Man van de toekomst verleden tijd

Ahmed Chalabi is definitief in ongenade gevallen bij de Verenigde Staten. Dat is geen verrassing, maar Washington heeft tijd nodig om dat openlijk toe te geven.

Aan de gecompliceerde liefdesrelatie tussen het Amerikaanse ministerie van Defensie en Ahmed Chalabi, lid van de Iraakse regeringsraad en leider van het Iraaks Nationaal Congres, is definitief een einde gekomen. Hoewel minister van Defensie Donald Rumsfeld betrokkenheid bij de inval in de woning en kantoren van Chalabi gisteren heeft ontkend, leidt het geen twijfel dat het ooit zo innige contact van het Pentagon met de man die tot vorig jaar nog werd gezien als Amerika's keus na de val van Saddam Hussein, niet langer bestaat.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zou nooit erg gecharmeerd zijn geweest van de in de Verenigde Staten geschoolde Iraakse balling, maar het ministerie van Defensie des te meer. Dat had te maken met oude vriendschappen en de open brief aan president Bill Clinton in 1998. Daarin riep Chalabi als leider van de toenmalige oppositiepartij in ballingschap, het Iraaks Nationaal Congres (INC), samen met andere invloedrijke Amerikanen op tot `verandering van het regime' in Irak. De lijst van ondertekenaars leest, achteraf bezien, als een overzicht van namen uit de huidige regering van president Bush: Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz, Douglas Feith, Richard Armitage en Elliot Abrams.

Die brief was allesbepalend voor de toekomst van de bankier Chalabi, want vanaf toen ontving het INC jaarlijks grote geldbedragen: in vier jaar bijna veertig miljoen dollar. Die geldkraan ging verder open na de installatie van de regering-Bush.

Dat was niet het enige. Mensen als vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Rumsfeld hechtten grote waarde aan Chalabi's analyse van Irak. Die zei veel interne informatie te hebben over de dreiging voor de Verenigde Staten van het Irak van Saddam Hussein. Belastende bewijzen die de Amerikaanse voorstanders van een aanval op Irak als muziek in de oren moeten hebben geklonken. Aan Chalabi's omstreden verleden – hij werd in Jordanië bij verstek veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf wegens bankfraude – én het feit dat hij al 45 jaar niet meer in Irak was geweest werd minder aandacht besteed. Hij kreeg onvoorwaardelijke steun.

Chalabi's persoonlijke hoogtepunt had iets meer dan een jaar geleden plaats toen hij aan het begin van de oorlog samen met 400 loyale Iraakse strijders in het zuiden van Irak werd gedropt. Daar zou hij, net als de Afghaanse balling en huidige president Hamid Karzai in 2001 in Afghanistan had gedaan, het pad effenen voor de Amerikaanse militairen die na hem zouden komen. Maar het hoogtepunt duurde nog geen dag, want de door Chalabi voorspelde spontane mobilisatie van ontevreden Irakezen die zich vol overgave bij hem zouden aansluiten bleef uit. De actie werd een complete mislukking. ,,Chalabi's opmars naar Bagdad was als een steen die in het water belandt zonder ook maar een rimpeling te veroorzaken'', zei een Amerikaanse militair die met Chalabi samenwerkte, tegenover de Amerikaanse krant The Washington Post.

Er waren meer voorspellingen van Chalabi die niet uitkwamen. De massavernietigingswapens van Saddam Hussein werden nooit gevonden. Chalabi had het Pentagon jarenlang inlichtingen verstrekt die aanwezigheid daarvan zouden hebben `bewezen'. Chalabi was ook de voornaamste bron van de door het Pentagon overgenomen theorie van de spontane loyaliteitsverwisseling in Irak: de juichende mensen op straat die de Amerikaanse `bevrijders' zouden binnenhalen als helden die Irak van het juk van Saddam hadden verlost. Het zou allemaal niet gebeuren.

Maar het heeft even geduurd eer Washington zijn vergissing heeft willen erkennen. Vier maanden geleden, tijdens Bush' State of the Union-toespraak zat Chalabi nog, als het trotse bewijs van het vermeende Amerikaanse succes in Irak, vlak achter First Lady Laura Bush.

En nog altijd komt het Pentagon er niet openlijk voor uit dat de Verenigde Staten achter de inval bij de kantoren en het woonhuis van Chalabi zitten. Het plotseling dichtdraaien van de geldkraan naar het INC, drie dagen geleden, is ook uitgelegd als een maatregel die niet was gericht tegen Chalabi, maar als een vereiste voorafgaand aan de machtsoverdracht eind volgende maand.

Het boterde al langer niet tussen Chalabi en Washington. Anders dan Karzai in Afghanistan bleek Chalabi helemaal niet over een machtsbasis te beschikken in Irak. En hoewel hij tot de groep van 25 uitverkoren Iraakse ballingen behoorde die zitting kregen in de door de Verenigde Staten aangestelde regeringsraad van Irak, voer hij vooral zijn eigen koers. Zo ontpopte hij zich vrijwel meteen na de val van Bagdad als een rivaal van de Amerikaanse autoriteit. Een Chalabi-getrouwe verklaarde zichzelf de nieuwe `burgemeester' van Bagdad en in sommige delen van de hoofdstad richtte het INC eigen districten op, compleet met wegversperringen en speciale heffingen.

Wat de Amerikaanse bezettingsmacht vooral zou hebben gestoord was dat troepen van Chalabi in de eerste dagen van de oorlog, het hoofdkwartier van de Iraakse inlichtingendienst sneller hadden weten te bereiken dan de Amerikaanse strijdkrachten. Daar zouden ze duizenden geheime rapporten hebben ontvreemd. Het INC heeft tot dusver geweigerd die documenten terug te geven en daar zou het de Verenigde Staten tijdens de huiszoekingen van gisteren ook om zijn gegaan.

Chalabi zelf ondergaat de gebroken liefde met Washington als de gebeten hond. ,,Wij zijn fout beoordeelde helden'', zei hij in februari tegenover de Britse krant Daily Telegraph op de vraag of hij de Verenigde Staten en Groot-Brittannië voorafgaand aan de oorlog in Irak heeft voorzien van onjuiste informatie. ,,Wat ons betreft zijn we heel erg succesvol. Die tiran Saddam is vertrokken en de Amerikanen zijn in Bagdad. Wat in het verleden is gezegd is niet belangrijk. De regering Bush is op zoek naar een zondebok.''