel erg boos – in plaats van dat ze deugdelijk onderzoek gaat doen. Dat maakt een biografische ramp onvermijdelijk. De opdrachtgeefster is, kortom, een handzame cursus hoe pak ik het schrijven van een biografie niet aan. De passages over de mislukte biografie worden enigszins ontsierd door het zelfmedelijden van de hoofdpersoon. Waarschijnlijk omdat Wispelwey in de publicitaire oorlog die na verschijning van haar boek uitbreekt tussen haar en haar beroemde opdrachtgeefster aan het kortste eind trekt. Ze wordt jarenlang genegeerd.

Het enige serieuze biografisch onderzoek dat Stella Wispelwey onderneemt is een tocht naar Friesland om daar Leo van der Waalst-Buwalda op te zoeken, die jarenlang voor uitgeverij Bourgois werkte en ook enige jaren de huisgenoot van Aline Bourgois was. De tocht blijkt vergeefs – eerst wil de oude man niet meewerken, daarna sterft hij. De episode biedt wel interessant vergelijkingsmateriaal met Stoffer & blik van Jeroen Brouwers. Die wijdt namelijk tientallen pagina's aan Angèle Manteau's medewerker (en ex-huisgenoot) Theo Oegema van der Wal. Dat is overigens een prachtig portret, waarin ernstige grieven over de man (onder meer het `vernederlandsen' van het werk van een hele generatie Vlaamse schrijvers), weliswaar ruim aandacht krijgen, maar tegelijkertijd worden getemperd door een bijna ongewenste sympathie.

Vergelijking van de twee boeken laat mooi zien waar Seghers' verdichting begint. Zo laat zij haar Van der Waalst-Buwalda al in 1992 sterven en een nogal expliciet boekje Meesteres en slaaf over Bourgois publiceren (al staan daar ook enkele blanco pagina's in). De werkelijke Oegema van der Wal hield het tot juni 2000 vol. In zijn mémoires, De vrouwen en ik, is Angèle Manteau niet te vinden – wel een zekere Peter die volgens Brouwers trekken van haar heeft.

Ruziestoker

Zo valt er veel te puzzelen en te vergelijken, alleen al de passages die de auteurs aan elkaar wijden zijn goed naast elkaar te leggen. Seghers noemt `Joris Ockers' achtereenvolgens maniakaal en larmoyant, een ruziestoker en een querulant. `In Nederland is hij een auteur van de tweede garnituur', zegt men op een receptie. Brouwers zelf heeft de `nephistorica' Seghers nooit gespaard en ook in Stoffer & blik laat hij niets van haar en haar boek heel: `Seghers leverde haar halfslachtige, onvolledige, slecht gedocumenteerde en van opzettelijke leugens dan wel halve waarheden scheef hangende biografie slaafs en braafjes in bij uitgeverij Prometheus.'

Dat gehakketak lijkt er in eerste instantie op te wijzen dat er van een complot van Brouwers en Seghers geen sprake is, hoewel ze tegelijkertijd hun pijlen richten op dezelfde bejaarde vijand. Daartegenover staat dat Brouwers wel veel sleutels voor Seghers' roman in Stoffer & blik heeft achtergelaten: van citaten uit de brieven van Oegema van der Wal die Brouwers aanhaalt en die ook in de roman voorkomen, tot de naam van Seghers' redacteur bij Prometheus en een verder niet te verklaren vermelding van de kokkin van Angèle Manteau.

Dat kan allemaal toeval zijn, alle vijanden willen jennen nu het nog kan. Belangrijker is het niveau van zowel Stoffer & blik als De opdrachtgeefster. De stukken van Brouwers zijn zo goed geschreven dat je regelmatig vergeet dat de inhoud nauwelijks iets nieuws bevat en Seghers' boek maakt duidelijk dat ook een volledig mislukt biografieproject tien jaar na dato tot een goede roman kan leiden.

Greta Seghers: De opdrachtgeefster. Een zedenschets. De Arbeiderspers, 240 blz. €18,95

Jeroen Brouwers: Stoffer & blik. Herinneringen aan een periode (1964-1970). Atlas, 240 blz. €16,50