Lang zal het individu leven

Een verwoestend Verlichtingsoptimisme. Dat is misschien de beste karakteristiek van het nieuwe boek van Dirk Verhofstadt, de denkende broer van de liberale Belgische premier. Als animator van de denktank Liberales, is hij een belangrijke aanjager van de intellectualisering van het liberalisme: een proces waarvan we de eerste symptomen ook in Nederland kunnen waarnemen. Verhofstadt geldt als een progressieve sociaal-liberaal, maar daar is in zijn nieuwe boek, Pleidooi voor individualisme, niet veel van te merken. Individualisme is voor Verhofstadt een hoerawoord. Hij hanteert een typisch essentialistische denkstijl. Politiek goed en kwaad worden streng gescheiden, en het liefst verdeeld over twee verschillende begrippen (Verlichting versus Romantiek, of liberalisme versus collectivisme).

Verhofstadt begint met de bezwering dat individualisme `niets te maken' heeft met kwade zaken als onverschilligheid, egoïsme, hedonisme of consumentisme. Het is een `positieve kracht' en individualisering is `een uitgesproken positieve evolutie'. Het komt dan goed uit dat die tendens ook nog eens historisch onvermijdelijk is, een `universele trend die spoort met de menselijke geschiedenis'. Maar om een oude socialistische strijdkreet te parafraseren: als het individualisme vanzelf komt, waarom zouden we er nog voor strijden?

Die hoerastemming verklaart waarom Verhofstadt geen oog heeft voor de historische variabiliteit, de ontwikkelingsdynamiek en het politiek omstreden karakter van individualisering. Gaat het hier om het individualisme van de Verlichting of van de Romantiek? Om rationaliteit, gelijkheid en universele mensenrechten, of om emotie, verschil en originaliteit? Evenmin laat hij zich veel gelegen liggen aan de inwendige tegenstrijdigheden, de donkere keerzijden en de perverse effecten; wat men met een paradoxale uitdrukking de `zelfkant' van het individualisme zou kunnen noemen.

Dat mensen zelf hun lot en levenswijze kunnen bepalen, tegen alle conformerende krachten in de samenleving in, blijft inderdaad een groots en meeslepend ideaal. Persoonlijke vrijheid en autonomie mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan collectiviteiten. Het recht om jezelf te ontplooien en `uit te treden' staat haaks op de zelfverloochening en het plichtsbesef die vaak door gesloten gemeenschappen worden geëist. Juist waar mensen door religieuze, sociale en culturele tradities worden onderdrukt moet het individualisme de kern uitmaken van een progressieve cultuurpolitiek. Tot zover ben ik het met Verhofstadt eens.

Maar dat is geen reden om individualisme en eigenbelang, egocentrisme, hedonisme, narcisme en consumentisme via een definitorische kunstgreep uit elkaar te trekken. Dat is een politisering van het begrip die in dienst staat van een nogal benauwde opvatting van het liberalisme. Structurele economische fraude, de exhibitionistische zelfverrijking aan de top van het bedrijfsleven, het Oost-Europese maffia-kapitalisme, de universele zucht naar media-beroemdheid: deze verschijnselen zijn voor Verhofstadt eerder uitwassen van hebzucht en eerzucht dan dat zij de kern van het individualisme raken.

Daarbij komt Verhofstads naïeve beeld van de volstrekte consumentensoevereiniteit, van rationele keuzes in een machtsvrije markt. Consumentisme is volgens hem een uiting van keuzevrijheid in levensstijl en politieke voorkeur. Consumenten zijn geen volgzame schapen maar `kieskeurige wolven die alleen datgene nastreven wat ze echt willen'.

Dat beeld wordt op een eigenaardige manier gespiegeld in het hoofdstuk over de islam. Terwijl kapitalistische consumenten op hun woord worden geloofd wanneer ze zeggen te handelen uit eigen vrije wil, wordt dit privilege aan moslima's ontzegd. Verhofstadt sluit zich aan bij Hirsi Ali, die de zogenaamde vrijwilligheid bij het dragen van het hoofddoekje of burka of uithuwelijking interpreteert als een paradox van sociale en religieuze onderdrukking. Achter die zogenaamde vrijwilligheid schuilt immers meestal psychische onderdrukking en angst. Het op een betrekkelijk onschuldige manier uitdragen van een islamitische identiteit door middel van een hoofddoekje valt dus niet onder de consumentenvrijheid, die leeftijdgenoten ertoe aanzet om hun identiteit uit te drukken via een navelpiercing of de aankoop van de nieuwste cd van Boris.

Uit alles blijkt, vindt Verhofstadt, dat de verhouding tussen moslims, moslima's en de individuele vrijheid problematisch is. Maar hij is eerlijk genoeg om er bij te vertellen dat hetzelfde tot diep in de twintigste eeuw ook gold voor het katholicisme en het protestantisme. Pas het Tweede Vaticaanse Concilie van 1965 bracht een ommekeer, door de erkenning van mensenrechten en de godsdienstvrijheid en de veroordeling van het antisemitisme. Verhofstadt waarschuwt dan ook voor het opkomende fundamentalisme van `nieuwe christenen', vooral in de Verenigde Staten.

Bovendien erkent hij dat het individualisme in feite pas zijn doorbraak beleefde sinds de vermaledijde jaren zestig en zeventig. Die jaren vertegenwoordigden de definitieve doorbraak van het individualisme in alle geledingen van de maatschappij. In deze periode werd de basis gelegd van de ontkerkelijking, de ontzuiling, het anti-autoritarisme, de verdraagzaamheid, de mensenrechten, de gelijkheid der seksen en het antiracisme.

Aan het slot van zijn boek brengt Verhofstadt het individualisme en het liberalisme nog eens nadrukkelijk in verband met het universele, rationele denken. Tussen individualisme en universaliteit bestaat volgens hem een noodzakelijke symbiose. Zolang individuele rechten niet overal afdwingbaar zijn, blijven ze kunstmatig. Maar de rationalistische overtuiging dat liberaal-democratische waarden feitelijk universeel zijn en daardoor overal kunnen en moeten worden afgedwongen, is zowel naïef als aanmatigend. Dat absoluut geldende mensenrechten zouden voortvloeien `uit het menszijn zelf' is een evidentie die evenzeer stoelt op wishful thinking als op een drang naar morele gelijkhebberij.

Verhofstadts liberaal humanisme verandert hier in fundamentalisme. Dat is een vorm van symbolische dwang die haaks staat op de denkvrijheid en het non-conformisme die het individualisme ook vraagt. Is het zoeken naar universele, verplichtende funderingen niet óók een manier om de eigen verantwoordelijkheid voor onze opvattingen te ontlopen? Bestaat er niet veel meer continuïteit tussen de universalistische waarheidsclaims van godsdiensten zoals het christendom en de islam, en die van het rationalistische wetenschapsgeloof van de Verlichting? Het is in elk geval dit blinde geloof in de rede dat Verhofstadt ertoe brengt om de godvrezende moslima's niet, en de goddeloze kapitalistische consumenten wél op hun woord te geloven.

Dirk Verhofstadt: Pleidooi voor individualisme. Houtekiet, 159 blz. €14,95

    • Dick Pels